Doorzoek volledige site
26 februari 2010

Vlaams Bouwmeester lanceert dossier ‘Infrastructuur in context’

Op een congres in Gent stelde Vlaams Bouwmeester Marcel Smets het dossier Infrastructuur in context voor. Hiermee wil hij opdrachtgevers en ontwerpers van grote infrastructuurprojecten goede voorbeelden aanreiken van projecten die de voorbije 10 jaar in Vlaanderen verwezenlijkt zijn.

Op een congres in Gent stelde Vlaams Bouwmeester Marcel Smets het dossier Infrastructuur in context voor. Hiermee wil hij opdrachtgevers en ontwerpers van grote infrastructuurprojecten goede voorbeelden aanreiken van projecten die de voorbije 10 jaar in Vlaanderen verwezenlijkt zijn.

Van bij de aanvang van zijn mandaat vestigt Vlaams Bouwmeester Marcel Smets de aandacht op het belang van infrastructuur als hefboom voor een kwaliteitsvolle publieke ruimte. Op 25 februari  organiseerde het Team Vlaams Bouwmeester een congres rond dit thema en stelden zij het dossier ‘Infrastructuur in context’ voor. Doel van beide initiatieven is opdrachtgevers en ontwerpers van grote infrastructuurprojecten goede voorbeelden aan te reiken van projecten die de voorbije 10 jaar in Vlaanderen verwezenlijkt zijn.
Zowel Vlaams Bouwmeester als Minister van Openbare Werken en Mobiliteit, Hilde Crevits legden tijdens het congres de nadruk op het belang van een geïntegreerde aanpak van infrastructuurprojecten voor het creëren van een zo breed mogelijk draagvlak.

 

Grote infrastructuurprojecten zijn in Vlaanderen de afgelopen maanden en jaren vaak het onderwerp geweest van verhitte discussies in de media, de politiek en tussen burgers onderling. Veelal lag het creëren van een zo breed mogelijk draagvlak voor deze projecten – of het gebrek daaraan – aan de bron van deze discussies. Wegen, fiets- en voetgangersverbindingen, tram- en busbanen, wachtaccommodaties en perrons mag men niet louter technisch en functioneel bekijken. De kwaliteit van het ontwerp hangt samen met de inbedding in de omgeving en de integratie van duurzame en maatschappelijk verantwoorde aspecten. Een ‘goed’ ontwerp maakt in deze visie inherent deel uit van de publieke ruimte. En dit vraagt telkens opnieuw maatwerk en een originele visie en aanpak van zowel opdrachtgever als ontwerper.

“Infrastructuur maakt een wezenlijk deel uit van het werkveld van de Vlaams Bouwmeester. Naar analogie met de ‘cel scholenbouw’ en de ‘kunstcel’ werd daarom een cel infrastructuur uitgebouwd, met drie projectbegeleiders”, zegt Marcel Smets. “De voorbije 10 jaar worden we steeds meer betrokken bij het ontwerp van omvangrijke infrastructuurprojecten in Vlaanderen. Dat voor specifieke projecten het advies van de Bouwmeester verplicht is, heeft hier zeker aan bijgedragen. Maar opdrachtgevers hechten ook meer belang aan een kwaliteitsvolle, doordachte aanleg van infrastructuurprojecten. Zeker als die qua schaal en impact het lokale niveau overstijgen.”

Om aan dit toenemend belang tegemoet te komen en vanuit zijn rol als de bewaker van de architecturale kwaliteit in Vlaanderen ondernemen Vlaams Bouwmeester en zijn team tal van initiatieven om opdrachtgevers en ontwerpers van infrastructuurprojecten te stimuleren. De organisatie van het infrastructuurcongres en de lancering van het dossier zijn twee voorbeelden van initiatieven om hen aan te zetten vanuit een geïntegreerde visie te werken.


 

Het dossier “Infrastructuur in context”

 Het infrastructuurdossier is de tweede van een reeks uitgaven waarin thema’s die de Vlaams Bouwmeester nauw aan het hart liggen, belicht worden. Dit tweede dossier richt zich naar publieke opdrachtgevers.  Tegelijk wil het ontwerpers prikkelen die deze complexe uitdaging durven aangaan.
Tien jaar is een korte tijdspanne voor verschuivingen in de infrastructuursector. Veel projecten bevinden zich in studiefase, maar de gerealiseerde projecten mogen zeker gezien worden. Ze bieden een optimistisch perspectief op de verdere uitwerking van geïntegreerde processen. Het stedelijk plateau in Turnhout en de heraanleg van de bruggen over het Albertkanaal zijn maar enkele voorbeelden van projecten die tijdens het congres en in het dossier Infrastructuur aan bod komen.
 
