Doorzoek volledige site
08 oktober 2019

Transformatie appartementsgebouwen Rozemaaiwijk door Atelier Kempe Thill en RE-ST voltooid

Illustratie | Ulrich Schwarz
Illustratie | Ulrich Schwarz
Illustratie | Ulrich Schwarz
Illustratie | Ulrich Schwarz
Illustratie | Ulrich Schwarz
Illustratie | Ulrich Schwarz
Illustratie | Ulrich Schwarz
Illustratie | Ulrich Schwarz
Illustratie | Ulrich Schwarz

In 2011 won Atelier Kempe Thill i.s.m. RE-ST de ontwerpwedstrijd georganiseerd door Woonhaven Antwerpen voor de architecturale transformative van twee, bijna vervallen, modernistische appartementsblokken in de wijk Rozemaai, net ten nooden van Antwerpen. Het resultaat zijn twee, bijna nieuwe neo-modernistische residentiële gebouwen met open, vriendelijke appartementen maximaal voorzien van ruimte, daglicht en flexibiliteit.

Modernistische woningbouw in verval

De woonwijk Rozemaai, in het uiterste noorden van de stad Antwerpen, is gebouwd op een vrij geïsoleerd stedelijk perceel als uitbreiding van het voorstedelijk dorp Ekeren. De site kijkt aan de ene kant uit op het indrukwekkende landschapspark "Oude landen", aan de andere kant wordt het perceel omsloten door de lawaaiige snelweg A12 en de nabijgelegen haven met industrieterreinen. Het oorspronkelijke stedenbouwkundig plan, gebaseerd op CIAM-principes, stelde de bouw van een reeks galerijflats voor, voornamelijk, sociale woningbouw voor. Deze blokken zijn tot acht verdiepingen hoog en liggen in een open parkachtige omgeving. De individuele architecturale projecten zijn gerealiseerd in de late jaren 70 en vroege jaren 80. De indrukwekkende gebouwen met geprefabriceerde betonnen gevels zijn ontworpen in een brutalistische stijl en ondervonden vanaf het begin verschillende sociale problemen. Deze waren - onder andere - het resultaat van een nogal problematisch architectonisch ontwerp met beperkte interactie tussen de huizen, de straat en de openbare ruimte. Afgezien daarvan ondervonden de flats verschillende technische problemen die het gevolg waren van een slechte bouwkundige uitvoering, in combinatie met uitgesteld onderhoud. Dit leidde opvallend snel tot verval van de appartementenblokken. Na een lange discussie besloot de woningcorporatie uiteindelijk om ten minste twee van de, haast vervallen, flatgebouwen te renoveren. Het belangrijkste argument voor renovatie was het bizarre feit dat, in geval van sloop, het actuele bestemmingsplan nieuwe constructies zou beperken tot een hoogte van maximaal vier verdiepingen. De woningbouwcoöperatie wilde het aantal appartementen in Rozemaai niet verminderen en organiseerde in 2011 een open wedstrijd om tot een ​​goede architectonische oplossing voor de transformatieopgave te komen, welke werd gewonnen door Atelier Kempe Thill i.s.m. het Antwerpse RE-ST.
 

Gestript tot op het bot

Om de verschillende stedelijke, architecturale, sociale en technische problemen aan te pakken, besloten de ontwerpers de twee gebouwen op een vrij ingrijpende manier te transformeren. Het uitgangspunt was de ambitie om de integratie van de gebouwen binnen de stedenbouwkundige context te verbeteren en meer interactie tussen de huizen en de openbare ruimte te realiseren. Om dit te bewerkstelligen werd de bouwplaats in drie stappen getransformeerd. De eerste stap was het verwijderen van een verlaten 150 meter lange parkeergarage en verschillende garageboxen die - naast het veroorzaken van sociale problemen zoals drugshandel - de vloeiende relatie tussen de gebouwen en het omliggende parklandschap blokkeerden. Als tweede stap werden alle bestaande trappen en liftschachten van beide gebouwen gesloopt om de toegangszone op een geschiktere manier te organiseren. De laatste stap omvatte het verwijderen van de betonnen galerij balustrades en zo goed als alle gevels, om een meer ​vloeiende relatie tussen interieur en omliggend landschap te creëren. Aan het einde van deze operatie resteerden enkel de kale dragende casco’s van de twee gebouwen. Deze vormden een goede basis voor het realiseren van twee "bijna nieuwe" woongebouwen.

