Doorzoek volledige site
18 maart 2014 | JANNES ZWAENEPOEL

Archistoria: Het hart van Congo

De ingang van het museum bevond zich oorspronkelijk aan de Leuvensesteenweg. De tramsporen zijn ondertussen verleden tijd. Illustratie | KMMA / MRAC
Het Congomuseum herbergt een restaurant. Vroeger noemde het Restaurant Malin, in 1908 veranderde de naam in Restaurant Sevin. Nadien werd het La Grande Laiterie. Het gebouw wordt door bepaalde mensen nog steeds zo genoemd. Illustratie | KMMA / MRAC
Het paviljoen van de directeur was tot 1965 de privéwoning van de directeur. Tegenwoordig doet het paviljoen dienst als kantoor van de directeur en huist het de administratieve diensten. Illustratie | KMMA / MRAC
Na tientallen jaren van verwaarlozing werd er een grondige renovatie in de jaren 50 en 60 gedaan. De stalen en glazen structuur verdween en ruimde plaats voor bakstenen en beton. Illustratie | KMMA / MRAC
Een ivoren buste, gemaakt door Thomas Vinçotte, van koning Leopold II stond centraal onder de koepel. Illustratie | KMMA / MRAC
De oude muurschilderingen zijn in sommige zalen nog te zien. Koepels in het dak belichten de ruimte met een natuurlijk licht. Illustratie | KMMA / MRAC
Koning Albert I huldigt het museum in op 30 april 1910. Tal van hoogwaardigheidsbekleders zijn aanwezig, ook architect Girault. Illustratie | KMMA / MRAC
Een ongedateerde foto van de eerste groep zaalwachters. De foto zou van na 1911 zijn, maar van voor 1913. Illustratie | KMMA / MRAC
Jean Swinnens aan het werk in de kelders van het museum. Hij ontsmette en restaureerde binnengekomen objecten. Illustratie | KMMA / MRAC
De studiezaal etnografie in 1914. Deze bevond zich op de zolder van het museum. De collectie werd bewaard in eindeloze rijen muurkasten, waardoor er een grondplan nodig was om de weg te vinden. Illustratie | KMMA / MRAC
De staat van de werken in oktober 2013. Illustratie | KMMA /MRAC
De staat van de werken in december 2013. Illustratie | KMMA / MRAC
Scenograaf Niek Kortenkaas heeft de basis gelegd voor de scenografie van de permanente opstelling. De scenografie is bescheiden en zorgt ervoor dat het originele interieur zichtbaar blijft. Illustratie | KMMA / MRAC
Er worden nieuwe gebouwen geplaatst. Illustratie | Stéphane Beel
Een nieuw gebouw herbergt de receptieruimte, het cafétaria en de shop. Illustratie | Stéphane Beel
Het Petit Palais was de inspiratiebron voor het museum. Leopold II wou het volledig nabouwen, maar architect Girault wou dit niet. Illustratie | Giraud Patrick
Voor de 50ste verjaardag van het Koninkrijk België bouwde Girault het 30 hectare groot Jubelpark. Illustratie | Wikipedia
De Koninklijke Gaanderijen van Oostende werden tussen 1902 en 1906 gebouwd door Girault, in opdracht van koning Leopold II. Illustratie | Georges Jansoone
Het museum in Tervuren werd door koning Leopold II opgericht. Hij maakte de inhuldiging in 1910 niet meer mee. Illustratie | Stéphane Beel

Het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika, kortweg het Congomuseum in de volksmond, bestaat 116 jaar. Koning Leopold II richtte het in 1898 op om zijn persoonlijke kolonie te promoten. Een dikke honderd jaar later wordt het museum grondig gerenoveerd door een tijdelijke samenwerking van Stéphane Beel Architects, Origin Architecture and Engineering, Niek Kortekaas, Michel Desvigne, Arup, studiebureau RCR en Daidalos Peutz. Hoog tijd dus om het museum eens onder de loep te nemen in deze nieuwe rubriek: Archistoria!