Het stedelijk plateau in Turnhout

In Turnhout vormden het samenkomen van het mobiliteitsplan, het structuurplan van de stad, het streefbeeld van de ringweg rond Turnhout en de uitbreidingsplannen van het ziekenhuis de aanleiding om voor een geïntegreerde en strategische aanpak te gaan.

De ringweg slibt dicht door onvoldoende capaciteit en de files tijdens de spitsuren maken van de binnenstad een gedroomde sluiproute voor doorgaand verkeer. Bovendien ontmoedigt het steeds toenemende autoverkeer fietsgebruik. De plannen voor de aanleg van een Noord-Zuidverbinding dwars doorheen de Kempen en 200 hectare extra industriegebied, zullen de verkeersdruk de komende jaren alleen maar verhogen.

    


Omdat bij het complexe project een groot aantal actoren betrokken zijn, sloten de stad Turnhout en de Vlaamse Regering een stadscontract af. In zo’n stadscontract staan projectspecifieke afspraken rond samenwerking, timing en rol van de verschillende overheidsdiensten. De administratieve procedures moeten daarmee een stuk vlotter verlopen. Aan Vlaams Bouwmeester en zijn team werd gevraagd het project te begeleiden. Zo stelde hij in een eerste fase een voorbereidend projectregisseur aan die de stad ondersteunde bij de opmaak van een globale visie en bij het helder definiëren van het project. In een tweede fase organiseerde Vlaams Bouwmeester een Open Oproep voor de opmaak van een masterplan voor het stedelijk plateau. Het geselecteerde ontwerp is nu uitgewerkt tot een definitief masterplan dat zal dienen als kader voor diverse toekomstige plannen en realisaties in het gebied.

 

Het stedelijk plateau is een voorbeeldig project omdat het tot stand kwam via een goed parcours. Meer bepaald als een geïntegreerde opgave die niet alleen over infrastructuur, maar ook over landschap, stedenbouw en publieke ruimte gaat. Daarnaast scharen verschillende actoren, beleidsdomeinen en beleidsniveaus zich door het afgelegde parcours eensgezind rond één geïntegreerd toekomstplan.

Het verhogen van de bruggen over het Albertkanaal

Het Albertkanaal is een schakel in het Europese waternetwerk en daardoor één van de belangrijkste kanalen van Vlaanderen. De voorbije jaren steeg de trafiek met 70%. Om een aantrekkelijk alternatief te bieden voor het dichtslibbende wegverkeer en een bijdrage te leveren aan een duurzamere mobiliteit moet het nog beter. Vandaar dat Vlaanderen en de bevoegde Vlaamse waterwegbeheerder, nv De Scheepvaart, resoluut kiezen voor de modernisering van het Albertkanaal.


Deze operatie omvat niet alleen de capaciteitsuitbreiding van de sluizen en de verbreding van het kanaal. Ook de bruggen moeten een vrije onderdoorvaarthoogte hebben van 9,10 m.
Om hieraan te voldoen moeten in totaal een 30 van de 57 bruggen over het Albertkanaal herbouwd worden.

 

De voorstellen voor het bouwen van deze bruggen leggen een sterke focus op de betekenis die ze kunnen hebben in hun directe omgeving. Ze zijn veel meer dan een kanaaloversteek maar bieden levendige en meervoudige publieke ruimtes, die kunnen functioneren als hefboom voor stedelijke, recreatieve of landschappelijke ontwikkeling.

Het verhogen van de bruggen over het Albertkanaal wordt beschouwd als een voorbeeldig project  omdat het lovenswaardig is dat De Scheepvaart besloot deze operatie open te trekken naar een proactieve en projectmatige aanpak die het technische overstijgt en meerwaarde zoekt op architecturaal, landschappelijk en stedenbouwkundig vlak.

Het Dossier ‘Infrastructuur in context’ wordt verspreid aan Vlaamse opdrachtgevers en ontwerpers uit de databank van Vlaams Bouwmeester. Het dossier kan bovendien worden aangevraagd via mail naar bouwmeester@vlaanderen.be  met vermelding ‘Aanvraag Dossier Infrastructuur in context.