Doorzoek volledige site
27 mei 2014 | RIK NEVEN

Architectura neemt de Vlaamse Bouwmeester onder de loep

Logo Vlaams Bouwmeester Illustratie | Bron: website Vlaams Bouwmeester
bOb Van Reeth, Vlaams Bouwmeester 1998-2005 Illustratie | Bron: Flickr - Foto: Filip Meutermans
Marcel Smets, Vlaams Bouwmeester 2005-2010 Illustratie | Bron: website Vlaams Bouwmeester
Peter Swinnen, Vlaams Bouwmeester 2010-heden Illustratie | Bron: De Standaard - Foto: Jimmy Kets

Met het ontslag van Kristiaan Borret is er weer bijzonder veel inkt gevloeid over zin en onzin van het bouwmeesterschap en over de concrete invulling die eraan gegeven werd en wordt door onder meer Borret en Peter Swinnen. Architectura stelt vast dat de meeste architecten het bouwmeesterschap an sich wel genegen zijn, maar dat velen zich vragen stellen bij de manier waarop het Vlaams Bouwmeesterschap vandaag wordt ingevuld.

Architectura wil een site zijn voor en van de Belgische architecten. Het is bekommerd om wat er leeft onder het architectencorps en ziet het daarom als zijn taak om in te spelen op de verzuchtingen van de architecten. Een thema dat steeds weer aan bod komt in de wandelgangen is zonder meer het systeem van de Open Oproep.

Dit artikel is een eerste in een reeks artikels waarin we trachten weer te geven hoe de Vlaamse architecten aankijken tegen het bouwmeesterschap in het algemeen en tegen de manier waarop dat onder meer via de Open Oproepen wordt ingevuld door de huidige Vlaamse Bouwmeester. Hoewel we de kritiek op Peter Swinnen als huidige Vlaamse Bouwmeester niet uit de weg gaan, is het allesbehalve de bedoeling om in deze reeks de man in plaats van de bal te spelen. Architectura wil – en dat bleek ook zo voor de architecten die we hierover gecontacteerd hebben – bovenal een positief verhaal brengen. Volgend jaar zal de overheid beslissen wie de opvolger wordt van Peter Swinnen. Voor hem (of waarom niet haar?) en ook voor de betrokken overheid is het nuttig te weten wat de architecten verwachten van het Team Vlaams Bouwmeester. Als wij als Architectura erin slagen om hier de vinger op te leggen, is onze missie geslaagd.

Positief aan het systeem van de Open Oproepen is zonder twijfel het feit dat openbare besturen begeleiding krijgen in hun zoektocht naar kwaliteitsvolle architectuur. Onder de architecten zijn er – en dat is eigen aan elke ontwerpwedstrijd of selectie – veel ‘verliezers’ ten opzichte van telkens één winnaar. Voor een select groepje van gereputeerde architecten vormt de Open Oproep een bevestiging van hun kunnen. Voor beginnende architecten kan een selectie via de Open Oproep een belangrijke opstap betekenen naar meer erkenning en naar interessante overheidsopdrachten die anders aan hen voorbij zouden gegaan zijn.

Aan de andere kant blijven er heel wat ontgoochelde architecten achter die hun inspanningen niet beloond zien. Dat gegeven is absoluut niet nieuw. Dat was ook al zo onder de ambtstermijnen van Marcel Smets en bOb Van Reeth. Het valt echter wel op dat de onvrede over de procedure van de selectie vandaag op veel meer onbegrip stuit dan vroeger. Hoewel de bouwmeester er in de eerste plaats is voor de opdrachtgevers en niet voor de architecten, kan je je toch de vraag stellen in hoeverre de Vlaamse architecten nog achter hun bouwmeester staan.