Een nieuw modernistisch ensemble

De resterende structuren van de twee modernistische gebouwen vormden een geschikte basis voor een nieuwe interpretatie van de klassieke waarden van het modernisme: licht, lucht en ruimte. Het ontwerp richtte zich op de constructie van een heldere formele organisatie van het gebouw en een logische interactie tussen gebouwen en openbare ruimte. De vorm van de bestaande skeletten werd verbeterd door aan de bovenste verdiepingen meer bouwvolume toe te voegen. Op deze manier vond een correctie plaats van de geometrie en kon er tegelijkertijd meer verhuurbaar oppervlak worden gerealiseerd. De vier nieuwe trappen en liftkernen werden aan de vier gesloten kopgevels van de bestaande structuren geplaatst. Dit heeft verschillende voordelen; de nieuwe kernen blokkeren niet langer het uitzicht vanuit de appartementen, de entreehallen zijn allemaal duidelijk zichtbaar vanuit de omliggende straten en de gebouwen hebben meer communicatieve gevels aan de kopse kant. Een welkom neveneffect is dat de gebouwen nu deels hoger en aanzienlijk langer zijn geworden en hierdoor monumentaler lijken. De twee gebouwen vormen nu ook samen een duidelijk ensemble met communicerende gevels en uitnodigende entreehallen. Dit wordt onderstreept door de realisatie van een verbindend pleintje tussen de twee gebouwen, de "toegangspoort" naar een toekomstig buurtpark en een nieuw laagbouwproject aan de westzijde.


Balkons, panorama en daglicht

De bestaande gebouwen waren zonder balkons gerealiseerd,  iets wat vrij ongebruikelijk is voor een naoorlogse woonwijk in de voorsteden. De transformatie bood de unieke kans om dit te corrigeren en elk toekomstig appartement te voorzien van een behoorlijke buitenruimte; zeer gewild ook onder sociale huurders. Om dit te verwezenlijken werd aan de oostzijde een zich zelfdragende  prefabbetonconstructie toegevoegd aan de bestaande skeletten. De balkons zijn gemiddeld ongeveer 8 m breed en 1,5 m diep en geven de twee gebouwen aan de straatkant een optimistischer en communicatiever karakter. Op de begane grond zijn geen balkons geplaatst. In plaats daarvan zijn grotere familieappartementen gerealiseerd die direct vanaf de straat toegankelijk zijn, om sociale interactie tussen de huizen en de openbare ruimte te stimuleren. De buitenruimten van de  appartementen op de begane grond zijn geplaatst aan de westkant van het gebouw onder de aanwezige galerijconstructie.

De bestaande bouwskeletten zijn aangepast om praktische appartementen te realiseren die voldoen aan de hogere standaarden van de 21e eeuw. De bestaande galerij is verhoogd om alle appartementen toegankelijk te maken voor rolstoelgebruikers. In de skeletten van de twee appartementenblokken zijn met een betonzaag meer dan vijftig verbindingsopeningen gesneden. Ook zijn de bestaande - structureel niet meer nodige - windverbanden verwijderd om ruimere, grotere en flexibelere woningtypen te kunnen bieden. Alle appartementen hebben nu een volledig glazen gevel gericht op de grote balkons die een fantastisch uitzicht bieden op de omliggende bomen en het grote landschapspark "Oude landen". Aan de galerijzijde van alle appartementen zijn horizontale ramen geïnstalleerd, vaak in combinatie met open keukens – een eerder ongebruikelijk gegeven in de Vlaamse sociale woningbouw. Het resultaat zijn open en vriendelijke appartementen met maximale ruimte, daglicht en flexibiliteit.


