Onder het hellende dak van deze woning lag een royale zolderverdieping. Een open volume, gedragen door twee spanten, waar hoogte verschijnt en langzaam weer verdwijnt. Het was een informele plek. Gebruikt, maar onbestemd. Het gezin groeide. Vier kinderen. Nieuwe noden. Een bijkomende slaapkamer, een werkplek, ruimte om te slapen na nachtdiensten, en vooral een genereuze speelruimte. Alles moest samenkomen. De ingreep vertrekt vanuit het behoud van openheid. In plaats van kamers toe te voegen, wordt een langgerekt meubel ontwikkeld langs beide dakranden. Daar waar de hoogte vanzelf afneemt, nestelen zich bedden, werkplekken en opbergruimte. De centrale zone blijft beschikbaar. Een vrije ruimte, gedragen door het dak zelf. De zolder wordt geen verzameling kamers, maar een continu interieur.
De kracht van de zolder lag in haar helderheid. De nok tekende een uitgesproken hoogte. De spanten verdeelden zonder te scheiden. Die leesbaarheid moest blijven. Een omvangrijk programma. Klassieke partitionering zou de continuïteit verbreken en de ruimte reduceren tot restzones. Daarom werd gekozen voor concentratie in plaats van verdeling. Alle vaste functies worden opgenomen in een doorlopend meubel. Een kinderkamer, een werkplek met geïntegreerde slaapmogelijkheid, een verhoogd platform en een opeenvolging van kasten als verdichting van de perimeter. Een bijkomende ingreep naar buiten toe. Waar voorheen enkel de hemel zichtbaar was, opent een rond raam in de topgevel een nieuw perspectief. De tuin als deel van het interieur. De ruimte blijft leesbaar. Maar niet langer gesloten.
De duurzaamheid van Koningsmantel laat zich voelen in het aanwezige. Het bestaande volume wordt niet vergroot, maar intenser bewoond. Geen uitbreiding, geen nieuwe contour, geen bijkomend ruimtebeslag. Wat er al was, wordt aangesproken tot zijn volle capaciteit. Ook in gebruik ligt duurzaamheid besloten. Het meubel fixeert niet, maar suggereert. Het tapijt nodigt uit tot zitten, liggen, spelen. Afgeronde hoeken laten klimmen en glijden toe. Het ronde raam wordt een plek om in te verdwijnen. De ruimte groeit mee met het gezin. Zonder zichzelf te verliezen. Niet als eindpunt, maar als drager van tijd.
Koningsmantel toont hoe een minimale ingreep maximale ruimtelijke meerwaarde kan genereren. Het project vertrekt niet vanuit vorm, maar vanuit gebruik en verbeelding. Door het programma te condenseren in een architecturaal meubel ontstaat een spanningsveld tussen openheid en geborgenheid, tussen collectief en individueel gebruik. De ingreep herdefinieert de zolder als volwaardige leefruimte en versterkt de identiteit van de woning zonder haar structuur te ontkennen. Het project positioneert architectuur niet als object, maar als drager van dagelijks leven, spel en evolutie. Het bewijst dat architectonische kwaliteit niet afhankelijk is van schaal of budget, maar van precisie, empathie en ruimtelijk inzicht.