Doorzoek volledige site
12 december 2013 | KEVIN MOENS

Salens Architecten refereert met Rijksarchief naar stapel papier

Wat vind je terug in een archief, naast een stoffige archivaris? Correct, bergen paperassen. Het ontwerpteam van Salens Architecten had dergelijke stapel papier in gedachten toen ze rond de ontwerptafel gingen zitten voor het Rijksarchief in Brugge. Het resultaat is een allesbehalve oubollig complex geworden, dat in 2013 de Wienerberger-prijs in de wacht sleepte tijdens de uitreiking van de Belgische Prijs voor Energie & Architectuur.
Wat vind je terug in een archief, naast een stoffige archivaris? Correct, bergen paperassen. Het ontwerpteam van Salens Architecten had dergelijke stapel papier in gedachten toen ze rond de ontwerptafel gingen zitten voor het Rijksarchief in Brugge. Het resultaat is een allesbehalve oubollig complex geworden, dat in 2013 de Wienerberger-prijs in de wacht sleepte.




Het project bestaat uit drie delen: een nieuw bouwvolume met gelijkvloerse leeszaal en bovenliggende archieven, een gerestaureerd deel van het klooster met tentoonstellingsruimte, vergaderlokalen en kantoren en een publieke ondergrondse parking voor 200 wagens.


Tentoonstellen wat opgeborgen zit

Het concept verbergt de archieven niet, maar probeert deze onzichtbare wereld juist zichtbaar te maken via zijn architectuur. Daardoor ontstaat een transparant en open gelijkvloers dat een sterke dialoog met het publieke domein aangaat en zo het erfgoed helpt ontsluiten.

Een archief is als een stapel vellen papier met uitstekende, gekartelde randen. Deze gelaagdheid is enerzijds gesymboliseerd in de keuze van een lange baksteen van Wienerberger (Terca Wasserstrich Special), die in verspringende, geaccentueerde stroken gemetst werd. De speciaal vermetselde gevelsteen van Wienerberger - gekarakteriseerd door een ruwe, oneffen structuur en een verweerde, grillige look - geeft de blinde gevel een intense, dynamische uitstraling.




Anderzijds krijgt de gelaagdheid haar vertaling in de vormentaal van het dak. Een zwevend, hellend dak dekt de archieven op een intrigerende manier af. De zwevende dakranden beïnvloeden rechtstreeks de vorm van de gevels en introduceren zo een spannende relatie tussen beiden. Hiermee ontstaat een dynamisch spel in de gevels en wordt een kleinere schaal geïntroduceerd, waarmee het nieuwe Rijksarchief zich zowel aansluit bij het grotere kloostergebouw als bij de kleinschaligere woningen aan de andere zijde.




Het dak refereert niet enkel naar een gekreukt vel papier, het speelt ook op een verrassende en gepaste manier in op het typische dakenspel van de stad Brugge en haar verordeningen. Hiermee krijgt het archief een specifieke vormentaal die geworteld is in de geschiedenis van de stad.


Buitenaanleg

De gelaagdheid van de gevels is ook terug te vinden in de lineaire opbouw van de buitenaanleg. Langwerpige, lichtkleurige elementen in architectonisch beton worden afgewisseld met stroken kleiklinkers en groen met bomen, welke verwijzen naar de voormalige kruidentuinen.




Er werd eveneens gebruik gemaakt van duurzame technieken en doorgedreven isolatie. Alle technieken zijn onzichtbaar weggewerkt in het speelse dak. Er zijn geen schouwen, uitbouwen of andere zichtbaar zodoende het concept niet verstoord wordt.

De spanning tussen open en gesloten bereikt ’s nachts haar hoogtepunt wanneer een lichtlijn de illusie wekt dat de ‘archiefdoos’ zich lijkt te openen.