Een echtpaar zeventigplussers wenst een in onbruik geraakte magazijnwoning achteraan het perceel waar hun zoon, schoondochter en kleinkinderen wonen te verbouwen. Ze geven daarvoor een vrijstaande fermette op te midden een royale tuin en vragen ons om de donkere ruimtes te transformeren tot een lichtrijk interieur omringd met een bloeiende tuin. De ruime collectie aan kunst, boeken en design die ze doorheen de jaren hebben verzameld wordt het focuspunt van de woonervaring. De anonimiteit van de bestaande gevel moet voor hen veek meer een gevoel van ‘thuis’ uitstralen. Een plek waar ze met z’n twee rust vinden en met trots gasten ontvangen. De oude woning moet ook energetisch aangepakt: oververhitting beperken en beter isoleren zodat er met een warmtepomp kan worden verwarmd.
De magazijnwoning heeft maar twee volwaardige gevels waardoor drie kamers en de centrale circulatie amper licht en zicht hebben. We stellen drie interventies. Ten eerste een patio die licht in het hart van de woning binnen brengt. Via lange zichten doorheen andere kamers ontstaan nieuwe zichten. Ten tweede laten we drie raamopeningen samenvloeien tot een lang raam over de volledige breedte van de leefruimte. De grens tussen binnen en buiten vervaagt, met voldoende privacy ten opzichte van de woning vooraan het perceel. Ten derde vervangen we in drie raamopeningen het witte pvc-schrijnwerk door bruut aluminium met bovenaan een slank luifeltje. De bestaande gevelsteen komt hierdoor beter tot zijn recht, de luifels doorbreken de vlakheid van de gevel en begroeten gasten aan de voordeur.
Onze ambitie was om zo veel mogelijk bestaande elementen te bewaren in het project en daarbij toch fundamenteel grotere ruimtelijke kwaliteiten te realiseren. Het metselwerk van de gevel lieten we onaangeroerd. De stalen dakplaat werd behouden en lokaal uitgesneden om de patio te realiseren. De nieuwe kolommen en wanden landen volledig boven op de bestaande betonnen funderingssleuven zodat deze konden behouden worden. De rolluik kasten boven de ramen worden verwijderd om de luchtdichtheid te verbeteren en ramen op te hogen. Houten binnendeuren met bovenlichten worden gerecupereerd en in het nieuwe interieur herplaatst. Een nieuwe golvende staalplaat als plafond afwerking is een herinnering aan het voormalige magazijn zodat ook de geest van de plek niet verloren gaat in het nieuwe ontwerp.
Dit ontwerp illustreert ten eerste dat door selectieve ingrepen een onbemind en in onbruik geraakt gebouw een kwalitatieve, nieuwe invulling kan krijgen. Als we er als architect in slagen eigenaars van panden – zeker deze zonder duidelijke esthetische of historische waarde – terug appreciatie te geven voor het ‘onbeminde’ patrimonium die ze bezitten zullen ze dit beter onderhouden en benutten. Deze panden worden bijgevolg behoed voor sloop. Ten tweede kunnen we door de al bebouwde ruimte op percelen efficiënter te benutten nadenken over nieuwe woonmodellen waarbij families in elkaars nabijheid zorgen voor elkaar. Zo kan tegemoetgekomen worden aan de wens van een deel van de bevolking om langer zelfstandig en met behoud van privacy te blijven wonen in de buurt van hun sociaal netwerk.