Doorzoek volledige site
16 maart 2020 | FILIP CANFYN

Steen & Been: BMSTR, het begint weer!

Illustratie | Team Vlaams Bouwmeester

Onze huiscolumnist Filip Canfyn, zich terdege bewust van het feit dat er vandaag belangrijkere varkentjes moeten gewassen worden, heeft de ‘Visienota aan de Vlaamse Regering’ over het Vlaamse Bouwmeesterschap (31 januari 2020), die de basis vormt voor de huidige zoektocht naar BWMSTR 6, met aandacht én met verbazing gelezen. Hij vraagt zich openlijk af of we zo’n BWMSTR nog nodig hebben en vooral wie nog zo’n BWMSTR wil worden, zeker nu de huidige de eer aan zichzelf houdt.

De nieuwe definitie van de Vlaamse Bouwmeester of BWMSTR volgens de ‘Visienota aan de Vlaamse Regering’, belooft weinig goeds. Citaten uit het bewuste document leggen uit waarom.

  1. “Het Vlaams Bouwmeesterschap moet zich terugplooien op zijn kerntaken, namelijk de Vlaamse overheid en lokale besturen bijstaan in hun architecturale keuzes en inrichting van de publieke ruimte.” Met andere woorden, de huidige BWMSTR is te ver van de beleidsdienende kudde afgedwaald, zijn opvolger moet weer in de pas lopen en zich slechts met ongevaarlijke architectuur bezighouden.
  2. “Het bevorderen van de architectuurkwaliteit van de gebouwde omgeving (…) is en blijft immers de kerntaak van de Vlaamse Bouwmeester.” Het mag duidelijk zijn dat het bevragen van het waar, hoe en waarom van die gebouwde omgeving géén kerntaak is. Wat verder worden de twee kerntaken nog eens expliciet benoemd: naast de ondersteuning van publieke bouwheren ook “visievorming en reflectie inzake architectuurkwaliteit, kwaliteitsvol ontwerpen en bouwen in de hedendaagse samenleving”. Geen woord over ruimtelijke ordening, bouwshift, ontharding, mobiliteit, energie …
  3. Het woordgebruik kan boekdelen spreken: “Het is wenselijk (sic!) dat de Vlaamse Bouwmeester zijn diensten kan (sic!) aanbieden (sic!) aan alle leden van de Vlaamse Regering.” Veel initiatiefrecht suggereert zo’n zin alvast niet, zeker niet in de wetenschap dat de huidige minister-president de bevoegde broodheer is.
  4. “Gelet op de toenemende diversiteit en complexiteit van de problematieken waarmee het bouwmeesterschap in aanraking komt is het wenselijk om (…) te kunnen terugvallen op een brede multidisciplinaire expertise.” De terechte aanname dat een BWMSTR wat diversere en complexere katten dan architectuur te geselen heeft, dat leidt niet tot een diverse en complexe taakstelling voor de BWMSTR maar tot de droge aanstelling van een schoonmoederlijke expertengroep. Dat zo’n groep vandaag al bestaat, trouwens tot tevredenheid van de huidige BWMSTR omdat die zichzelf kan blijven, neemt de vrees voor een inhoudelijk korset niet weg.
  5. “Bij aanvang van het mandaat zullen functiespecifieke afspraken worden gemaakt met de coördinator integriteitszorg van de Vlaamse overheid.” Tevens worden de loyauteit, betrouwbaarheid en objectiviteit van de BWMSTR gemonitord door de leidend ambtenaar. In de volksmond heet zo’n regeling een stok achter de deur.

Hebben we een BWMSTR met een beperkte actieradius en een beperkt mandaat nodig? Hebben we een loutere kwaliteitsbewaker van wat de overheid als architectuur beschouwt nodig? Ik weet het, het kan allemaal best meevallen, wanneer die BWMSTR handig met die beperkingen omspringt, wanneer die beperkingen gaandeweg uitrekken, wanneer de soep inderdaad niet zo heet gegeten wordt. Toch blijft de vraag, na drie volle en twee halve BWMSTR’s, die toch wat neergezet hebben: hebben we een BWMSTR-light nodig?

En wie wil dan die BWMSTR worden? Wie zich geroepen voelt vanuit een overdosis persoonlijke ambitie, om het CV op te poetsen of omwille van het klassieke architectenriedeltje “als ik het niet doe doet een confrater het toch”, die mag uiteraard zijn gang gaan. Men weet maar nooit. Wie echter een gedegen praktijk heeft uitgebouwd, een beetje reputatie moet verdedigen, zichzelf au sérieux neemt en maatschappelijke maturiteit bezit (en dan wordt de spoeling per definitie al zéér dun), zal toch twee keer nadenken voor hij zichzelf in de weegschaal van de Visienota en de minister-president legt. Je zou al beginnen vrezen dat zo iemand het toch doet en als brave ziel zichzelf en het bouwmeesterschap slachtoffert. Of is dat de uiteindelijke bedoeling?