Architectura stak de voorbije weken zijn licht op bij een aantal architectenbureaus en stelde vast dat het bouwmeesterschap absoluut niet in vraag gesteld wordt en dat er ook waardering blijkt voor bepaalde realisaties van het Team Vlaamse Bouwmeester. Anderzijds blijkt dat de toekenningsprocedure voor de Open Oproepen wel vatbaar is voor grondige aanpassingen. Velen hebben het ook moeilijk met de volgens hen autoritaire manier waarop de huidige Vlaamse Bouwmeester zich opstelt ten opzichte van het brede architectencorps. 

Uit gesprekken valt op dat elke architect wel zijn eigen visie heeft over het reilen en zeilen van de Open Oproep, maar toch zijn er ook duidelijke constanten merkbaar, punten van kritiek die steeds weer opduiken. We nemen bondig de belangrijkste pijnpunten onder de loep.

 

• Voldoende draagvlak bij de publieke opdrachtgevers?

Velen stellen zich vragen bij het kleine aantal projecten dat vandaag wordt gelanceerd via het systeem van de Open Oproep. Het aantal is marginaal ten opzichte van het grote aantal overheidsopdrachten die dagelijks worden uitgeschreven.

Komt dit tegemoet aan het oorspronkelijke uitgangspunt van 1998? Wegen in dit geval de kosten - de ingezette middelen - op tegen de baten - de meerwaarde op vlak van architectuur?

Waarom is het aantal deelnemende openbare besturen zo klein en waarom zijn er zo veel projecten die werden opgestart binnen het concept van de Open Oproep die niet hebben geleid tot resultaat?

Vroeger was het aantal bekendmakingen via de Open Oproep in aantal, omvang en frequentie representatief voor Vlaanderen. Nu is dat volgens sommige architecten gedaald tot een marginaal aantal en is het niet meer relevant voor de Vlaamse overheidsopdrachten.

Hoewel alles is gestart met meer begeleiding van de bouwheer, zijn het nu vooral de ambitieuze projecten die begeleiding krijgen. Kleine projecten, die de begeleiding vaak het meest nodig hebben, vallen vaak uit de boot omwille van het hoge ambitieniveau van Team Vlaams Bouwmeester. De interesse lijkt verschoven naar grotere, complexere projecten in gemeenten die nochtans ook op eigen ondersteunende diensten kunnen terugvallen zoals AG Stadsplanning. (nvdr. AG Stadsplanning bestaat niet meer sinds 2014)

 

• Steeds in dezelfde vijver?

Een veel gehoorde kritiek is dat de Vlaamse Bouwmeester steeds in dezelfde vijver vist en dat toewijzingen van ontwerpopdrachten vaak naar een selecte groep van ontwerpers gaan, wiens gedachtegoed op dezelfde lijn ligt als dat van de bouwmeester.

We hebben op basis van gegevens op de website de frequentie onderzocht waarop dezelfde namen opnieuw terugkomen. Wat blijkt is dat sinds 2010 meer dan de helft, vier op zeven, namen zijn van bureaus die veelvuldig voorkomen in de shortlists. 77 bureaus komen opgeteld 204 keer in de shortlists voor, terwijl slechts 154 één maal voorkomen. De huidig Vlaams Bouwmeester schuift dus voor de meerderheid van zijn selecties dezelfde bureaus naar voren.

Ervaren bureaus, de oudere vaste waarden, komen in de Open Oproep zelfs totaal niet aan bod omdat de bouwheer ervan uit lijkt te gaan dat ze sowieso niet out-of-the-box kunnen denken. Veel van deze bureaus stellen zich daarom zelfs niet langer kandidaat voor de Open Oproep, wat zonde is vermits er bij deze bureaus heel wat expertise aanwezig is.

Dit wekt de indruk dat er een wig gedreven wordt tussen de ‘goeden’ en de ‘slechten’, tussen jonge beloftevolle ontwerpers en de oudere vaste waarden. Jammer, want een bouwmeester zou in eerste instantie alle betrokkenen moeten inspireren en inclusief werken. Een bouwmeester staat in de unieke positie om jong talent te doen samenwerken met bestaande ervaren expertisecentra, om chemische reacties in gang te zetten en positieve dynamieken te doen ontstaan die inclusief werken zodat niemand zich uitgesloten voelt.