De wereldtentoonstelling van 1897 in Brussel moest onder meer de persoonlijke kolonie van Leopold II promoten bij de Belgische bevolking. De ambitieuze vorst had het eigendomsrecht van het land verworven op de 14-statenconferentie van 1884 in Berlijn. De ruziemakende internationale machten vochten jaren om het zwarte continent. Niemand gunde elkaar het nog grotendeels onontdekte land in het hart van Afrika. Door een reeks van schimmige hulporganisaties kreeg Leopold II onder valse voorwendselen de persoonlijke controle over het rijke gebied.



Attracties

1,2 miljoen mensen bezochten het speciaal ontworpen Koloniënpaleis in Tervuren. In het park van het paleis werden verschillende attracties opgebouwd. Complete Congolese dorpen met Afrikaanse inwoners toonden de levenswijze van de vreemde inheemse bevolking. Bijzondere zoetwatervissen uit de Congolese meren verbaasden de bezoekers. Meteen na het succes besloot Leopold II om de koloniale afdeling in Tervuren open te houden en uit te breiden.

Slechts enkele jaren na de oprichting van dit Congomuseum was het duidelijk dat er een gebrek aan ruimte was. De collectiewoede van de wetenschappers verplichtte Leopold II om een compleet nieuw museum te bouwen. In 1901 begon hij Tervuren om te vormen tot zijn kleine Versailles.


Frans voorbeeld

De koning liet zijn oog vallen op de Franse neoklassieke stijl van Charles Girault, de architect van Le Petit Palais in Parijs. De koning vroeg aan Girault om een exacte kopie van het paleis te bouwen in Brussel. Hij weigerde. Als kunstenaar kon hij immers niet tweemaal hetzelfde maken, redeneerde hij. De twee konden het met elkaar vinden en Leopold II besloot om Girault in te zetten voor tal van prestigeprojecten in het nog jonge België. Zo bouwde hij de neoklassieke Koninklijke Gallerijen van Oostende, de uitbreiding van het kasteel van Laken en het 30 hectare grote Jubelpark in Brussel.

De eerste steen van het Tervurenmuseum werd in 1904 gelegd. Door de bouw van dit nieuwe complex, dat naast het Afrikamuseum ook een Chinees en Japans paviljoen, een wereldschool, een conferentiecentrum en Franse tuinen bevat, wou de Koning elan aan het nog jonge koninkrijk België geven.


Verandering

In 1908 nam het Belgische Parlement de controle over de Congo Vrijstaat. Leopold II lag onder hevig vuur door de humanitaire gevolgen van zijn winst-georiënteerde beleid. Het persoonlijke bezit van de koning werd omgedoopt tot Belgisch-Congo, tot de onderdrukte staat in 1960 de onafhankelijkheid uitriep.

Ondertussen bestaat het museum bijna 120 jaar. Elk jaar zakken er 150.000 bezoekers naar Tervuren af. Op het slotweekend kwamen er 15.000 bezoekers naar het museum, dat voor 3 jaar zijn deuren sluit. Wetenschappers werken echter verder in het verouderde gebouw. Een pop-up museum biedt samen met internationale tentoonstellingen de mogelijkheid om de collectie blijvend te bezichtigen. Verschillende topstukken vertrekken voor een beperkte periode naar andere musea, ook in het buitenland.


Bijbouwen

De architecten reorganiseren de tentoonstellingsruimtes, kinderateliers, logistieke en secundaire ruimtes. Een aantal nieuwe tentoonstellingszalen, een cafétaria-restaurant, een onthaal, auditorium en vergaderzalen zullen een plaats vinden op het uitgebreide domein. De renovatie van het domein kost 51 miljoen euro.

De collectie en de archieven verhuizen naar een nieuwe toren, die tussen het museum en het Nationaal Centrum voor Wetenschappelijk Onderzoek (NCWO) ligt. Het NCWO huist de wetenschappelijke departementen, die nu nog verspreid over vier verschillende gebouwen liggen. De laboratoria, kantoren, administratieve diensten en bibliotheken zullen allemaal naar het NCWO verhuizen. Het Koloniale paleis behoudt zijn publieke functie als een congrescentrum, multimedia bibliotheek en receptieruimte.