Doorzoek volledige site
08 oktober 2014 | FILIP CANFYN

Steen&Been (column Filip Canfyn): bMa, HE BEGINS AGAIN!

BMa Man of Thoughts Illustratie | ww.wbarchitectures.be
Filip Canfyn.
Bouwmeester - Maître Architecte (bMa) van het Brussels Gewest Olivier Bastin. Illustratie | log.humanimpactsinstitute.org

Tweewekelijks kruipt huiscolumnist Filip Canfyn in zijn pen voor Architectura.be en onderwerpt hij het architecturale reilen en zeilen aan een kritische blik in zijn column Steen&Been. Ditmaal neemt hij het boek 'bMA-Man of thoughts' van de eerste Bouwmeester - Maître Architecte (bMa) van het Brussels Gewest Olivier Bastin onder de loep. 

"In precaire bouwmeestertijden is het niet onverstandig eens over de eigen schouder te kijken. Naar Brussel bijvoorbeeld. Voor sommigen wellicht een slecht voorbeeld want daar zit een bouwmeester (bMa), die eigenlijk weinig pers haalt en niet voor het einde van zijn mandaat publiekelijk opgeofferd wordt. Zo iemand is ofwel zeer sterk ofwel zeer ongevaarlijk.

Olivier Bastin doet binnenkort zijn licht uit, de kandidaat-opvolgers lopen al warm en een korte tentoonstelling met boek (bescheidenweg “bMa – Man of thoughts” genoemd) moet de voorbije vijf jaar afsluiten. Ik dook in dit boek (vooral lezen en weinig prentjes bekijken) om wat inspiratie voor Vlaanderen en Antwerpen op te doen. Je weet maar nooit voor wat het nog goed kan zijn …

 

In het interview met Bastin antwoordt deze op de vraag waarom hij bouwmeester wilde worden: “Misschien de Don Quichote in mij? Eigenlijk hebben veel architecten een beetje Don Quichote in zich.” (p. 43) Bastin en Sarkozy, blijkbaar één strijd: bouwmeester van Brussel of president van Frankrijk, het is een kwestie van goesting én van de eigen behoefte om stad of land te redden. Dit telt als quote!

In hetzelfde interview ziet Bastin een duidelijke taak voor zijn opvolger: “Op de tafel kloppen om partners zover te krijgen dat ze hun oude gewoonten laten vallen.” (p. 55) Olivier Quichote heeft zelf blijkbaar alleen maar windmolens gezien.

 

Een aantal ontwerpers, meedenkers en opdrachtgevers mogen vervolgens een stukje schrijven, dat veel weg heeft van een klassieke nieuwjaarsbrief vol beste wensen en goede voornemens. Ongevaarlijk dus. Zoals elke tekst in het boek worden ook deze opstelletjes in het Engels gepleegd (dus vertaald) want zo denkt men in Brussel met tweetaligheid te moeten omgaan. Ik blijf dit een foute want ridicule optie vinden.

Peter Swinnen heeft als Vlaams Bouwmeester hopelijk zijn boodschap drie maanden of meer geleden geschreven. Hij wenst immers de beleidsmakers de moed toe om de bouwmeester als een onafhankelijke bondgenoot en niet als de pest te beschouwen en hij maant hen tevens aan te “zorgen voor een regionale kwaliteitskamer met de bouwmeester als voorzitter” (p. 104). Vandaag klinkt dit advies een beetje raar.

 

Het boek eindigt met bijna honderd bladzijden verplichte prentjes van prestaties, die mij eerlijk gezegd weinig overtuigen. Ik vrees zelfs dat we binnen twintig jaar het NEO-project op de Heizel en de nieuwe BNP Paribas Fortis-hoofdzetel naast de Bozar niet op de erelijst van duurzame stadsprojecten met langlopende relevantie zullen vinden. Plus était en vous, bMa?

Ja, het boek laat mij op mijn honger, zoals de passage zelf van Olivier Bastin niet voor een volle maag in Brussel gezorgd heeft. Bouwmeester zijn is duidelijk geen geschenk: ben je er niet, dan moet je uitgevonden of afgedwongen worden, ben je er wel, dan word je doodgezwegen of toegeschreeuwd. En wat met Bastin niet lukte zal misschien nog veel moeilijker lukken met iemand anders. Olivier bezielde en bezwangerde met zijn karrevracht aan empathische kwaliteiten. Ik zie deine kadee geirn. J’aime ce gamin. En voor de lezers van het boek: I love the guy."