In Vlaanderen zijn 6.500 architecten actief. Door voor de Open Oproep terug te vallen op een selecte groep, ondergraaft een Vlaams Bouwmeester het draagvlak bij de meerderheid van de ontwerpers. Het bouwmeesterschap trekt zich volgens sommigen terug in een select gezelschap en zo dreigt het de bredere aanhechting met het draagvlak te verliezen.

In dat opzicht vinden sommige architecten het ook jammer dat de Vlaamse Bouwmeester cavalier seul lijkt te spelen en nauwelijks overleg pleegt met de architectuurorganisaties en -instellingen zoals BVA, NAV, G30, de Orde, het onderwijs,…

 

• Geen verantwoording of transparantie over de selectie

Het stuit ook velen tegen de borst dat de Bouwmeester schijnbaar willekeurig zijn keuze kan maken. De criteria waaraan ontwerpers moeten voldoen zijn volgens hen niet duidelijk of objectief. Het samenstellen van de shortlist lijkt volgens veel architecten steeds meer op een persoonlijke bezigheid van de Bouwmeester die hiervoor geen enkele of nauwelijks verantwoording aflegt. Anderzijds kan je wel opmerken dat de Bouwmeester op zich niet verplicht is om hierover verantwoording af te leggen. Hij zou echter wel transparant te werk moeten gaan, hij moet motiveringen geven voor de selecties en dat gebeurt volgens velen nog te weinig.

Bij het begin was er een protocol waarin de bouwmeester de architecten publiekelijk te woord stond. Vanuit zijn rijpheid was bOb Van Reeth een coach voor de architectuur in Vlaanderen. Hij ontwikkelde de Open Oproep als één van de tools en procedures om, binnen het kader van de wetgeving overheidsopdrachten, iets moois te maken voor de architectuur in Vlaanderen. Marcel Smets heeft daarop zijn beurt optimaal gebruik van proberen maken. Maar nu lijkt die oorspronkelijke ambitie verdwenen en is de klemtoon verschoven. Van een coach die bouwheren begeleidt, en daarvoor allerlei methoden en concepten voor ontwikkelde, is het bouwmeesterschap geëvolueerd naar een curator die aan de hand van een handvol modelprojecten Vlaanderen (en daarmee zichzelf) internationaal op de kaart tracht te zetten. Dit voldoet aan het vooropgestelde profiel van de Vlaamse overheid, maar of Vlaanderen daar behoefte aan heeft, valt te betwijfelen.

 

• Geen verantwoording over het algemene functioneren van de bouwmeester

Omdat de Vlaamse Bouwmeester toch wel een cruciale rol speelt in het Vlaamse architectuurlandschap, zou je toch mogen verwachten dat de Bouwmeester en zijn team regelmatig verantwoording moeten afleggen over hun beleid, maar dat blijkt in de praktijk te weinig het geval te zijn.

In de Ambitienota 2010 – 2015 werd er gewag gemaakt van de oprichting van een Bouwmeesterraad. De omschrijving luidde:

Om te vermijden dat we gaandeweg in onze eigen gedachten of ambities zouden verdwalen, zullen de visies, acties en doelstellingen van het Team Vlaams Bouwmeester zowel inhoudelijk als operationeel geregeld onderworpen worden aan de externe blik van een groep experten. Deze zorgvuldig samengestelde Bouwmeesterraad zal alle beleidsdomeinen en maatschappelijke disciplines bestrijken, zowel lokaal, regionaal als internationaal, die relevant zijn voor de werking van het Team Vlaams Bouwmeester. De experten die erin zetelen, zullen worden gevraagd om wars van dogma’s te reflecteren over wat ons allen bezighoudt, namelijk de ontwikkeling van een intelligente, genereuze en toekomstgerichte bouwcultuur.”

