Doorzoek volledige site
07 juli 2021

Terril herleeft als ‘avonturenberg’

Illustratie | © Benoit Meeus
Illustratie | © Benoit Meeus
Illustratie | © Benoit Meeus
Illustratie | © Benoit Meeus

In het herbestemmingsproject ‘be-MINE’ van de voormalige mijnsite van Beringen kreeg de kleine mijnterril een transformatie van steenafvalberg tot avontuurlijk klim- en leerparcours. Het land art-project uit hout en beton is een unieke toevoeging aan de toeristisch-recreatieve transitie van de grootste Vlaamse industriële erfgoedsite. Het tilt de terril op tot een culturele trekpleister waarin de geschiedenis van de site beleefbaar en voelbaar is gemaakt.

Een totaalvisie op herbestemming

De voorbije jaren heeft de stad Beringen samen met haar private partner be-MINE hard gewerkt aan een nieuwe toekomst voor de mijnterreinen aan de rand van de stad. De Beringse mijnsite is de best bewaarde van alle Limburgse mijnen. Met 100.000 m2 aan gebouwen is ze meteen ook de grootste industriële erfgoedsite in Vlaanderen. De gebouwen kregen een toeristisch-recreatieve invulling. De site biedt vandaag naast een museum onder meer al een zwembad, een winkelboulevard, een indoor klimcentrum, een indoor duikcentrum, restaurants en kantoren. Een ander mijngebouw werd heringericht als basisschool. Op de omliggende terreinen is een woonwijk met 500 woningen in ontwikkeling. Deze totaalvisie leverde het project in 2017 een MIPIM Award op als beste stedelijke herbestemming.

Nog een realisatie in het herbestemmingstraject is de Avonturenberg op de kleine terril. In dit concept kreeg de 55 m hoge berg twee functies. Enerzijds is er het mountainbike- of MTB-park dat aan de noordoostelijke toegang tot de terril aansluit op de toeristische fietsroute en een groter MTB-netwerk buiten de terril. Anderzijds is aan de noordwestelijke zijde van de terril, die uitkijkt op en aansluit bij de historische mijngebouwen, een avontuurlijk klim- en klauterparcours aangelegd. De Avonturenberg met speellandschap en erfgoedwandeling is zo een waardevolle aanvulling op de toeristische site. In 2018 werd het ‘play landscape’ genomineerd voor de prestigieuze Landezine International Landscape Award (LILA).

 

Land art-project

De Avonturenberg is het resultaat van een haalbaarheidsonderzoek van Antea Group en Idea Consult. Toerisme Vlaanderen en Toerisme Limburg weerhielden uit de verschillende opties het idee voor het avontuurlijke ontdekkingsparcours. Antea Group werkte dit idee vervolgens verder uit tot een masterplan voor de site en het ontwerp van alle basisinfrastructuur van erfgoedpaden en trappen. Dat masterplan was het canvas voor een DBM-ontwerpwedstrijd ('Design, Build & Maintain') voor het speellandschap, die werd gewonnen door het team OMGEVING, Carve en landschapsaannemer Krinkels. De jury lauwerde hun visie van een land art-project dat een waardevolle toevoeging biedt aan de herbestemming van de mijnsite. Het idee van OMGEVING-Carve-Krinkels brengt zo een landmark op schaal van de cultuurhistorische plek. De kern van het idee is een klim naar de top van de terril langsheen diverse speelattracties- en uitdagingen die onderling verbonden zijn. Hiermee krijgt de terril een nieuwe betekenis, geënt op het verleden én de toekomst.

 

Sterk ruimtelijk gebaar

De kleine terril bevindt zich achter de kolenwasserij en de vroegere indikkers (bezinkbekkens) van de mijn – die vandaag omgevormd zijn tot indoor duikcentrum. Wie zich langs de gebouwen om of via het Sporenpark een weg baant naar de terril ervaart meteen de aantrekkingskracht van het avontuurlijke parcours. Een deel van de flank van de steenpuinberg is beplant met 1.600 houten palen waartussen zich een kaarsrecht pad naar de top nestelt. Het palenwoud is de drager van het speellandschap. Het trekt de aandacht én vormt tegelijkertijd een harmonieus geheel met het landschap. De rondhouten palen refereren aan het mijnverleden, waar ze werden gebruikt voor het ondersteunen van de kilometerslange ondergrondse mijngangen. Het is een sterk ruimtelijk gebaar, een ingreep die zich verhoudt tot de maat van de heuvel en de industriële gebouwen aan de voet van de terril. Doordat de palen in een vast grid staan, ontstaat een perspectivisch spel: de doorzichten creëren een ervaring die doet denken aan de donkere gangenstelsels van de mijn.

 

Een gezoneerde klim

Om het pad tussen dit palenwoud te bereiken kan de echt avontuurlijke bezoeker enkele wadi's oversteken via een vlonderpad. Het waterparcours brengt de kleine en grote avonturiers tot aan de voet van de mijnterril. Hier krijgen ze de keuze tussen een aantal paden en trajecten richting de 55 m hoge top. Die trajecten zijn een mix van wandelpaden, trappen en avontuurlijke klim- en klauterconstructies. De bezoeker kiest zelf op welke manier hij of zij zich een weg naar boven en terug naar beneden baant.  

