Doorzoek volledige site
18 januari 2021 | JOHAN RUTGEERTS

OPINIE. Johan Rutgeerts: Waarom een minimaal wettelijk ereloon wel verantwoord zou zijn

Illustratie | Pixabay

Een wettelijk vastgelegd minimum ereloon voor architecten, het is een kwestie die helaas al generaties lang de gemoederen bedaart. Voor Johan Rutgeerts is het de logica zelve gezien de vele taken en verantwoordelijkheden die bij het beroep van architect komen kijken. Hij roept alle beroepsverenigingen in dit opiniestuk op het minimum ereloon te bedingen bij de Europese Commissie.  “Tot zo lang geef ik de raad aan alle architecten om bij hun opdrachtgevers een ereloon te bedingen dat hen in staat stelt aan al deze eisen en verwachtingen te voldoen”, aldus Rutgeerts.

Toen ik nog student was hoorde ik onze docent wijlen Germain Beirlandt meerdere malen zeggen dat het wettelijk bekrachtigen van de deontologische norm nr. 2 een kwestie van een paar maanden was. Hooguit nog één of twee jaren en het zou een feit zijn. Architect Germain Beirlandt was een bezige bij in de beroepsverenigingen en de Orde van Architecten. Zijn hart begaf het in 1979 jammer genoeg veel te vroeg, maar ik denk niet dat dit de reden was waarom het er nooit van gekomen is om die wettelijke bekrachtiging te bekomen. 

Sindsdien heb ik dat hangijzer verschillende keren zien opwarmen maar echt heet, laat staan gloeiend, werd het nooit. De argumenten waarmee de Orde vaak schermde was dat een architect zijn beroep moest kunnen uitoefenen in alle eer, discretie en waardigheid
Nou moe. Moet niet elk beroep aldus uitgevoerd worden? Van sanitaire medewerker tot eerste minister?

Soms klonk het dat architecten zorgden voor een meerwaarde in ons bebouwd milieu. Dankzij de architecten gaat de kwaliteit van het bouwen erop vooruit. Daar valt wel iets voor te zeggen maar hoe overtuigend kun je dat bewijzen? 

Het lijkt mij een logische evolutie dat door opbouw van kennis, toegankelijk onderwijs en voortdurende bijscholing het normaal is dat de kwaliteit van het bouwen er over lange termijn bekeken op vooruit gaat. Maar niet enkel door de architecten, ook door de aannemers die hetzelfde parcours doorlopen.

De Europese Commissie wil op de vrije tariefzetting maar één uitzondering maken: indien de prestatie kadert in het ALGEMEEN PUBLIEK BELANG. De prestaties van artsen vallen daar volledig onder. Zelfs indien het de maatschappij handenvol geld kost (12 % van onze nationale begroting); een goede gezondheidszorg dient het algemeen belang en daar vallen ook de erelonen voor artsen onder. Artsen mogen niet onder het minimumtarief prestaties leveren. Ze mogen er wel boven gaan.
Tot zover kunnen we de Europese Commissie volgen.

Bij notarissen liggen de erelonen bij koninklijk besluit vast. Een aangelegenheid die reeds bij wet bekrachtigd werd, nog voor België in 1830 ontstaan is. Notarissen waren instrumenterende ambtenaren en om te beletten dat ze zouden gaan ‘sjoemelen’ of ‘marchanderen’ werden hun tarieven dan maar door de overheid per KB vastgelegd en regelmatig bijgewerkt. Ik denk niet dat die tarieven te laag zijn want ik heb nog nooit een notaris ontmoet die ze te laag vond.

Het moet zijn dat de verleiding om tot oneerlijke praktijken over te gaan door Europa wil voorkomen worden, door notarissen niet aan te sporen om down to the bottom tarieven te bedingen. Dit in het kader van het ALGEMEEN PUBLIEK BELANG.

Het is een redenering als een ander.

Van architecten verwacht men dat ze gebouwen ontwerpen die voldoen aan alle stedenbouwkundige reglementeringen.
Dat ze voldoen van de brandbeveiligingsvoorschriften.
Dat ze voldoen aan de regels inzake beperkt energieverlies en geluidoverdracht.
Dat die gebouwen toegankelijk zijn voor mensen met beperkingen.
Dat ze stabiel blijven staan, derwijze dat scheurtjes de eerste tien jaar best niet voorkomen.
Dat ze niet lekken noch dat er tochtverliezen zijn.
Dat de technische installaties behoorlijk en veilig werken.
Dat ze een aangenaam leef- en werkcomfort opleveren.
Dat het opgevangen regenwater niet te vlug in de riolering terechtkomt en niet bezoedeld wordt door gebruikt en vervuild water.

De overheid verwacht overigens dat architecten dat allemaal zo bedenken en dat ze dat allemaal controleren. De gemeenschap verwacht ook dat de ontwerpen van de architecten betaalbaar zijn. Dat ze ruimtelijk passend aansluiten bij de omgeving en bovenal, dat ze duurzaam ontworpen zijn om de komende generaties te vrijwaren van ongewenste neveneffecten.

Als ik oplijst wat van een architect bij de uitoefening van zijn beroep verwacht wordt, dan sta ik daar zelf ook van te kijken. Het overschrijden van de regels of er aan meewerken kan leiden tot ingebrekestellingen, het betalen van schadevergoedingen en in het slechtste geval: boetes en gevangenisstraffen.

Als dat geen opdracht is die, naast het particulier belang, ook het ALGEMEEN PUBLIEK BELANG dient, weet ik het ook niet meer.

Het zou van realiteitszin getuigen mochten alle beroepsverenigingen in Europa, alle architectenkamers, ordes, landsbonden en de Europese Architectenorganisaties hun inspanningen bundelen om de Europese verantwoordelijke ministers aan te spreken en de Europese Commissie ervan willen overtuigen dat het beroep van architect valt onder de categorie die het ALGEMEEN PUBLIEK BELANG dient en daarom ook recht heeft op een wettelijk minimum vastgesteld ereloon. Lobbyen dus.

Tot zo lang geef ik de raad aan alle architecten om hun opdrachtgevers deze aanstiplijst voor te leggen en een ereloon te bedingen dat hen in staat stelt aan deze eisen en verwachtingen te voldoen.

Johan Rutgeerts
Architect – urbanist
Prof.Emeritus Bouwmanagement – Faculteit architectuur – KULeuven