Voor zover geweten stond de eerste vergadering van de Bouwmeesterraad gepland op 27 juni 2013. Hiervan werd geen verslag opgemaakt of het is in ieder geval niet te vinden. Intussen hebben we wel vernomen dat de derde bouwmeesterraad zal doorgaan op 1 juli.

Velen stellen zich ook vragen bij de samenstelling van de Bouwmeesterraad. Deze bestaat volgens hen hoofdzakelijk uit getrouwen, waaronder de twee voorgaande Vlaamse Bouwmeesters. Actieve, bouwende architecten worden hierin nauwelijks of niet vertegenwoordigd. Hierdoor is er te weinig ruimte tot zelfkritiek en reflectie.

 

• Buitenland boven?

Vanwaar de obsessie voor buitenlandse ontwerpers, vragen veel architecten zich af. Zijn we binnen het Vlaamse ontwerplandschap dan niet meer in staat iconische projecten neer te zetten?

Maatschappelijk belangrijke opdrachten gaan veelvuldig naar buitenlandse ontwerpers. We hebben op basis van de gegevens op de website onderzocht hoeveel buitenlandse bureaus tijdens de ambtstermijn van de huidige Vlaamse Bouwmeester op de shortlists voorkwamen. Van de 231 bureaus die we in de shortlists telden, hadden maar liefst 85 een andere nationaliteit. Dat is meer dan één derde. 

Vlaamse architecten krijgen de indruk dat ze voor prestigeopdrachten pas kans maken indien ze via co-auteurschap met buitenlandse ontwerpers samenwerken.

Het feit dat de eigen ontwerpers weinig aan bod komen voor dergelijke opdrachten, heeft ook repercussies voor buitenlandse opdrachten. Door deze gang van zaken kunnen de Vlaamse ontwerpers nauwelijks nog referentieopdrachten voorleggen om kans te maken in het buitenland. Dat leidt tot een steeds grotere penetratie van buitenlandse bureaus in het Vlaamse architectuurlandschap zonder dat daar een interactie in de andere richting tegenover staat.

Volgens sommige architecten past dit in zijn strategie om Vlaanderen internationaal op de kaart te zetten. Met enkele toonaangevende projecten met de beste architecten uit binnen en buitenland wil hij Vlaanderen en zichzelf als curator een internationale naam en reputatie geven. Dat deze werkwijze tot sterrenarchitectuur leidt en sterrenarchitecten maakt is te betreuren, maar past in het tijdsbeeld van stadsiconen en het bijhorend  architectuurtoerisme. Deze gebouwen zijn bovendien ontzettend duur en meestal niet beter.

 

• Ivoren toren

Een veel gehoorde kritiek is dat de huidige bouwmeester vanuit een ivoren toren de architecten gadeslaat en te weinig in dialoog gaat met het werkveld. Waar bOb Van Reeth zich vanuit zijn rijpheid opstelde als een soort coach voor de architectuur en voor de architecten in Vlaanderen, was die relatie al veel minder sterk aanwezig bij Marcel Smets en is ze nu helemaal verdwenen. Veel architecten ervaren Peter Swinnen niet als “één van ons”, maar wel als “één boven ons”. Daar is evenwel niet iedereen het mee eens. Door initiatieven zoals het Atelier Bouwmeester en de Smalltalks worden er wel degelijk inspanningen gedaan om met het werkveld in contact te komen, ook al zijn die volgens anderen weinig interactief, erg academisch en voor een select gezelschap.

 

• Het positieve alternatief

Kritiek geven is gemakkelijk, maar zeggen hoe het beter kan, is een andere zaak. Nochtans kwamen er tijdens onze gesprekken met architecten heel wat concrete suggesties naar boven. Eén suggestie was om het bouwmeesterschap te ‘depersonaliseren’. Naar het Nederlands model zouden overheden zich kunnen beroepen op één of meerdere adviseurs  In Nederland vormen de zogeheten Rijksadviseurs samen het College van Rijksadviseurs, met de Rijksbouwmeester als primus inter pares (eerste onder zijns gelijken).  

