Doorzoek volledige site
03 juli 2019 | TIM JANSSENS

Unieke functiemix in bruisende studentenstad

Illustratie | Marc Sourbron
Illustratie | Marc Sourbron
Illustratie | Marc Sourbron
Illustratie | Marc Sourbron
Illustratie | Marc Sourbron
Illustratie | Marc Sourbron
Illustratie | Marc Sourbron
Illustratie | Marc Sourbron
Illustratie | Marc Sourbron
Illustratie | Marc Sourbron
Illustratie | Marc Sourbron
Illustratie | Marc Sourbron
Illustratie | Marc Sourbron
Illustratie | Marc Sourbron

Op het knooppunt van de Vesaliusstraat, de Tiensestraat en de Brabançonnestraat – vlak naast de gebouwen van Groep T – bevond zich lang een gesloten, onaantrekkelijke site die de gevoelsmatige uitbreiding van het Leuvense stadscentrum danig in de weg stond. Op enkele zeventiende- en achttiende-eeuwse gevels na maakte de bestaande bebouwing plaats voor een grootschalig totaalproject met onder meer zestig studentenkamers en 68 appartementen, een universitair auditorium, twee filmzalen, een resem kantoor- en winkelruimtes en horecafaciliteiten. Het resultaat: een multifunctioneel complex dat architecturale kwaliteit, sociale dynamiek en slim ruimtegebruik op doordachte wijze verenigt.

Een gemengde binnenstedelijke realisatie met een mix van nieuwbouw en restauratie in het centrum van een eeuwenoude, maar springlevende stad als Leuven: het is zeker geen alledaagse kost. Het Vesalius-project kende dan ook een aparte voorgeschiedenis. “Dat het voortraject veel meer tijd in beslag nam dan de eigenlijke uitvoering, zegt op zich al voldoende. Gezien de omvang en de ligging van de site speelden er heel wat randvoorwaarden en was het aantal stakeholders erg groot”, vertelt Kristof Vanfleteren, CEO bij projectontwikkelaar ION, dat samen met Immobel optrad als bouwheer. “Voor ons hebben heel wat andere ontwikkelaars hun tanden stukgebeten op dit beladen dossier. Het gros van de site behoorde toe aan vzw De Gilde Van Ambachten en Neringen, de vastgoedpoot van Groep T die alle gronden systematisch had opgekocht om op termijn zelf te kunnen uitbreiden. Door de integratie van Groep T in de KU Leuven was dit echter niet langer aan de orde en kon het patrimonium vermarkt worden. Wij kwamen op het juiste moment met een goed plan op de proppen.”

Het oorspronkelijke uitgangspunt voor de reconversie van de 30.000 m² grote site was een masterplan van BUUR. Dit zag er echter helemaal anders uit dan wat in de praktijk gerealiseerd is. “Zo zouden het auditorium en de cinemazalen bovengronds gebouwd worden, waardoor het ontwikkelbare potentieel van het terrein zeer beperkt zou zijn”, aldus Vanfleteren. “Gelukkig konden we de nodige conceptuele aanpassingen doorvoeren. We hebben het ontwerp samen met architect John Eyers geoptimaliseerd, al dienden we hierbij wel rekening te houden met een belangrijke eis van Groep T. Gezien het internationale karakter van de school, moesten er ook ontwerpers uit India, China en Ethiopië betrokken worden bij het project. Het ontwerp kreeg definitief vorm via een reeks interactieve workshops – een traject dat ruim anderhalf jaar in beslag nam.”

 

De vraag: gemengde ontwikkeling met onderwijs-, woon- en handelsfunctie

Het Vesalius-project blinkt uit door zijn specifieke functiemix. Een expliciete eis van het stadsbestuur, dat maar al te goed besefte dat het zaak was om het zuidoostelijke gedeelte van de Leuvense binnenring nieuw leven in te blazen. “De Vesaliusstraat was lang de gevoelsmatige grens van het historische centrum. Wie niet naar de les moest, had er weinig te zoeken – dat was zelfs ‘in mijn tijd’ al het geval. Met het Vesalius-project wilde de stad ook in het tweede deel van de Tiensestraat een unieke sociale dynamiek creëren”, legt architect John Eyers (CEO bij Jaspers-Eyers Architects) uit. Het ruimtelijke structuurplan stipuleerde dat de site absoluut een onderwijsfunctie moest bevatten, inclusief een gemengd woon- en handelscomplex. “De onderlinge interactie tussen de plaatselijke bewoners, de handels- en horecazaken en de af en aan lopende studenten moest ervoor zorgen dat er een nieuw bruisend stadsdeel ontstond.”

