Doorzoek volledige site
17 december 2020

BOGDAN & VAN BROECK en Shift architecture urbanism winnen ontwerpwedstrijd voor Veld 15a van Rozemaai in Antwerpen

Illustratie | BOGDAN & VAN BROECK en Shift A+U
Illustratie | BOGDAN & VAN BROECK en Shift A+U
Illustratie | BOGDAN & VAN BROECK en Shift A+U
Illustratie | BOGDAN & VAN BROECK en Shift A+U
Illustratie | BOGDAN & VAN BROECK en Shift A+U
Illustratie | BOGDAN & VAN BROECK en Shift A+U
Illustratie | BOGDAN & VAN BROECK en Shift A+U
Illustratie | BOGDAN & VAN BROECK en Shift A+U
Illustratie | BOGDAN & VAN BROECK en Shift A+U
Illustratie | BOGDAN & VAN BROECK en Shift A+U
Illustratie | BOGDAN & VAN BROECK en Shift A+U
Illustratie | BOGDAN & VAN BROECK en Shift A+U
Illustratie | BOGDAN & VAN BROECK en Shift A+U
Illustratie | BOGDAN & VAN BROECK en Shift A+U
Illustratie | BOGDAN & VAN BROECK en Shift A+U

Het team BOGDAN & VAN BROECK en Shift A+U samen met Studie 10 is door een jury onder voorzitterschap van stadsbouwmeester Christiaan Rapp uitgeroepen tot winnaar van de ontwerpwedstrijd voor Veld 15a van Rozemaai. De opgave - in opdracht van Woonhaven Antwerpen - behelst het ontwerp van ca. 140 sociale woningen, 30 bescheiden woningen, een kinderdagverblijf, commerciële voorzieningen alsmede een scala aan openbare ruimtes. Het plangebied is gelegen in Rozemaai, een op modernistische leest geschoeide naoorlogse uitbreidingswijk van Antwerpen die een grootschalige transformatie ondergaat op basis van een door Buro Lubbers gemaakt masterplan. Kenmerkend onderdeel van dit masterplan is een reeds aangelegd natuurlijk beekdalpark dat gevormd wordt door het openmaken van de Donkse Beek. De jury prijst onder meer de manier waarop het winnende plan - Rozemaai thuis - een relatie aangaat met de gefragmenteerde stedelijke context en in het bijzonder met het landschap van dit nieuwe beekdal.

Rozemaai thuis

Een van de grote contradicties in sociale huisvestingsprojecten vandaag is de spanning tussen enerzijds de nood aan repetitie en standaardisatie en anderzijds de behoefte aan herkenbaarheid en identiteit. Bouwblokken, buitenruimten, gebouwen en woonunits moeten allemaal gelijk zijn aan elkaar om budgettaire redenen en allemaal verschillend om socio-culturele redenen. Daarom heeft het team BOGDAN & VAN BROECK en Shift AU gekozen voor een bewust ingezette ambiguïteit in het stedenbouwkundig model, de gebouwtypologieën en de architectuur van hun winnende project voor Veld 15a in Rozemaai te Antwerpen.

Op buurtniveau is er nog geen enkel element in de structuur van de publieke ruimte dat het idee belichaamt dat hier een gemeenschap woont van mensen die dingen samen doen en elkaar ontmoeten. De vraag die dus zowel vanuit de lokale als vanuit de ruimere context gesteld wordt is hoe we hier een thuis kunnen creëren, een betekenisvolle plek die degelijke randstedelijke woonkwaliteit combineert met een landschapsontwerp dat gebaseerd is op zowel versterkte ecologische verbindingen als op kwalitatief toegankelijk groen.

“Rozemaai thuis” is het resultaat van een zoektocht naar een leefomgeving waarbij woningen en hun bewoners beschouwd worden als onderdeel van een groter geheel, een Habitat. Noch de moderne stad met geïsoleerde woonmachines in het groen noch de traditionele stad met gesloten bouwblokken, straten en pleinen bieden daarbij het antwoord in de context van Rozemaai. Het antwoord ligt in woongebouwen en woongemeenschappen die op een nieuwe manier de relatie aangaan met elkaar, het maaiveld en de omgeving.

 

Hybride stedenbouw: open én besloten

Het stedenbouwkundig ontwerp bestaat uit een ensemble van vrijstaande schijven en blokken die zodanig geclusterd zijn dat zij tezamen duidelijk gedefinieerde stedelijke ruimtes maken die balanceren tussen open en besloten. Deze zogenaamde buitenkamers wijken vanwege hun duidelijke definitie, hiërarchie, functie en differentiatie duidelijk af van de vloeiende en onbestemde groene ruimte van de modernistische stad. Het nieuwe stedelijke weefsel kent tegelijkertijd voldoende openheid en doorzicht om het landschap van de beekvallei door te laten dringen tot in de openbare ruimte en deze te ervaren vanuit de woningen. Hierdoor wordt de grootste troef van Rozemaai, het beekdal, integraal onderdeel van de woonbeleving.

 

Kleine korrel

De woongebouwen hebben een relatief kleine stedenbouwkundige korrel. Hierdoor ontstaat een netwerk van fijnmazige openbare en collectieve ruimtes met een menselijke maat en kan de bewoner zich gemakkelijk identificeren met het eigen woonhof, het eigen woongebouw en de eigen woning daarin. Daarnaast levert een kleine korrel veel woonkwaliteit op. Zo zijn alle woningen in de blokken hoekwoningen met een tweezijdige oriëntatie, vaak op twee verschillende buitenkamers. De galerijen zijn relatief kort en bevatten tweezijdig georiënteerde doorzonwoningen.

 

Buitenkamers

De buitenkamers kennen een eigen maat, functie en mate van openheid. Het parkeerprogramma wordt verspreid over meerdere groene kleine parkeervelden langs de randen van het gebied.  Deze spreiding voorkomt grote parkingsen maakt het mogelijk om, met de toename van het gedeelde autogebruik, later stapsgewijs de parkeervelden om te zetten in groen.  Iedere cluster kent een centraal woonhof met een hoge mate van beslotenheid. Deze beslotenheid wordt versterkt door pergola’s tussen de blokken die tevens de entreezones van de blokken aankondigen. Tenslotte is er een multifunctioneel speelplein dat beide clusters met elkaar, alsmede met de naastgelegen oostelijke gelegen galerijflats, verbindt.

 

Eenheid in verscheidenheid

Zowel voor de gebouwen als voor van de stedelijke ruimte die zij definiëren geldt dat er sprake is van een gemeenschappelijk DNA. Dit leidt tot families van gebouwen en openbare ruimtes die duidelijk bij elkaar horen en een ensemble vormen maar tegelijkertijd ook allemaal uniek zijn. Zowel de blokken als de schijven zijn gebaseerd op een eenduidig rationeel systeem dat tegelijkertijd ruimte laat voor variatie, flexibiliteit en uitzonderingen. De rationele architectuur wordt gekenmerkt door een combinatie van robuust en bestendig enerzijds en licht en transparant anderzijds. Hierbij wordt zowel het contrast als de analogie opgezocht met de radicale transparantie van de getransformeerde flats door Atelier Kempe Thill waarmee het plan een duidelijke relatie aangaat.