Doorzoek volledige site
09 april 2019 | FILIP CANFYN

Steen & Been: Paasessay

Illustratie | Gompels&Svacina

Onze huiscolumnist Filip Canfyn heeft deze week geen zin in satire of tongue in cheek. Hij is kwaad. Het pessimisme van zijn nieuwe boek ‘Waarom ruimte, energie en mobiliteit problemen zullen blijven’ (Gompel&Scavina) wordt véél te veel bevestigd. Hij ventileert zijn gramschap in een paasessay.

Ik lees in de bestseller ‘Opperduitsland’ van Alexander Schimmelbusch een zwarte tekening van ons maatschappelijk bestel. Hij stelt dat vandaag post-ideologie en de-solidarisering regeren, dat vandaag de overheersing van een uniform individualisme vertaald wordt in een democratisering van de constante consumptie. Kortom, het mag allemaal worst wezen als de eigen brokken maar beschermd worden.

Ik lees in een opiniestuk van filosoof Ignaas Devisch een kras verhaal over de huidige de-ideologisering. Hij wantrouwt het gebruik van termen als realisme, pragmatiek en redelijkheid, termen, die zichzelf vrij pleiten van elke ideologie én zichzelf gewillig beladen met een natuurlijke superioriteit. Wie realisme predikt pleit eigenlijk voor het behoud van de heersende orde en dus voor cynisme want het status quo is nu net het grote gevaar voor bijvoorbeeld het klimaat. Onrealisme is en blijft een conditio sine qua non voor grote historische stappen, zoals de Europese Unie, de mensenrechten en inderdaad die klimaatbescherming. Nieuwe ideeën starten per definitie zonder draagvlak. Maar ja, een schrijver en een filosoof, who cares?
 

"Wat leer ik uit dit alles? Dat wie niét wil veranderen zichzelf voordoet als een goede huisvader en de transitiepleiters wegzet als valse boodschappers met een ideologische agenda."


Ik lees in de studie ‘Monetariseren van de impact van urban sprawl in Vlaanderen’ (Departement Omgeving, VITO, Common Ground, VRP) over de maatschappelijke kosten van de verspreiding van bebouwing. De Vlaamse Overheid ontkent al niet meer dat het ruimtelijk resultaat van het (non-)beleid een verstedelijkingsproces is met een lage en monofunctionele dichtheid en met een hoge auto-afhankelijkheid, inclusief een sterk groeiende pendelafstand. Hier is het ook geen nieuws meer dat per dag 6 ha méér ruimtebeslag geboekt wordt voor woningen en voorzieningen. Toch bedragen de kosten voor mobiliteit per huishouden tot 2 maal meer in verkavelingsland, dus in de niet-stad. Toch bedragen de kosten voor infrastructuur per gebouw tot 7 maal meer in verkavelingsland. Toch bedragen de kosten voor ruimtegebruik per gebouw tot 4,5 meer in verkavelingsland. Een simulatie wijst uit dat, wanneer het ruimtebeslag beperkt wordt tot 0 ha/dag, tegen 2050 15 miljard euro kan bespaard worden. Wanneer open ruimte nog eens teruggewonnen wordt kan de bonus 25 miljard euro worden. De betonstop kost niet maar brengt op.

Ik lees in de krant dat het aantal bouwvergunningen in Vlaanderen in 2018 met welgeteld één derde gestegen is, terwijl Brussel en Wallonië een terugval van 19% en 7% noteren. Het artikel meldt dat de betonstop geen bouwstop wordt maar een bouwshift: er wordt nog snel een voorraadje aan compacte woonunits opgepot. Maar ja, een studie en een statistiek, who cares?

Het zal dus van de grote spelers moeten komen, denk ik dan.
Ik lees in het recht van antwoord van Matexi op mijn column (‘Schaakmat-exi’ op architectura.be) dat de voorwaarden voor een transitie niet goed liggen: de viergevelwoning blijft het preferentiële type van de klant en de overheid blijft, ondanks de ambities rond betonstop en verdichting, voor een onzekere context zorgen door een gebrek aan concrete maatregelen en sluitende wetgeving. Matexi bekent eigenlijk in dit pleidooi pro domo (woordspeling!) vandaag geen game changer te worden.

Ik lees op hetzelfde architectura.be quotes van Marc Dillen, de spreekbuis van de Vlaamse Confederatie Bouw. Ik heb in het verleden al gewezen op de nogal particuliere praat van deze lobbyist (zie mijn columns ‘To build or not to build’ en ‘Mens erger je niet (weeral)’) maar nu kan ik alleen maar hopen dat deze man alleen nog in eigen naam spreekt. Hij beweert dat we sowieso dat ruimtebeslag van 0 ha/dag zullen halen tegen 2050, dus zonder Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV). Hij beweert dat compact bouwen al lang de nieuwe norm is, dat flats in elk geval het dominante woningtype zijn waar perceelsschaarste heerst, dat de dalende trend van dat ruimtebeslag reeds ingezet is. Hij beweert dat wonen onterecht geviseerd wordt als hoofdverantwoordelijke voor ruimtebeslag, dat foute prognoses wonen onbetaalbaar maken, dat al wie het omgekeerde zegt een fictief scenario schrijft en slechte raad geeft aan het beleid. Kortom, voor Dillen zijn betonstop en BRV kosten op het kerkhof. En de markt reguleert blijkbaar zichzelf.

Wat leer ik uit dit alles? Dat het pessimisme, waarmee ik mijn nieuwe boek ‘Waarom ruimte, energie en mobiliteit problemen zullen blijven’ (Gompel&Scavina) afsluit, eigenlijk nog vrij optimistisch is. Dat de machine hoe dan ook moet blijven draaien, al wordt het algemeen belang op termijn op die manier tegengewerkt. Dat wie niét wil veranderen zichzelf voordoet als een goede huisvader en de transitiepleiters wegzet als valse boodschappers met een ideologische agenda. Dat de kapitein liever het zinkend schip verlaat en de bemanning lustig laat meespelen met het orkest op de Titanic. En dat, als het misloopt, de wet van Murphy toch de schuld zal krijgen.