• 18 april 2026
  • NL
  • FR

a.t bis 292

  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image

ontwerpopdracht

We bouwen een nieuwe architectuurstudio als een experiment, zowel technisch als programmatorisch. Het gebouw toont zich als een pakhuis langs het kanaal met de allures van een bescheiden palazzo in de Zandvoordsestraat. De traphal is de ruggengraat voor verschillende scenario’s (kantoor/woningen). Bijkomende trappen creëren doorzichten en ruimtelijkheid in een vrije invulling van werkplekken en overlegruimtes. De dakverdieping wordt een volwaardig maaiveld met intensieve daktuin inclusief serre en moestuin. De borstwering is deels plantenbak en toont op die manier nogmaals expliciet de groene oase op het dak.

uitdagingen en antwoorden

We stellen vast dat spouwmuren moeilijk te renoveren zijn en stellen deze typologie dan ook radicaal in vraag. We deden eerder al onderzoek naar de mogelijkheden van dragend gevelmetselwerk waarbij het buitenspouwblad een constructieve functie krijgt. In dit project worden onze inzichten hierover samengebracht in een volledig zelfdragend buitenspouwblad. Door toepassing van houten tussenvloeren in CLT die opgehangen worden aan dit buitenspouwblad kan de verdere invulling beperkt wordt tot een eenvoudige voorzetwand met maximale isolatie zonder structurele functie. Op die manier kunnen alle elementen elk op hun niveau optimaal renderen.

In hoeverre is het een duurzaam project in de brede betekenis van het woord?

Duurzaamheid gaat verder dan energie en water (beoveld, CLT, minimale hoeveelheden beton, hergebruik van materialen, … het zit er allemaal in). We hebben de bredere ambitie om een gebouw te maken dat genereus is voor zijn omgeving, zijn gebruikers en de toekomst. Het gelijkvloers is polyvalent en open, als deel van het kantoor of onafhankelijk gebruikt. De gedeelde pluktuin opent de oksel van het hoekperceel. De tuinmuur beschermt de tuin tegen de wind uit de polder. Een zitbank met planten en een nis – subtiel verwijzend naar de historische kapelletjes uit de omgeving – zijn de aanzet tot een publieke plek voor ontmoeting. De betonblokken van de opgebroken parkeerplaatsen worden samen met de laatste restjes rode metselbokken gestapeld tot een eenvoudig volume met broodoven.

motivatie

De architectuur wil de vooropgestelde ambities niet alleen waarmaken maar ook uitstralen en, meer nog, actief communiceren. Ze wil relevant zijn op kleine schaal, met grote ambities, een optimistische, genereuze activator in een dorpse omgeving. De daktuin toont zich expliciet met serre op de dakrand en uitbundige beplanting die boven de borstwering uitkomt. De dragende buitenschil in modulaire blokken die in een combinatie van koppen en strekken - zonder zaagwerk in een steense muur – een ruitvormig patroon vormen op schaal van de omgeving gaat in dialoog met het open polderlandschap. Het donkerrode verdiepte voegwerk maakt het patroon subtiel zichtbaar vanop afstand maar verdwijnt als je dichterbij komt.

Op welke manier is het project een toonbeeld van een klimaatbestendige aanpak?

Het gebouw is een experiment in klimaatrobuustheid. Regenwater wordt gebufferd op het retentiedak, de dakverdieping wordt intensieve daktuin met serre. Het perceel wordt maximaal onthard en aangeplant via een gedeelde pluktuin, ingericht met inheemse soorten en gevarieerde beplantingslagen om insecten, vogels, … een thuis te bieden. De robuuste massa in massief metselwerk — zonder beton of staal — gecombineerd met doorgedreven isolatie zorgt voor een stabiel binnenklimaat zonder complexe installaties. De CLT-vloeren zijn demontageklaar, de voorzetwanden niet-structureel: het gebouw is circulair opgebouwd. Het volume kan zonder structurele ingrepen omgebouwd worden naar twee woningen — flexibiliteit als klimaatstrategie. Een intelligente ruïne (cfr bOb Van Reeth) die de tijd aankan.

Onze partners