Doorzoek volledige site
13 april 2021

DENC!-STUDIO, De Architecten NV en Studio Basta zetten in op collectiviteit en ruimtelijk rendement in woonproject De Bloesems

Illustratie | DENC!-STUDIO
Illustratie | Belly
Illustratie | Belly
Illustratie | DENC!-STUDIO
Illustratie | DENC!-STUDIO

DENC!-STUDIO, De Architecten NV en Studio Basta hebben zopas de ontwerpwedstrijd gewonnen voor het woonproject De Bloesems in de Frans Cretenlaan in Schelle, samen met projectontwikkelaar IMMPACT. Het ontwerp zoekt meerwaarde in collectiviteit, die verder gaat dan de regulier gedeelde tuin en afvalbergingen, technische ruimtes of fietsenstallingen. Een gemeenschapsruimte wordt gepositioneerd op een goed zichtbare, vlot identificeerbare, toegankelijke en gastvrije plek, op de hoek, in de overgang tussen openbaar domein en collectief groen. Aldaar toont deze ruimte zich als het gezicht van het nieuwe wonen. Ook werd de gebouwde footprint geminimaliseerd ten voordele van meer collectief groen. 

De gemeente Schelle vertrouwde ‘IGEAN dienstverlening’ de regie tot de ontwikkeling van een projectzone aan de Frans Cretenlaan toe. Na een selectieronde, een tussenjury voor de kwaliteitskamer, een eindjury en een extra vragenronde werd IMMPACT aangestipt als laureaat. Ter uitwerking van het wedstrijddossier deed de Antwerpse ontwikkelaar beroep op de diensten van DENC!-STUDIO, De Architecten NV en Studio Basta.

De jury wist de sterke verwevenheid van het architecturale en stedenbouwkundige concept te appreciëren. De kwaliteit van de individuele appartementen werd als ‘hoog’ gekwalificeerd en de genereuze collectiviteit werd gewaardeerd. Ook de lage verhardingsgraad en de holistische benadering van duurzaamheid zijn de jury duidelijk niet ontgaan. Op basis van de ingediende offertes, de presentaties en de bijkomende antwoorden op de vragen, kende de jury een score van 90% toe.


Onconventioneel

Om bovenop de niet-geringe aankoopprijs van de grond nog voldoende gewicht aan kwaliteit te kunnen geven, tekende het ontwerpteam na een uitdagende evenwichtsoefening iets méér dan het minimum van 35 woongelegenheden. “Verdichten is een absolute must als we aan de toenemende vraag naar woningen en hun betaalbaarheid willen voldoen. Toch houdt het ontwerp het bij slechts twee gebouwen”, vertelt Bart Cobbaert van DENC!-STUDIO. “Het ontwerp onderscheidt zich duidelijk van een conventioneel appartementsgebouw.  Door de inzet van geschakeld/gestapeld bouwen wordt de gebouwde footprint geminimaliseerd, ten voordele van meer collectief groen.”

De in de sokkel gelegen duplexwoningen zijn individueel afleesbaar en herkenbaar door hun rechtstreekse adressering aan de straat met eigen dieperliggende voordeur. Ze genieten achter een laag muurtje een groen voortuintje. In tegenstelling tot een klassiek appartementsgebouw waar het komen-en-gaan van het dagelijks wonen zich voornamelijk toont aan de gemeenschappelijke inkomhal, zal hier de gehele gevel worden benaderd.

“De voorkamer van de duplexwoningen kan zeer diverse invullingen krijgen. Uiteraard kan dit een kinderkamer, een logeerkamer of een kamer voor een (tijdelijk) minder mobiel gezinslid zijn. Maar ook heel wat dagprogrammaties kunnen hier hun plek vinden. We denken dan bijvoorbeeld aan een inrichting als hobbykamer of speelkamer.  Het coronatijdperk leert ons dat ook thuiswerkmogelijkheden niet mogen worden vergeten. Een niet te krappe, ergonomisch ingerichte, akoestisch afgesloten bureauruimte geniet dan algauw de voorkeur op het werken aan de eettafel”, aldus Bart Cobbaert.

De gemeenschapsruimte – gepositioneerd op een goed zichtbare en toegankelijke plek - is door haar rechthoekige vorm, haar verhouding, haar riante structurele overspanning en rijke voorziening aan daglicht polyvalent inzet- en inrichtbaar. De specifieke invulling zal gebeuren in samenspraak met de bewoners en gebruikers.  
 

Bijzonder volumespel

Vanuit de visie van de ontwerpers op ruimtelijk rendement maakt het team dankbaar gebruik van de bouwvoorschriften en het wedstrijdbestek, die vier bouwlagen toelaten. “Door meer in de hoogte te bouwen kunnen we immers de footprint reduceren ten voordele meer open ruimte”, vertelt Bart Cobbaert. Aangezien de kroonlijsthoogte is beperkt tot 10 meter, dient de vierde bouwlaag onder een hellend dak te worden georganiseerd of terugliggend te worden ontworpen. In functie van leefkwaliteit kiest ons team voor deze laatste optie."

Door middel van insprongen op de verdiepingen worden de straatgevels verkorreld. De toegangen tot de gemeenschappelijke circulatiekernen tot de bovenliggende woongelegenheden worden lager/dieper gemarkeerd. Hierdoor danst de kroonlijst van de bakstenen sokkel meer op en neer en leest het geheel meer verticaal gesegmenteerd.

De gevelcompositie zoekt bewust niet de symmetrie op. De koppen van de gebouwen worden verbijzonderd, om te kunnen inspelen op de specifieke context van de randen. Door de gevels van de terugliggende bovenverdiepingen anders te materialiseren, lezen ze meer als een dakvolume.

De tectoniek en de verwerking van blindnissen brengen rust. De terrassen én kroonlijsten van de sokkel worden uitgewerkt in claustraverband. Dit oogt lichter dan massief façadewerk en weet de kroonlijst iets lager te laten aanvoelen.  Een bescheiden ornamentering wordt niet geschuwd. “The details are not the details; they make the design (Charles Eames).” Baksteenverbanden, dieptewerkingen, claustra’s,… brengen finesse en tonen het métier van het metsen.


Binnengebied als verlenging van het omringende landschap

Op de site treffen we een aantal oude fruitbomen aan in een extensief grasland, met op de achtergrond een prachtig agrarisch vergezicht, doorkruist door grachtstructuren. Met het oog op deze landschappelijke kwaliteit besloten de ontwikkelaar en het ontwerpteam in samenspraak om geen gestileerde tuin te maken, maar het bestaande vocabulaire als bouwstenen in te zetten bij de inrichting van het binnengebied. “We maken geen tuin maar werken het landschap af, vanzelfsprekend, alsof we er niet zijn geweest”, aldus Bart Cobbaert.

“Met een niveau van de hoogst toegankelijke vloer minder dan 10 meter  boven het opstelniveau van de brandweerwagen, catalogeren de gebouwen zich als ‘laagbouw’. Gezien we expliciet kiezen voor slechts twee gebouwen aan de straat, zijn alle woongelegenheden vanaf de straat bereikbaar: rechtstreeks of via de circulatiekern dewelke steeds in connectie staat met de straatgevel. De brandweer vraagt niet om extra verharding en ook verhuisbewegingen kunnen rechtstreeks vanaf de straat. Hierdoor kan het binnengebied 100% autovrij worden ingericht, veilig en puur landschappelijk.”