Doorzoek volledige site
17 december 2009

Archipel haalt Burkard Meyer (CH) naar Bijloke

Architectuurorganisatie Archipel organiseert op 14 januari in het Bijloke muziekcentrum in Gent een lezing van Oliver Dufner, vennoot van het Zwitserse bureau Burkard Meyer. Titel van de uiteenzetting is Experimentele Reductie.

Architectuurorganisatie Archipel organiseert op 14 januari in het Bijloke muziekcentrum in Gent een lezing van Oliver Dufner, vennoot van het Zwitserse bureau Burkard Meyer. Titel van de uiteenzetting is Experimentele Reductie.

Dat Zwitseland een prominente rol vertolt in de internationale architectuurscène is een understatement. Vorige eeuw legde Le  Corbusier de bakens uit van de moderne architectuur, maar ook sindsdien duiken er steeds weer nieuwe architecten op die hoge ogen scoren. Denken we maar aan Herzog & De Meuron en Peter Zumthor, veruit de populairste architecten in onze rubriek De Praatstoel.



Affiniteit van Vlaanderen voor Zwitserse architecten


De affiniteit van Vlaamse architecten voor Zwitserse ‘bouwmeesters’ is volgens de organisatoren van Archipel geworteld in een mateloos respect voor de constructieve en experimentele geest, het verfijnde en ambachtelijke materiaalgevoel en bovenal de steeds reducerende bescheidenheid. De veelal kleine Zwitserse architectenbureaus slagen erin aan te tonen dat leefkwaliteit alleen kan worden bereikt indien vakmanschap  wordt geïntegreerd op alle ontwerpniveaus.

 

Het architectenbureau Burkard Meyer vormt daar ook een mooie illustratie van. Het werd in 1968 opgericht door Urs Burkard en Adrian Meyer (beiden °1942) en is sinds kort in handen van Oliver Dufner (°1968), Daniel Krieg,  Antti Rüegg en Andreas Signer. Deze vier jonge vennoten zetten de architectuurproductie in dezelfde geest van consistente zorg en precies constructief experiment verder. Opmerkelijke recente projecten van het Badense bureau zijn het Dienstleistungs- und Verwaltungszentrum in Winterthur (1999/2005), de hellpädagogische Schule in Wettingen (2001), het AZ Medienhaus in Aarau (2005), het serene crematorium in Zug (2005), het Falken Wohn- und Geschäftshaus (2006) en het Berufsbildungszentrum in Baden (2006).



Het uit beton en glas opgetrokken Falkengebouw huist appartementen, kantoren en winkels en draagt een bonte gevel van speciaal vervaardigde gordijnen die alle vereisten van reflectie en transmissie invullen. Grofmazige tule zorgt voor kleur, terwijl een achterliggend, met aluminium verstuifd weefsel aan de technische vereisten voldoet.

 

Het zes verdiepingen tellende Mediahuis in Aarau vloeit verrassend goed over in de heterogene context, dankzij de meest opvallende ingreep van het woon-, werk- en dienstencomplex: de glazen gevel. Deze vormt de buitenste laag van een dubbele gevel en is verdeeld in verdiepingshoge horizontale secties. De achterliggende laag -een kenmerkende gevel bestaande uit roodbruine vezelcementplaten- is soms perfect zichtbaar en op andere momenten, omwille van weerspiegelingen van naastliggende gebouwen, op een intrigerende manier vermomd. Dit bijzondere effect is bereikt door het gelamineerde glas bij 600°C in een mal te plooien zoals rechthoekige profielen.

Het ABB-terrein in Baden, dat vandaag de dag slechts gedeeltelijk voor industriële doeleinden wordt ingezet, kreeg een uit verscheidene volumes samengesteld opleidingscentrum.
Burkard Meyer renoveerde de voormalige maatschappelijke zetel en trok twee nieuwe projecten op – waaronder het Berufsbildungszentrum dat de nieuwe toegang tot het terrein vormt. Het discours van de architecten bevindt zich hier op het niveau van een evenwichtige dosering van diversiteit en uniformiteit. Opdat een ensemble als een coherent geheel zou worden waargenomen, zonder in monotonie te vervallen, is het noodzakelijk de spanning tussen de individuele conceptie van enkele elementen en de algemene uniformiteit te behouden.

Deze opvatting doet denken aan de poëtische omschrijving die Peter Zumthor gaf over ‘work within things’ in de uitgave ‘Thinking Architecture’: “It is said that one of the most impressive things about the music of Johann Sebastian Bach is its ‘architecture’. Its Construction seems clear and transparent. It is possible to pursue the details of the melodic, harmonic and rhythmical elements without losing the feeling for the composition as a whole – the whole that makes sense of the details. […] Construction is the art of making a meaningful whole out of many parts. Designing is inventing. Buildings embrace the mysterious void called space in a special way and make it vibrate.”

Tekst: Dominique Pieters

Praktische gegevens

14 januari 20u30
Bijloke muziekcentrum – J. Kluyskensstraat 2 – 9000 Gent