Doorzoek volledige site
04 juli 2019 | LIESBETH VERHULST

Onthaalgebouw als veilige aanlandplek op drukke bedrijfssite (TRANS)

Illustratie | Stijn Bollaert
Illustratie | Stijn Bollaert
Illustratie | Stijn Bollaert
Illustratie | Stijn Bollaert
Illustratie | Stijn Bollaert
Illustratie | Stijn Bollaert
Illustratie | Stijn Bollaert
Illustratie | Stijn Bollaert
Illustratie | Stijn Bollaert
Illustratie | Stijn Bollaert
Illustratie | Stijn Bollaert
Illustratie | Stijn Bollaert

TRANS architectuur | stedenbouw is een sterke pleitbezorger van de maakindustrie. Een mooi voorbeeld hiervan is de realisatie van een nieuw logistiek onthaalgebouw en kantoor voor houtverwerkingsbedrijf van Hoorebeke Timber in de Gentse haven. Het markante gebouw, opgetrokken in CLT, vormt een veilige aanlandplek voor medewerkers, klanten en leveranciers op de drukke industriële site.

Bij van Hoorebeke Timber wordt ruw hout per schip gelost, opgeslagen, verwerkt en getransporteerd over land. Het bedrijf is gelegen in een havengebied, bevolkt door zeereuzen, tussen windmolens en verafgelegen fabrieken die door hun afstand nog omvangrijker lijken te worden. De site zelf wordt gedomineerd door honderden meters loodsen volgestouwd met hout. Helemaal vooraan de site was nog een vrije plek die nu deels is ingenomen door het nieuwe onthaalgebouw voor vrachtwagenbestuurders die op de site ruw of verwerkt hout ophalen en voor klanten die de site bezoeken. “Voor ons was het heel belangrijk om een luwte te creëren op het terrein, als een veilige aanlandplek voor de mens”, vertelt Bram Aerts, mede-zaakvoerder van TRANS. “In een omgeving die wordt gedomineerd door logistieke bewegingen van vrachtwagens en vorkheftrucks allerhande voelen we ons als mens heel klein. Dat onveilige gevoel wilden we wegnemen, met als uitgangspunt de creatie van een aangename werkomgeving.”


Luifel breidt ruimte uit

Het was voor TRANS van meet af aan duidelijk dat het onthaalgebouw groter zou worden dan aanvankelijk was bepaald in de ontwerpopdracht. Een groter gebouw impliceert besparingen op de afwerkingsmaterialen en dergelijke meer. De grotere dimensies uiten zich concreet in de toevoeging van een zeer grote luifel, die deel uitmaakt van het dak van het gebouw. “De luifel leest niet als een apart toegevoegde ruimte”, benadrukt Bram Aerts. “Het leest als één gebouw waarvan een deel luifel en een deel binnenruimte is. Deze uitgestrekte overdekte ruimte is de eerste plek waar een bezoeker toekomt op de site alvorens het gebouw binnen te gaan. Het is een aangename plek waar je vanop veilige afstand de logistieke flow kan overschouwen.”

De luifel vormt een essentieel onderdeel van de vormentaal van het gebouw, dat een hellend dak heeft gekregen. “Ook dat hebben we vrij snel beslist omdat elke andere dakvorm er toe zou leiden dat het gebouw als een anekdote naast die grote loodsen zou komen te staan. Wij hebben een klein familielid toegevoegd aan de reeds aanwezige familie, als een kleine knaap die meedoet met de grote loodsen achterin”, aldus Bram Aerts.


Gevarieerde ruimtelijke ervaring

Gezien de activiteiten van het bedrijf lag het voor de hand om het onthaalgebouw in hout op te richten. TRANS wilde het hout niet laten overkomen als een toevoeging en heeft het materiaal daarom ingezet als structuur die de architectuur mee vormgeeft. Vanuit de optiek om zo weinig mogelijk toe te voegen aan het gebouw, dat toch groot en genereus is, kozen de ontwerpers voor CLT als bouwelement. Bram Aerts: “We hebben een raster van schijven neergezet op een heel rationele wijze. Dat rechthoekige raster hebben we bijgeschaafd tot een prismatische vorm in functie van de logistieke bewegingen op de site. De hellende dakvorm gecombineerd met het bijgeschaafde in plan, levert een gevarieerde ruimtelijke ervaring op in de verschijningsvorm van het gebouw. Als je er recht voor staat lijkt het een rechttoe rechtaan kantoorgebouw. Loop je rond het gebouw, zie je het telkens van statuut veranderen: op een bepaald moment lijkt het op een huis, dan weer op een zeer industrieel aandoend gebouw, op andere momenten komt het dak zodanig laag dat het opnieuw een menselijke maat krijgt te midden van al die loodsen.”
 
Daar komt nog de grote vide bij die TRANS in het dak heeft gemaakt ter hoogte van de overdekte buitenruimte, als een soort van ‘clearance in the woods’, een open plek in het woud van schijven en bomen, die het licht op een markante manier laat binnenvallen in het gebouw. Die open plek is een aangename, gemoedelijke verblijfsruimte om te lunchen of een bedrijfsfeest te organiseren zonder de logistieke diensten te hoeven stilleggen.

Het gebouw geeft een nieuwe manier van werken vorm. Niemand heeft een vaste werkplek, medewerkers zoeken zich een plek in het bos, tussen de houten schijven. Ook de cafetaria is op deze manier tussen de schijven bedacht, “Het gebouw heeft een uitzonderlijke materialiteit door de nadrukkelijke aanwezigheid van hout. Het huiselijke gevoel zorgt voor een andere sfeer dan de verhoogde plafonds en verlaagde vloeren die zo kenmerkend zijn voor een kantoorgebouw” meent Bram Aerts.


Duurzaam

De technieken zijn door boydens engineering op een heel minimale manier ingewerkt. Ze zijn zodanig geconcipieerd dat alles in één vloerpakket kon worden samengebracht, dat zowel het gelijkvloers als de eerste verdieping bedient. Voor de energiebevoorrading zijn zonnepanelen toegevoegd aan de pv-cellen die al op het naburige dak waren voorzien.

De CLT-structuur van het gebouw kan grotendeels ontmanteld worden. Door onder meer de draagvloer tussen het gelijkvloers en de verdieping ook in CLT uit te voeren, is de hoeveelheid cement in het gebouw erg beperkt. Bovendien is het bedrijf nadrukkelijk watergerelateerd. Het is niet ondenkbaar dat hier op termijn ook bevoorrading voor de stad kan gebeuren.

“Dit project is het resultaat van een heel fijne samenwerking met de bouwheer, die ons veel vertrouwen heeft geschonken om deze atypische kantooromgeving te ontwerpen”, besluit Bram Aerts.