De opdracht bestond uit het onderzoeken van een bestaand rijhuis en het formuleren van mogelijkheden om het gebouw te transformeren tot een volwaardige woning. Het pand kampte, met uitzondering van de atelierruimte, met een gebrek aan degelijk daglicht. De achtergevel was grotendeels als blinde gevel aanwezig. De plafondhoogtes waren zeer beperkt; in het schildersatelier met mezzanine waren er hoogtes van slechts 190 cm. De meeste delen van de woning waren ingekleed tijdens vroegere inrichtingen. Binnen deze context werd een grondige studie uitgevoerd naar de planopbouw, lichtinbreng en het ruimtegebruik. Het doel was om alle mogelijkheden te onderzoeken en te herwerken tot een zo gunstig mogelijk geheel, met respect voor de bestaande geest van het gebouw.
De grote uitdaging was om samen met de opdrachtgevers de grenzen op te zoeken van het mogelijke behoud van de geest van de atelierwoning versus hedendaags wonen te faciliteren. We zijn ontwerpend op zoek gegaan naar oplossingen voor licht en lucht in de woning; met als resultaat enkele uitgekiende raamopeningen in de achtergevel, een uitgewerkte lichtschacht in het dak, een lichte verhoging van de vloeren in het atelier en een doorbraak naar het dak met een terras en groenzone. Bij de ontmanteling van de muren zijn er grote muurschilderingen tevoorschijn gekomen die minutieus werden gefixeerd en zorgen voor een belangrijke uitstraling in het voormalige atelier. Renovatie, restauratie en toevoeging zijn verweven en leveren een duurzaam project op met grote polyvalentie in gebruik.
In eerste instantie is het een ‘cultureel’ duurzaam project. Het gebouw ademt nog steeds de atelierwoning, maar bezit nu tegelijkertijd een groot gebruikspotentieel. Alle noden voor een moderne stadswoning zijn aanwezig. Maar eveneens zijn een aantal andere gebruiken denkbaar, die polyvalentie zit momenteel vervat in het gebouw. In de mate van het mogelijke is het gebouw ook voorzien van isolatie, een integraal verwarmingssysteem, isolerende beglazing enz.. technieken ter ondersteuning van het gebruik. Een andere belangrijke factor bij de renovatie was het ‘hergebruik’ met respect voor de tijdsgeest. Redelijk wat inrichtingsmateriaal, naar model of naar de geest, werd door de opdrachtgever bij elkaar gevonden en aangewend in de renovatie.
De woning is een schoolvoorbeeld van omgaan met erfgoed. Door de geest van een gebouw goed te lezen kunnen we sterke aanvullingen brengen die een nieuw leven mogelijk maken zonder het oude te vernietigen. In het project laten we toevoegingen als vanzelfsprekend aanvoelen om te komen tot één sterk geheel. Deze aanpak van de woning is redelijk universeel. Iedereen kan de waarde daarvan erkennen en daardoor is ze voor decennia beschermd