Doorzoek volledige site
08 oktober 2013 | SIMON SCHREURS

Aalsters crematorium verrijst dan toch op Siesegemkouter

De Siesegemkouter in Aalst zal bebouwd worden met een crematorium. Daar was afgelopen jaar veel onduidelijkheid over, maar de kogel lijkt dan toch door de kerk. Kees Kaan en Vincent Panhuysen maakten het ontwerp van het toekomstige ‘Crematorium Aalst’.

De Siesegemkouter in Aalst zal bebouwd worden met een crematorium. Daar was afgelopen jaar veel onduidelijkheid over, vooral door de grote tegenkanting van een lokaal actiecomité dat opkwam voor het behoud van de kouter. Maar de kogel lijkt dan toch door de kerk. Kees Kaan en Vincent Panhuysen maakten het ontwerp van het toekomstige ‘Crematorium Aalst’.

Het crematorium wordt dus op de Siesegemkouter ingepland maar zal afgezonderd worden van het eveneens op de Siesegemkouter geplande bedrijventerrein. Omzoomd door heesters en bomen vormt het crematorium een domein waar een eigen sfeer gecreëerd zal worden. Belangrijk voor een crematorium is natuurlijk dat het een zekere rust uitstraalt. Daarom opteerden Kaan en Panhuysen voor een natuurlijk bewegingslandschap waarin het evenwicht bewaard wordt door een statische tuin met strooizones en een dynamisch gedeelte met waterbuffers en een bosbestand. De tuin wordt begrensd door de rand van een vijver die in de richting van de locatiegrens kan overstromen in een dynamische bufferzone.

 


 

Functioneel en neutraal

Het crematorium wil functioneel zijn in al haar facetten. Alles staat daarom in functie van het moment van de rite. Een emotionele gebeurtenis voor de bezoekers die het best plaats vindt in een eenduidig en ingetogen gebouw. De materialen zijn daarom sober maar niet somber. Het gebouw ensceneert het licht en het zicht en schept daarmee vanzelfsprekende en neutrale ruimten waarin verschillende culturen en religies zich op hun gemak voelen en zich kunnen concentreren. De architectuur is ook nagenoeg onzichtbaar en het materiaalgebruik uniform. De beleving van de verschillende ruimten wordt met name bepaald door de mate van openheid die is afgestemd op het moment van de rite. In de ruimtes voor de plechtigheid is er alleen nog het spel met daglicht waarmee de ruimtelijke beleving volledig is gericht op introspectie.

Bovenal moet het gebouw een neutrale ruimte scheppen waarin verschillende culturen en religies zich op hun gemak voelen en zich kunnen concentreren. De ontwerpers menen dat het gebouw potentieel heeft als kunstdrager:  muziek, poëzie, rituelen en kunst zijn uitingen die in dit gebouw tot hun recht moeten komen en de bezoeker troost moeten bieden.  De architectuur moet dit pluralistische gegeven aankunnen zonder zelf te verarmen. Participatie van kunstenaars tijdens het ontwerpproces van zowel het gebouw als de omgeving kan het project dan ook verrijken en de verwantschap in het geheel benadrukken.

 


Duurzaam en ecologisch

Voor de gasten en medewerkers wordt een overzichtelijke en serene omgeving aangeboden met een heldere structuur. Er is vanuit alle zichthoeken contact met de buitenomgeving mogelijk via zicht op het landschap, op de hemel en omsloten patio’s. De oriëntatie is dusdanig dat oververhitting door de invallende zon wordt voorkomen door glas dat is gericht op het noorden, door overstekken en door buitenzonwering op de zon beschenen glasoppervlakken. Het binnenklimaat wordt beheerst door het gebruik van stralingswarmte via de in de vloer opgenomen vloerverwarming en door een gebalanceerde verluchting met energieterugwinning voor de aula’s en de restauratie. In de zomer wordt er gekoeld via de vloerkoeling en via de gebalanceerde verluchting. De binnenklimaatcondities zijn hierdoor snel op de gewenste temperatuur en condities in te stellen. Door gericht daglicht via het dak te laten toetreden is er altijd een goede oriëntatie mogelijk en wordt er bespaard op kunstverlichting.

 

Aan de ecologische dimensie van duurzaamheid is veel aandacht besteed. Zo zijn de gevels opgebouwd uit dragend metselwerk van kalkzandsteen met gevelisolatie en geolied metselwerk en zijn de houten puien voorzien van drievoudig isolatieglas. De binnenwanden worden afgewerkt met leemstucwerk. De daken zijn licht en worden samengesteld uit hout, maar zorgen door hun hoge isolatiewaarde niet voor oververhitting via het dak. Door deze opbouw kunnen de hieronder gelegen ruimten snel op de gewenste temperatuur worden gebracht. Er is rekening gehouden met een royale toetreding van daglicht via gevels en daklichten, zodat er bespaard kan worden op de kunstverlichting.

Het gebruik van fossiele energie wordt beperkt tot het noodzakelijke gebruik voor de crematies, door het in boilers opslaan en gebruiken van de recuperatiewarmte van de ovens. Die warmte wordt afgegeven via de verluchtingsinstallatie en via de lage-temperatuur vloerverwarming. Gezien de ambitie om op het bedrijventerrein een nul-energieconsumptie te bereiken, wordt voorgesteld om zonnepanelen op te stellen in het dakvlak van het restauratieblok. De daken worden verder uitgevoerd met een witte dakbedekking om de temperatuur van het dak te verlagen en de nachtelijke uitstraling van warmte te verminderen. Het regenwater dat op het gebouw valt wordt opgevangen en gebufferd in de vijvers die in het landschap zijn opgenomen. Het regenwater wordt op locatie gebruikt voor de bevloeiing van de tuinen en patio’s en wordt op de locatie geïnfiltreerd.