Een dergelijk college, of bouwmeesterraad, zou verkozen kunnen worden voor een tijdelijk mandaat. De aanstelling zou kunnen gebeuren in samenspraak met middenveldorganisaties, beroepsorganisaties en het onderwijs. Op deze manier ontstaat een cluster van kennis en kan een duurzaam beleid worden uitgebouwd dat de beleidsdomeinen overstijgt.

Een dergelijk Vlaams college kan bovendien richtinggevend werken voor de diverse stadsbouwmeesters, ook met het oog op de toekomstige aanstellingen. Het vormt de basis van een netwerk van bouwmeesters (zowel top-down als bottom-up) die kunnen werken aan een geïntegreerde allesomvattende visie, zowel op Vlaamse niveau als op het niveau van de steden en gemeenten. Het voorkomt dat visies wijzigen telkens een bouwmeester wordt vervangen of voorkomt discrepantie tussen de visies van de Vlaamse Bouwmeester en de diverse Stadsbouwmeesters.

Dit zou volgens een aantal architecten de beste garantie zijn voor een integraal, geïntegreerd functionerend en breed gedragen bouwmeesterschap.

 

• Wat verwachten architecten van de Vlaams Bouwmeester?

Ook over deze vraag zijn de meningen verdeeld, maar bepaalde visies komen vaak terug. De Vlaams Bouwmeester zou samen met onderwijsinstellingen aan een gedegen opleiding moeten werken en een brug vormen tussen opleiding en de praktijk. De bouwmeester zou samen met de beroepsorganisaties aan een eerlijke verloning kunnen werken zodat er bij de professionelen ruimte ontstaat voor investeringen in kennis, expertise en human resources.

De bouwmeester zou ervoor moeten zorgen dat jong talent een plaats krijgt binnen bestaande samenwerkingsverbanden, waarin in de loop der jaren kennis, ervaring en expertise is verzameld en opgebouwd. Op deze manier ontstaat er een continuïteit en dynamiek en krijgen jonge professionals een kans door middel van een vliegende start.

De bouwmeester zou vooral ook een bruggenbouwer kunnen zijn. Hij bouwt bruggen tussen de verschillende agentschappen en beleidsdomeinen zowel op politiek als ambtelijk niveau. Hij bouwt bruggen tussen de verschillende disciplines zoals architectuur, stedelijke ontwikkeling, infrastructuur, kunst, interieur architectuur, e.a. En hij bouwt ook bruggen tussen jonge ontwerpers en gevestigde waarden, en tussen onderwijs en het werkveld.

Eventueel kan een bouwmeester ook boekdelen publiceren, die architecten vervolgens kunnen gebruiken als een hefboom waarmee ze opdrachtgevers kunnen overtuigen om voor vernieuwende kwalitatieve architectuur te gaan, maar bovenal werkt de bouwmeester een procedure uit voor wedstrijden die garant staat voor een billijke en transparante toekenning van opdrachten.

Architecten verwachten een bouwmeester waarvan de visie niet domineert maar die inspireert en stimuleert om consequent een eigen visie te ontwikkelen en uit te dragen. Het zou iemand moeten zijn met een zekere staat van dienst, die bewezen heeft dat hij begeesterend kan werken en vanuit een helikopterperspectief naar het beroep kan kijken en als dusdanig ook wordt gerespecteerd door alle stakeholders.

 

Aanzet voor een artikelenreeks – ook uw mening telt

Dit artikel vormt een eerste aanzet voor een reeks artikels over de bouwmeester. In volgende artikels willen we dieper ingaan op bepaalde aspecten en willen we ook architecten, opdrachtgevers en graag ook de bouwmeester zelf aan het woord laten over deze complexe thematiek. Hopelijk slagen we er zo in om een genuanceerd beeld te schetsen over de visies en verwachtingen van de architectuurwereld over hun bouwmeester(s).  Hebt u zelf ook een uitgesproken visie over het bouwmeesterschap en wil u die graag delen met uw collega’s? laat het ons zeker weten.