Doorzoek volledige site
01 september 2020 | FILIP CANFYN

Steen & Been: Hosanna met knieval

Erik Wieërs Illustratie | Pieter Geerts

Onze huiscolumnist Filip Canfyn leest een interview met kersvers BWMSTR Erik Wieërs. De hemel klaart op, de columnist zucht opgelucht en slikt zelfs vroegere woorden in.

In ‘BWMSTR, HET BEGINT WEER’ (16.03.20.) stel ik de vraag “Wie wil nog BWMSTR worden?” en in ‘COMMON SENSE’ (26.05.20.) maak ik de bedenking “Wie Leo wil opvolgen is bij deze gewaarschuwd”. En dan lees ik in De Morgen (26.08.20.) het eerste interview met Erik Wieërs, die zichzelf op dat ogenblik een dikke week BWMSTR mag noemen. Ik beken deemoedig: het zit snor met hem. Hosanna, dus. En ik maak een knieval voor zoveel geruststelling.

De journalist vraagt wat ‘terugplooien op zijn kerntaak’ betekent. Wieërs antwoordt dat hij dat ook niet weet. Hij voegt eraan toe: “Ons advies gaat over ruimtelijke kwaliteit. Dat is meer dan alleen gebouwen: het gaat ook over openbaar domein, landschap, mobiliteit, waterwegen, natuur. Het behoort ook tot de taak van de bouwmeester om de analyse te maken van wat er niet goed loopt. Ik denk dus niet dat Leo Van Broeck buiten zijn kerntaken is gegaan.” Hosanna!

Hij gaat nog verder. “Van Broeck heeft heel hard gehamerd op de problematiek van onze ruimtelijke ordening, en de samenhang met de milieuproblematiek. Het is ook goed dat hij daar zo op gehamerd heeft. (…) Ik denk niet dat Leo per se het conflict opgezocht heeft. Hij heeft de dingen wel scherp en duidelijk geformuleerd. Misschien is hij gaandeweg geschrokken hoe weinig zijn boodschap – die onder experts al lang gedeeld wordt – in Vlaanderen leeft. Veel mensen denken nog steeds dat onze situatie goed is en dus niemand om verandering moet vragen. Van Broeck heeft geprobeerd duidelijk te maken dat onze bestaande situatie helemaal niet goed is, en dat verandering dus noodzakelijk is. Er is gewoon geen keuze. Maar dat stoot natuurlijk op weerstand bij wie dat niet doorhad.” Wieërs lijkt zelfs van plan dezelfde boodschap uit te dragen. “Het is de rol van de bouwmeester om de vinger te leggen op de dingen die ertoe doen en die aan de orde zijn. En zich daarbij niet heel erg te bekommeren om de vraag of mensen het nu graag gaan horen of niet. Ik zal misschien de boodschap op een andere manier brengen, maar de situatie is niet veranderd. Het is niet omdat Leo Van Broeck weg is, dat het probleem plotseling weg is. Je kan nu niet opeens vertellen dat ons woonmodel niet problematisch is. We ervaren allemaal elke dag, dat dat wél het geval is. (…) Er leeft in Vlaanderen nog steeds een idee dat het woonideaal erin bestaat dat je rond je woning kan wandelen, ergens in een verkaveling. Dat kan niet blijven duren.” Hosanna!
 

"Wieërs eindigt sterk met een terecht nieuw accent: onze ruimtelijk ordening spaart de huishoudens met betaalbaarheidsproblemen niet."


Wieërs blijft natuurlijk ook architect. Op de vraag of de vrijstaande fermette of witte kubus (in suburbia) verleden tijd is antwoordt hij voorzichtig: “het is alleszins niet de toekomst”. De interviewer probeert hem te verleiden tot straffere taal met de verwijzing naar de uitspraak van zijn voorganger dat vrijstaand bouwen crimineel is. “Hij vindt het fout dat architecten vandaag nog vrijstaande villa’s bouwen. Mijn eigen architectenbureau bouwde ook geen vrijstaande woningen meer. Maar het is complexer dan dat. Op het moment dat iemand naar een architect stapt om zo’n woning te bouwen, heeft hij die grond al gekocht en is die al legaal bouwgrond. (…) Zelfs als je als architect het nobele principe huldigt om niet op zo’n plek te bouwen, kom je al te laat. De schuldige moet je dus daar niet zoeken.” Geen hosanna. Wie niet verantwoordelijk is voor een situatie moet daarom niet meehelpen aan de bestendiging van die situatie. Dat heet schuldig verzuim.

Wieërs eindigt sterk met een terecht nieuw accent: onze ruimtelijk ordening spaart de huishoudens met betaalbaarheidsproblemen niet. “We hebben dat nu ook gemerkt in de coronacrisis: het zijn altijd degenen in de moeilijkste woonsituaties die het meeste last hebben. Misschien zijn de noodzakelijke veranderingen ook een kans om de woonkwaliteit te verbeteren van degenen die helemaal onderaan bengelen. (…) We kunnen wel allemaal pleiten dat je meer in de kernen moet gaan wonen, maar we zien ook dat de stad alleen maar duurder wordt. Daar zit een tegenstrijdigheid. Ik kan je alvast verklappen dat wonen een speerpunt zal zijn van ons werk. De Vlaamse overheid bouwt relatief weinig woningen. Het zou goed zijn om na te gaan of wij het beleid kunnen adviseren andere woonvormen te stimuleren op zo’n manier dat stedelijk wonen ook voor sociaal zwakkeren betaalbaar is.” Driewerf hosanna!

Met de kerntaken van de nieuwe BWMSTR komt het wellicht goed.