Doorzoek volledige site
17 november 2020 | FILIP CANFYN

(Verlijmde bak)Steen & Been

Illustratie | Omnicol

Onze huiscolumnist Filip Canfyn schrijft een zilveren lofrede voor het gelijmde metselwerk van het Koning Boudewijnstadion, voor het klare ontwerpwerk van bOb Van Reeth en voor alle krachtige metselwerk van grote architecten.

Ik heb de laatste vijfentwintig jaar hoop en al twee maal het Koning Boudewijnstadion betreden. Beide keren raak ik gefascineerd door die imposante driedimensionale gevel (1994-1995) van architect bOb Van Reeth, van dat massief in bijna Andalousisch rood, dat almaar machtiger dichterbij komt tot ik nederig genoeg het circus van brood en spelen mag binnenstappen. Een monoliet van gelijmd metselwerk, met handvormstenen in horizontale en verticale verbanden, staat opgespannen tussen vier torens. Het middenvlak omkraagt de vroegere sculpturale inkom (1929-1930) van architect Joseph Van Neck, de twee zijvlakken lijken opgehangen om de glazen onderrand niet te breken. Het lijkt te simpel om waar te zijn. bOb zal later in een interview aan Bruzz vertellen waarom. Hij krijgt de opdracht na een mislukte poging van een mindere god en moet vaststellen dat er eigenlijk te weinig tijd rest voor het ontwerp en te weinig budget voor de uitvoering: ja, dan moet het wel simpel gehouden worden. Met een klare lijn, een sterk volume en gelijmd metselwerk.

Goethe wist het ook: “In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister.”

 

bOb Van Reeth en het Koning Boudewijnstadion schrijven zich in de glorieuze baksteentraditie in en starten het tijdperk van het verlijmd metselwerk op.

 

bOb Van Reeth is in elk geval een meester van het metselwerk, bewust en bijna principieel. Hij vervoegt zo de architecturale pleiade van maestro’s, die wonderen doen met bakstenen. Om er een paar uit het hoofd te noemen: Hendrik Petrus Berlage en de Beurs in Amsterdam, Willem Marinus Dudok en het Raadhuis in Hilversum, Louis Kahn en het Parlement van Bangladesh in Dhaka, Aldo Rossi en het San Cataldo Kerkhof in Modena, Mario Botta en het Museum of Modern Arts in San Francisco, Herzog & De Meuron en de Tate Modern in Londen. Die Louis Kahn krijgt zelfs de bijnaam ‘de baksteenfluisteraar’, omwille van citaten als:

 

Als je denkt aan Baksteen, dan zeg je tot Baksteen: “Wat wil je, Baksteen?” En Baksteen antwoordt je: “Ik wil een boog.” En je antwoordt dan aan Baksteen: “Bogen zijn duur en ik kan een betonnen linteel over jou leggen. Wat denk je daarvan, Baksteen?” En Baksteen antwoordt: “Ik wil een boog.” En het is belangrijk, weet je, dat je het materiaal, dat je gebruikt, eert, dat je de baksteen niet bedot.

Zelfs Baksteen wil Iets zijn.

 

Kortom, bOb Van Reeth en het Koning Boudewijnstadion schrijven zich in de glorieuze baksteentraditie in en starten het tijdperk van het verlijmd metselwerk op. Met succes. Ikzelf heb het geweten. Bijna twintig jaar geleden moest ik het Pandreitje in Brugge bouwen en mijn architecten, Haverhals-Heylen, willen doodgraag, al dan niet onder invloed van bOb, de meer dan één miljoen gevelstenen verlijmen. Ik vind geen lijmers. Werk zat voor hen. Zat in de mortel.

Elsschot wist het ook: lijmen is niet zozeer een vak maar vooral een kunst.

 

Win een exemplaar van vOlOp bOb

Over architect bOb Van Reeth verscheen een tijdje terug het boekje vOlOp bOb. Hierin geeft architectura.be-columnist Filip Canfyn (Rubriek Steen en Been) in de zijn bekende stijl zijn visie op leven en werk van bOb Van Reeth. Een must have voor elke Vlaamse architect. In het kader van '25 jaar Koning Boudewijnstadion' schenken we samen met Omnicol 5 exemplaren weg van dit interessante naslagwerk. 

Heb jij plaats in de boekenkast voor dit boeiende kleinood? Stuur dan een mail met jouw gegevens (naam, adres) en de vermelding 'weggeefactie Omnicol-vOlOp bOb' naar info@architectura.be. Originele motivaties hebben een streepje voor. De 5 winnaars worden persoonlijk op de hoogte gesteld.