Doorzoek volledige site
06 augustus 2020 | RIK NEVEN

Hoe verzorgen architecten hun pr offline?

Ook of zeker architecten moeten hun pr verzorgen. Welke offline mediakanalen schakelen ze daarvoor in? Dat was een van de vragen die aan bod kwam in de enquête die architectura.be uitwerkte rond communicatie van en naar architecten. De voorbije maanden hielden architectura.be en Redactiebureau Palindroom een uitgebreide enquête om een zicht te krijgen op de manier waarop architecten communiceren en de manieren waarop ze het liefst geïnformeerd worden door fabrikanten en andere externe partijen. Hierbij werd ook gepolst naar de offline mediakanalen: werfborden, advertenties, relatiegeschenken en een eigen boek.

Werfborden en andere buitenreclame

Buitenreclame in de vorm van werfdoeken en banners vormt de belangrijkste vorm van offline reclame voor architecten. 57% maakt daar gebruik van. Dat is niet te verwonderen, maar anderzijds is het toch eigenaardig dat meer dan 40% geen gebruikmaakt van deze vorm van reclame die nagenoeg gratis is en toch veel visibiliteit oplevert. Het is een fenomeen dat je ook kan zien wanneer je langs Vlaamse bouwwerven loopt: de aannemers en onderaannemers laten aan de hand van werfborden duidelijk zien dat zij actief zijn op de werf, maar van de architect of het studiebureau tref je vaak geen werfbord aan. 

We bekeken ook of er verschillen te noteren vallen als we de cijfers vergelijken met de leeftijd, regio, ouderdom en specialisatie van de architecten. Dat blijkt zeker het geval. Hoe jonger de architecten, hoe groter de kans dat ze werfborden hangen of andere vormen van buitenreclame toepassen.

De regionale verschillen zijn ook vrij uitgesproken. In Limburg zijn werfborden van architecten het best ingeburgerd met 74%, in Vlaams-Brabant is dat slechts 44%. Eigenaardig is wel dat buitenreclame meer toegepast wordt door architecten die hoofdzakelijk actief zijn in de woningbouw (60%) dan architecten actief in de utiliteitsbouw (51%)

 

Advertenties

Ongeveer ¼ van de architecten plaatst regelmatig advertenties in magazines en vakbladen. Een redelijk verrassend hoog percentage. Architecten staan er immers voor bekend dat ze in tegenstelling tot bijvoorbeeld fabrikanten en aannemers minder geneigd zijn om te betalen voor aanwezigheid in de vakpers. Te meer omdat architecten in dergelijke vakbladen sowieso aan bod komen in projectartikels, ook als ze niet adverteren. Adverteren kan natuurlijk wel helpen om een goede band op te bouwen met de magazines om er zo voor te zorgen dat er meer van hun projecten aan bod komen in het magazine.

Zoals te verwachten zijn architecten actief in de utiliteitsbouw (28%) eerder geneigd om regelmatig te adverteren in deze magazines dan architecten die focussen op particuliere woningbouw (24%). Het verschil is evenwel miniem. We hadden een grotere kloof verwacht.

Die kloof is er wel bij de grootte van de bureaus. Van de eenmansbureaus adverteert maar 13% regelmatig, voor grotere bureaus is dat bijna of meer dan twee keer zoveel. Van de bureaus die 11 of meer medewerkers tellen loopt dat op tot meer dan 30%.

Ook wat advertenties betreft, merken we opmerkelijke regionale verschillen op. Limburgse en (37%) en vooral Vlaams-Brabantse architecten (39%) laten zich het meest verleiden om te adverteren, West-Vlamingen (17%) en Antwerpenaren het minst (18%).

Qua leeftijd zien we dat de oudere generatie (20%) het minst open staat om zelf te adverteren. Dat heeft enigszins met traditie te maken – vroeger was dat verboden voor architecten - maar wellicht ook met het feit dat oudere architecten al een zekere reputatie hebben kunnen uitbouwen en dus minder behoefte hebben aan extra exposure om nieuwe klanten aan te trekken.

