Doorzoek volledige site
12 mei 2014 | JANNES ZWAENEPOEL

Archistoria: De Duivel van Gent

Het Duivelsteen in Gent. Illustratie | Archeonet Vlaanderen
De Oostelijke vleugel heeft een leien zadeldak met dakkapelletjes en wordt geflankeerd door ronde traptorens met een vernieuwd kegeldak. Illustratie | Hans Sterkendries
Het bijgebouw werd in het verleden afgebroken en opnieuw neergezet. Illustratie | Ontroerend Erfgoed
Het Steen vanuit de lucht. Illustratie | Ontroerend Erfgoed
De straat is vernoemd naar Geeraard de Duivel. Illustratie | Gent Blogt
Volgens de legende dwaalt de Duivel nog steeds rond in het kasteel. Illustratie | Gent Blogt
De Duivelse Trilogie van Marc Sleen. Illustratie | Standaard Uitgeverij

De duivel is overal, zelfs in Vlaanderen. Maar vooraleer u naar de fles wijwater grijpt kan u best even in de zetel gaan zitten. Een verhaal vol intrige, geschiedenis, liefde, haat en architectuur staat u te wachten! Archistoria duikt deze keer diep in de lokale folklore om de duivel te verdrijven. Juist ja, we trekken naar het Geeraard de Duivelsteen in Gent.

Het jaar des Heren 1200, Zeger II, burggraaf van Gent krijgt een kind. De zwartharige jongen heeft een donkere huidskleur, wat hem prompt de bijnaam de Duivel oplevert. Zijn moeilijke karakter - wat later in zijn leven prominent op de voorgrond zou treden - verankert de lapnaam in de geschiedenis.

Ruim 50 jaar later bouwt Den Duyvel een Steen, een machtig slot dat toch nog de huiselijkheid van een chateau heeft. Deze schizofrenie keert terug in de latere renovaties. Het Steen ligt aan de oever van de Nederschelde, het water komt likkend tot aan de hielen van de burcht. Vreemd, de duivel houdt toch niet van water?


Sagen en realiteit

Geeraard trouwde met Margareta van Saint-Pol en later nog eens met Elisabeth van Sloten, de dochter van een rijke lakenhandelaar. Eén van de twee vrouwen schonk hem een zoon. Deze had dezelfde uiterlijke kenmerken als zijn vader en kreeg meteen de Moor als bijnaam.

De Duivel was echter niet tevreden met deze ontwikkeling en besloot zijn vrouw in een bui van dronken razernij dood te stampen. De relatie met zijn zoon zou nooit herstellen en in 1278 zou hij een plan opgevat hebben om zijn zoon door twee schippers te laten vermoorden.

Na een vete over een vrouw waar ze beiden verliefd op waren vroeg de Duivel aan zijn zoon om bij twee schippers te informeren over de paraatheid van hun schip. De Duivel zou immers een tijdje naar het Waasland trekken om zijn zoon de ruimte te geven om te trouwen met Jacoba Van Zottegem. De zoon, die onraad rook, vertrok. Niet naar de Rode Toren zelf - waar de schippers hem opwachtten - maar naar een nabijgelegen bosje. Hij wachtte en wachtte, tot tegen de avond zijn vader arriveerde.

De twee schippers hielden natuurlijk de Duivel voor de Moor en zo geschiedde: Geeraard werd in een zak van de toren in het water gegooid. Misschien meteen de verklaring voor de nervositeit van al wat duivel is in de buurt van water?


Herbestemming

Na de dood van Geeraard de Duivel werd het steen verkocht. De Stad Gent kreeg het in het begin van de 14de eeuw in handen en voerde verschillende werken uit. Zij gebruikten de burcht nadien als wapenarsenaal en gijzelhuis - een gevangenis voor schuldenaars.

Vromere bestemmingen voor het Steen werden in de 15de en 16de eeuw bedacht. Zo huisden de Broeders van het Gemene Leven er van 1435 tot 1569. Zij gaven les in de volkstaal en waren daarmee een vreemde eend in de bijt. De meeste scholen gaven immers les in het Latijn. In 1570 richtte de Katholieke Kerk het Bisdom van Gent op. Het Bisschoppelijk seminarie nam meer dan 50 jaar lang de plaats van de school over in het complex.

Dat de Duivel een ongewone aantrekkingskracht heeft werd bewezen met de inrichting van een gesticht en gevangenis in het gebouw. De Calvinisten sloten er zwakzinnigen op. De Stad kwam in 1625 opnieuw in het bezit van de burcht, waarna ze de vesting opdeelde in twee delen. Het Kuldershuis bood een slaapplek aan wezen tot 1873. Als buren hadden ze misdadigers, tot het tuchthuis in 1773 verhuisde naar de Coupure.

Moderne functies van het ridderslot houden onder meer een muziekconservatorium, brandweerkazerne en uiteindelijk het Rijksarchief in.


Renovaties

Een stenen stadswoning in het midden van de 13de eeuw was een rariteit, een uitzonderlijk gegeven dat de status quo van de stadsbuurt bedreigde. Mogelijk bouwde Geeraard zijn kasteel op de plaats van een bestaand gebouw, of was het een uitbreiding van de donjon aan de huidige Limburgstraat.

Wat er ook van moge zijn, het kasteel is een feit. En ondanks de leeftijd van het gebouw verkeert het nog in opperste staat. Helaas is dit niet meer de oorspronkelijke toestand. Geeraard trok het op in Doornikse steen, een zwartblauwe gelaagde kalksteen die zilvergrijs verweert. De vroeggotische stijl met romaanse elementen maakte deels plaats voor een hedendaagse invulling. Enkel de vierbeukige benedenzaal - de crypte in de volksmond - behield grotendeels haar oorspronkelijke staat. Hier zijn de originele kruisribgewelven nog goed zichtbaar.

Het einde van de 19de eeuw bracht naast wezen en archieven tevens een drastische renovatie. Gents stadsbouwmeester Adolphe Pauli nam het gebouw onder handen. Ook Brussels architect Arthur Verhaegen deed zijn duit in het zakje. Hij bouwde een compleet nieuwe neogotische vleugel. Verhaegen werkte in dezelfde stad ook aan die andere burcht, het Gravensteen.


Blijvende folklore

Hoewel het lijkt dat de Duivel en de Moor uitgezongen zijn, blijft de legende leven. Zelfs de legendarische Marc Sleen wijdde er drie strips aan. Ongetwijfeld dwalen de duivel en consoorten 's nachts nog rond  tussen de flankeertorentjes en de later toegevoegde kantelenrij met schietgaten.

Spokenjagers en satanisten moeten het helaas stellen met een rondje rond het slot. Enkel onderzoekers kunnen het Rijksarchief raadplegen en dus het schaakstuk betreden. Ondertussen lacht de duivel van achter één van de 13 spitsboogvensters in zijn vuistje. Een verbrande zak drijft langzaam voorbij.