Doorzoek volledige site
30 augustus 2013 | NJ

De Praatstoel: Stéphane Beel

De Dag van de Architectuur stelt dit jaar onder meer Cultuurhuis de Warande in Turnhout en het politiecommissariaat van Brugge open voor het publiek, twee projecten van Beel & Achtergael Architecten. Architectura kon Stéphane Beel een tijdje geleden overtuigen voor een passage langs de praatstoel en laat hem nu opnieuw aan het woord over realisaties en inspiraties.

De Dag van de Architectuur stelt dit jaar onder meer Cultuurhuis de Warande in Turnhout en het politiecommissariaat van Brugge open voor het publiek, twee projecten van Beel & Achtergael Architecten. Architectura kon Stéphane Beel een tijdje geleden overtuigen voor een passage langs de praatstoel en laat hem nu opnieuw aan het woord over realisaties en inspiraties.




Stéphane Beel. (Foto: tweewaters.be)


Over welk eigen gerealiseerde projecten bent u het meest fier en waarom?

Ik kan moeilijk een kind voortrekken. Het is wel zo dat er mijlpalen zijn, sterkere momenten dan andere. Soms uiten diezich meteen, soms ook achteraf. Museum M en Villa M te Z kan ik beschouwen als zulke mijlpalen. Villa M te Z is nu bijna 20 jaar oud en het was een van mijn eerste woningbouwprojecten waaraan ik ook zelf heb meegebouwd.  Met het project won ik in 1988 de belangrijkste internationale prijs van dat moment: de ‘International ''Eternit'' Prize voor individuele woningbouw.

Nieuwe opdrachtgevers vind ik verder ook een experiment voor elk gebouw dat zal volgen. Niet zozeer in de zin van echt experimenteren maar eerder om hen bewust te maken van het feit dat ze niet hetzelfde gaan krijgen, hoewel de basisgedachte altijd wel hetzelfde blijft. Er is altijd een bepaalde evolutie die men doormaakt waar men continu op voortbouwt.


    

Museum M te Leuven en Villa M te Z, ontworpen door Stéphane Beel
Fotograaf (links): Johnny Umans



Welk project van een andere Belgische architect is voor u een schot in de roos?

Ik ben erg streng voor mezelf, dus ben ik ook streng voor anderen. Ik kan zeker andere architectuur appreciëren maar vaak zijn het vooral bepaalde deelaspecten die mij kunnen bekoren. Zo zijn er zaken van Coussee & Goris die mij ontroeren, net zoals aspecten van OFFICE Kersten Geers David Van Severen, maar ook werk van andere architecten.

Men vergeet in elk geval te vaak dat we veel goede architecten hebben hier in Vlaanderen. Ik vind dat de keuze van de Vlaamse bouwmeester bij grote projecten te vaak naar buitenlandse architecten gaat, waardoor Vlaamse architecten te weinig kansen krijgen en bijna genoodzaakt zijn zich te associëren met de buitenlandse.


Welke buitenlandse architecten ziet u als uw grote voorbeelden?

Algemeen kan ik het werk van Herzog & De Meuron wel smaken, net zoals dat van SANAA en OMA. Maar evengoed ook projecten van Gigon/Guyer Architekten en Aires Matheus.  Spanje en Japan zijn qua architectuur ook sterk bezig. Italië laat het tegenwoordig dan weer een beetje afweten. De Zwitserse architect Luigi Snozzi moet ik misschien ook vermelden.


Wat zijn volgens u de meest geslaagde recente bouwprojecten in het buitenland?

Meestal gaat het ook hier om deelaspecten die me erg boeien zoals bij de thermen van Vals van architect Peter Zumthor. Hierin spreekt me vooral de wijze van openingen maken aan, naar de omgeving toe, net zoals de wijze van organisatie van het complex. Tezelfdertijd heb ik er echter ook commentaar op.



De thermen van Vals, ontworpen door Peter Zumthor



Welke jonge architect in Vlaanderen maakt momenteel veel indruk op u?

OFFICE Kersten Geers David Van Severen heb ik al vernoemd. Ik vind het belangrijk dat men jonge bureaus de tijd geeft om te groeien.  OFFICE heeft meegedaan aan tal van interessante wedstrijden in het buitenland en heeft er bovendien ook enkele gewonnen. Zo heeft het jonge bureau een opdracht voor het bouwen van een stad. Bij het ouder worden ga je misschien gereserveerder te werk om zulke dingen aan te pakken. Je bent immers ingrijpend bezig voor al die mensenlevens.


Wat vindt u zo boeiend aan uw job als architect?

Wat ik zo boeiend vind aan mijn job is de variatie, elke project draait om iets anders. Je wordt gevraagd na te denken over interessante vraagstukken die van belang zijn in de organisatie van mensenlevens, over de zogenaamde schoonheid en over het zuiver organiseren van een mensenleven. Hoe doe je dat? Hoe maak je het boeiend? Hoe kun je mensen elkaar laten ontmoeten? Bovendien krijg je de kans dingen te laten zien die op de plek aanwezig zijn. Maar hoe kan je dit het best tot zijn recht laten komen?