De jongste generatie (geboren in 1980) of later haalt de tweede laagste score (22%).  Hierin kan het financiële aspect een rol spelen. Beginnende bureaus hebben minder grote budgetten te spenderen dan bureaus die al enige buffer opgebouwd hebben. Bovendien staan de jongere architecten meer open voor nieuwe vormen van communicatie en marketing via social media e.d. en zijn ze daar ook meer bedreven in dan hun oudere collega’s.


Relatiegeschenken

Ongeveer 1 architect op 5 geeft regelmatig een relatiegeschenk aan zijn klanten. De eenmansbureaus (23%) en de allergrootste bureaus (30%) spannen wat dit betreft de kroon. Opmerkelijk is dat ook dat de jongste generatie architecten (33%) dat duidelijk veel meer doet dan de oudere garde.

West-Vlaamse architecten (25%) en Limburgse architecten (23%) zijn wat dit betreft ook duidelijk vrijgeviger dan architecten in andere provincies. Uitdelen van relatiegeschenken blijkt ook iets meer voor te komen bij architecten actief in de woningbouw (22%) dan bij architecten van utiliteitsbouwprojecten (17%).
 

Eigen boek

Opmerkelijk is de hoge score voor een eigen boek. Maar liefst 14% investeert in een eigen boek. Er zullen wellicht weinig beroepsgroepen zijn waar dit percentage zo hoog ligt. Voor architecten vormt het toch een vorm van prestige om te kunnen uitpakken met een eigen boek. Nu nog meer dan vroeger omdat dankzij het digitale printtechnieken veel goedkoper is dan vroeger om een boek te drukken en – zeker zo belangrijk – het kost veel minder geld en moeite om na enkele jaren het boek aan te passen met nieuwe foto’s.

Ook de groeiende populariteit van bedrijven als Albelli die voor een appel en een ei een fotoalbum samenstellen op basis van digitaal geüploade foto’s is niet vreemd aan dit hoge aantal. Er zijn trouwens uitgeverijen die een service opgestart hebben om specifiek voor architecten het mogelijk te maken professioneel uitziende fotoboeken samen te stellen aan betaalbare prijzen met kleinere oplages.  Mooi voorbeeld daarvan is portfolio van At Home Publishers.

Hoe ouder de architect, hoe meer hij geneigd is om te investeren in een eigen boek. Bij de jongste generatie ligt dat percentage op 7%, bij de oudste generatie op 20%. Logisch natuurlijk omdat oudere architecten meer budget hebben hiervoor en ook een groter oeuvre hebben opgebouwd om te publiceren in een boek. Ook de grootte van het bureau is recht evenredig met de intentie om een eigen boek uit te brengen. Van de eenmansbureau wil slechts 4% een eigen boek uitbrengen, voor bureaus met meer dan 50 medewerkers stijgt dat tot maar liefst 60%. 

Het zijn opnieuw de Limburgse architecten die het meest bereid zijn om te investeren in een eigen boek (26%). West-Vlamingen vormen het andere uiterste. Niemand van de West-Vlaamse architecten die deelnamen aan de enquête wou een eigen boek uitbrengen. 
 

Info over de enquête - interesse in deze publicatie?

Dit artikel is een verkorte versie van een hoofdstuk uit de whitepaper die Redactiebureau Palindroom in augustus zal uitbrengen over de resultaten van een enquête waarin zowel de eigen communicatie van architecten (website, social media, fotografie,….) als de communicatie naar architecten (vakbladen, websites, beurzen,…) onder de loep genomen worden. Verder werden ook vragen gesteld rond de visie op en ervaring met labels, circulair bouwen en BIM. Geïnteresseerd in deze whitepaper? Laat het ons weten via info@architectura.be.