Het bleef echter niet bij een auditorium, diverse woningen en tal van handels- en horecazaken. Het complex biedt immers ook plaats aan twee filmzalen van Cinema ZED. “We zijn in 2002 zeer kleinschalig begonnen als ‘Leuvens filmhuis’ voor cinefielen – met slechts één filmzaaltje in kunstencentrum STUK – maar zagen ons filmaanbod fors uitbreiden na de sluiting van de Studio Filmtheaters (2010) en hadden plots nood aan extra zalen”, vertelt Johan Van Schaeren, algemeen coördinator bij Fonk vzw, dat Cinema ZED uitbaat. “In eerste instantie bleek een bioscoop op de site veel te duur, maar naderhand heeft toenmalig burgemeester Louis Tobback het idee nieuw leven ingeblazen door te opperen dat we de krachten konden bundelen met de universiteit. Hoewel we wat water bij de wijn moesten doen en vrede moesten nemen met twee nieuwe filmzalen in plaats van drie, zagen we dat wel zitten en is het plan uiteindelijk ook zo uitgewerkt.”

 

De oplossing: optimaal ruimtegebruik dankzij ondergronds bouwen en levendig binnengebied 

Vermits al snel duidelijk werd dat het moeilijk zou worden om de beoogde functiemix volledig bovengronds te realiseren, besliste het projectteam om het auditorium en de filmzalen onder te brengen op de ondergrondse verdieping. “Een cruciale beslissing”, benadrukt Kristof Vanfleteren. “De verplichte onderwijsfunctie was lang de achilleshiel van het project, maar via de bouw van het ondergrondse auditorium (capaciteit: 750 personen) hebben we die eis uitstekend ingevuld. Door ook de filmzalen en de kantoren van Fonk vzw op niveau -1 te vestigen, gaven we de zone onder het maaiveld een extra dimensie.” Bovendien hebben studenten en cinemabezoekers allerminst het gevoel dat ze in een kelder terechtkomen. “Via de uitstekende integratie van de brede inkompartij hebben we er namelijk voor gezorgd dat het erg natuurlijk aanvoelt om vanuit de Vesaliusstraat de trap naar beneden te nemen”, aldus John Eyers.

Een aantrekkelijke functiemix realiseren is één zaak, maar het kwam er uiteraard ook op aan om het project te verankeren in de binnenstedelijke omgeving. Dat was een complexe oefening, geeft Eyers aan: “Dynamiek was het codewoord. We zijn op zoek gegaan naar referentiepunten in de omgeving, en die vonden we in de eerste plaats in het aanpalende Groep T-gebouw. Door de yin-yangfilosofie toe te passen en te extrapoleren naar het nieuwe project, kwamen we tot het allesomvattende basisidee: waar de dynamiek in het Groep T-gebouw integraal voortvloeit uit het heldere, centrale atrium, fungeert een donkerkleurig buitenatrium als spil van het Vesalius-complex. We hebben het bovengrondse gedeelte met woningen en horecazaken gegroepeerd rond een aantrekkelijke binnenstraat – inclusief fraaie zichtlijnen – om de site een open, doorwaadbaar karakter te geven. Tot slot hebben we enkele zeventiende- en achttiende-eeuwse gevels langs de Tiensestraat in ere hersteld en naadloos geïntegreerd in de ontwikkeling.”
 

Lees verder op www.ruimtelijkrendement.be

 

- - - - - - - 
In opdracht van het Vlaams Departement Omgeving werkte Redactiebureau Palindroom tien inspirerende voorbeeldprojecten uit rond ruimtelijk rendement, i.s.m. Medialife en fotograaf Marc Sourbron. De projecten zijn gepubliceerd op de website www.ruimtelijkrendement.be en op architectura.be. 

GERELATEERDE DOSSIERS