 
Welke ontmoeting is bepalend geweest voor uw verdere architecturale ontplooiing?

Die vraag stel ik mezelf geregeld, zonder er evenwel constant mee bezig te zijn. Je wordt vooral gevormd in je opleiding en je ontplooit ook jezelf; je gaat zelf op stap met andere architecten en architectuurstudenten en op een bepaald moment verloor ik mezelf in architectuur. Een ontmoeting die me wel is bijgebleven, is deze met Alvaro Siza in het kader van een lezing over museale gebouwen en gebouwen die iets met kunst te maken hadden.


Faits divers

1.     Welke job zou u nu uitoefenen als u geen architect was?

Misschien archeoloog. Het zou altijd een job zijn met betrekking tot het maken van dingen. Dit zit eigenlijk in veel jobs. Archeologie bevat minder het ‘maken’ maar focust eerder op het onderzoeken van dingen die reeds gemaakt zijn. Anderzijds kun je daar misschien ook weer iets mee maken, eerder reconstrueren.

2. Waar hebt u uw architectuuropleiding gevolgd?

Sint Lucas Gent en het hoger Architectuurinstituut van de stad Gent.

3. Bij wie hebt u stage gelopen?

Ik heb eigenlijk stage gelopen in eigen projecten, dus niet op de traditionele manier. Zo heb ik onder begeleiding van Luk Morel de provinciale zetel van de Bacobbank ontworpen. Ik ben natuurlijk wel te rade gegaan bij andere architecten, o.a. mijn neef, die aan het werk waren om mij kundig te maken in allerlei zaken.

4. Wat was de titel van uw eindwerk?

Een architectuurschool. Het vooronderzoek heb ik gedaan met Marc De Kooning (broer van Emiel De Kooning). Ik vond de toenmalige architectuurscholen te weinig praktijkgericht, nog steeds eigenlijk.  Ik ontwierp o.a. kamers waarin geëxperimenteerd kon worden met materialen.

5. Favoriet architectuurboek:

Het boek van Philip Johnson over Mies van der Rohe, toen Mies nog volop bezig was met architectuur. Het betreft een kleinood en is niet meer verkrijgbaar in de handel.

6. Favoriet ander boek:

‘De baron in de bomen’ van Italo Calvino over een jongen die zich niet kan aanpassen aan de maatschappij.Ook het boek 'De heilige wereldoorlog’  van Jef Lambrecht.



De heilige wereldoorlog door Jef Lambrecht



7. Favoriete film:

 

Mijn favoriete regisseur is Michelangelo Antonioni. Zijn film ‘Il Deserto Rosso’ heb ik gezien in mijn studententijd en geeft goed de poëtische kracht van het beeld weer maar ook ‘Profession Reporter' heb ik onthouden. Er zijn ook hedendaagse regisseurs die ik belangrijk vind. Zo is ook de recente film ‘Brokeback Mountain’ van Ang Lee me bijgebleven.

 



Fragment uit ''Il Deserto Rosso'' van Michelangelo Antonioni

 

Filmtrailer van ''Brokeback Mountain'' van Ang Lee


 

8. Favoriet tv-programma:

Als ik tv kijk, kijk ik naar informatieve programma’s maar soms kan ik me er ook aan ergeren.

9. Favoriete muziek:

Ik hou van muziek die gemaakt is met liefde voor het vak. Zoals deze van componiste Jacqueline du Pré. Ik heb ook ooit een ontwerp gemaakt op de vierde symfonie van Mahler. Ik geniet niet alleen van klassieke muziek maar ook van blues, funk, Motown,… Meestal gaat het over periodes. De Jazz van Lester Bowie kan ik ook smaken maar ook de repititieve muziek van Reich met een choreografie van Anne Teresa De Keersmaeker. Want naast muziek heb ik ook een passie voor dans. Zo ben ik gaan kijken naar Pina Bausch in het Tanztheater in Wuppertal.


   

 
Youtubefilmpje van Pina Bausch



10. Favoriete Vlaamse stad:

Zowel Brussel als Gent hebben hun kwaliteiten. Brussel is de enigste grootstad in België die die naam waardig is. Brussel is een soort wereldstad.
Gent daarentegen is een stad met een rijk verleden waar ook nog veel werk aan is. Het is een complete stad waarin de universiteitsstad en het gewone leven elkaar bufferen. Aan Gent echter ontbreekt het grote gebaar.

 

11. Actief of passief sportbeoefenaar?

Tijdens mijn vakantie ga ik actief zwemmen. Vroeger was ik op verschillende terreinen actief, onder andere lopen, maar ik was verplicht het om gezondheidsredenen af te bouwen. Passief volg ik de Ronde van Frankrijk, vooral wanneer ze de bergen in trekken.  Ik ben zelf ooit met de fiets naar Zwitserland gegaan.  Je kan meer appreciatie opbrengen voor de sporters als je het zelf hebt beoefend, meegemaakt.