0 – 10 m

Aan de voet van de terril ligt een speelzone die het startpunt vormt van het avontuur naar boven. Dit eerste niveau richt zich op jonge kinderen voor wie de volledige klim naar boven te zwaar is. De speelvlakken zijn toegankelijk en ingericht met een valdempende ondergrond. De speelelementen zijn onder meer balanceerbalken, hangmatten, een doolhof en spreekbuizen. Die laatste doen denken aan de communicatiemiddelen in de vroegere tijden in de mijn.

14 – 30 m

Vanaf een hoogte van 14 m begint een langgerekt prismatisch vlak. Het is als het ware in de steenpuinberg gedrapeerd en volgt zo de hoogtelijnen. Dat gebaar is al van veraf zichtbaar. Het vlak is een uitdagend object dat zich vernauwt naar de top en als het ware verbrokkelt aan de voet van de terril. Het grillige landschap vormt een ontdekkingsroute, waarbij de toenemende hoogte een fysieke uitdaging is. Onder het betonvlak ontvouwt zich bovendien een netwerk van korte tunnels die uitnodigen tot verstoppen en uitkijken. De geïntegreerde tunnels – geïnspireerd op de ondergrondse mijnstelsels – en klimtouwen creëren een veelheid aan loops en routes.

30 – 47 m

Een 'reuzentrap' en een 20 m lange glijbaan kenmerken niveau 3. De glijbaan is geïntegreerd in het reliëf van het betonnen speelvlak. De enorme treden van de trap vormen een speelobject dat de tocht naar boven, en bovenal de inspanning die hiervoor nodig is, nog indringender maakt.

47 – 55 m

Het laatste deel van de top verloopt via de trap of via het palenwoud dat voorzien is van klimtouwen en netten.

 

De top

De top is herwerkt tot een 'kolenplein', waar spelen en beleven samenkomen. Dit verzonken plein is letterlijk een venster naar het verleden. De bezoeker voelt er zich als het ware verbonden met de kolenlaag 800 meter onder de grond. Op deze plek is de horizon niet meer waarneembaar en gaat alle aandacht naar het zwarte goud en het wolkenspel. Op het verhoogde talud rond het plein krijgt de bezoeker een 360° panoramisch beeld op het industriële erfgoed en de omgeving met andere relicten van het Limburgse mijnverleden. De licht verlaagde positie van het plein beschut tegen de wind. Het plein biedt een bijzondere beleving van rust en geborgenheid, maar kan ook worden gebruikt als locatie voor een evenement. 

 

Ruggengraat  

De kaarsrechte trap naar de top vormt de ruggengraat, het bindende element tussen de verschillende activiteitenniveaus. Een lichtlijn langs de trap maakt 's nachts het profiel van de berg zichtbaar. Het pad over de trap is door Antea Group ingericht als wandel- en erfgoedpad. Verschillende infopunten langs het pad geven duiding over de erfgoedsite, de kenmerken van de terril en landmarks in de omgeving. De detaillering van de huisstijl en de inhoudelijke duiding is het resultaat van een samenwerking tussen Antea Group en Bailleul Ontwerpbureau.

 

Technisch huzarenstuk

Het bouwen van dit opmerkelijke avonturenpark was niet vanzelfsprekend. Het werken op het steile vlak, de nietalledaagse ondergrond van steenpuin en het vermijden van erosie vroegen de nodige aandacht van de ontwerpers en de aannemer. De creatie van de betonnen elementen was bovendien maatwerk in situ. Met uitzondering van de prefabtraptreden is elk verhard onderdeel van het parcours in ter plaatse gestort beton. “Het bepalen van de consistentieklasse van het beton was een voortdurende evenwichtsoefening. Aan de ene kant diende het beton voldoende stijf te zijn om het in de helling te kunnen vormen, maar aan de andere kant moest het nog voldoende vloeibaar zijn om het te kunnen verpompen. Dat zorgde wel eens voor problemen. Vooral omdat de mixers niet tot dicht bij de stortplek konden komen. Om dat op te vangen, waren lange pompslangen nodig. Er zijn drie verschillende pompinstallaties getest alvorens de aannemer er in slaagde het beton in een werkbare consistentie op de juiste plek te krijgen,” vertelt Stephan Vos, senior adviseur bij Antea Group. Het bureau keek in deze uitvoeringsfase toe op het vlotte verloop van de werkzaamheden.

Om de betonvlakken te verankeren in het steenpuin van de terril, is ieder vlak begrensd door een ringbalk van ± 40 cm hoog. “De dikte van de grotere betonvlakken is slechts 12 cm. Overal is een netwapening diameter 8 à 15 mm toegepast. De facetten van de constructie zijn alternerend bekist en om beurten gestort. Dat maakte dat er een tiental stortfasen nodig waren om het geheel te construeren,” beschrijft Stephan Vos de bouwwerken. Naast de constructies voor het speelveld en de top, voerde een andere aannemer nog plateaus in wegenisbeton uit. Beneden aan de zitbanken is een fietspad in uitgewassen beton aangelegd. Dit beton is volgens de eisen van het 'Standaardbestek SB 250' uitgevoerd.

GERELATEERDE DOSSIERS