Extreme make-over: elegantie in sociale woningen

De materialisatie beoogt een optimale interactie tussen woningbouw en de omringende groene openbare ruimte te bereiken en probeert een zekere lichtheid en complexiteit toe te voegen aan de relatief massale gebouwen. De nieuwe geïsoleerde gevels worden gedomineerd door grote ramen in licht brons geanodiseerde frames in combinatie met licht bronskleurige golfplaten van aluminium. Alle balkons en galerijen hebben glazen balustrades in brons geanodiseerde rails.  Deze balustrades zijn zo getailleerd dat ze de betonnen platen van de galerijen en balkons overdekken en hierdoor de indruk van een "tweede huid" ontstaat. Het karakter van de twee gebouwen wordt nu gedomineerd door de resulterende interactie tussen de binnen- en buitengevels, de weerspiegeling van de omgeving en de activiteiten in de appartementen zelf. Op de begane grond hebben de twee gebouwen een "plint" gevormd door de entreehallen met jumbo-glasplaten tot 5,6 m en de gevels van de appartementen op de begane grond. Deze gevel is gemaakt van een combinatie van vast glas en geëxtrudeerde geprofileerde aluminiumplaten. De vaste beglazing is gedeeltelijk gezandstraald en daardoor alleen translucent om privacy te waarborgen. De aluminium gevel verbergt de zichtbaarheid van de voordeuren en de ventilatieopeningen om een abstractere en rustigere gevel te produceren.

Zodoende is het project een "extreme make-over" van de brutalistische architectuur geworden. Bijna alle historische elementen zijn gesloopt of bedekt, om diverse redenen, en een haast nieuwe architectuur is gecreëerd uit een bestaande. Alleen vanaf de galerijkant kan men nog het verschil zien tussen de oude en de nieuwe betonnen platen, maar ook deze herinnering aan het verleden zal met de tijd verdwijnen.

 

Duurzaamheid en economie: redt modernistische woongebouwen

Het resultaat van het project is een zeer welkome bijdrage aan het debat over de relatie tussen duurzaamheid en economie. Momenteel worden veel modernistische flats afgebroken met het argument dat het te ingewikkeld en te duur is om deze aan te passen aan nieuwe normen met betrekking tot energie, akoestiek en milieu. Dat stimuleert in feite de niet-duurzame sloop van de bestaande woningvoorraad. Door het handhaven en transformeren van de bestaande gebouwen in Rozemaai is de uitstoot van een aanzienlijke hoeveelheid CO2 bespaard en is 50% van het bestaande bouwmateriaal ter plaatse direct opnieuw gebruikt. Door het toevoegen van extra verhuurbaar woonoppervlakte aan de bestaande structuur, kon in dit geval ook aanvullend grondgebruik worden vermeden. Het bouwproces zelf vereiste meer fysieke arbeid in vergelijking met een nieuwe constructie, wat in het algemeen als een positief neveneffect voor de arbeidsmarkt kan worden beschouwd. De bouwkosten (€ 895 / m2) bedragen ongeveer 75% van een nieuw gebouw, terwijl het resultaat, in veel opzichten,  vergelijkbaar is met een nieuw bouwwerk. De ruimtelijke kwaliteiten zijn echter in veel gevallen zelfs beter dan elders in de sociale woningbouw. Vanuit het oogpunt van Atelier Kempe Thill en RE-ST toont het project de mogelijkheden en het potentieel van veel naoorlogse woonwijken en onderstreept dat het zinvol is om deze bouwwerken vanwege ecologische en economische redenen, te renoveren.

GERELATEERDE DOSSIERS