Doordat we in de binnenstad willen wonen en met het verlangen naar groene buitenruimte lonkte dit diepe perceel in Kortrijk. Op deze bebouwde kavel, uitgestrekt tussen straat en spoorweg, wilden wij een eigen compacte gezinswoning met genereuze tuin realiseren. De bestaande toestand, een typisch Vlaams amalgaam van gebouwen achter elkaar, herbergde nog geen enkele van die kwaliteiten. Het was de ambitie om hier een bijzondere ommekeer te realiseren, met een woning die de stad absorbeert en een tuin die in het verlengde van de woning niet enkel kijk, maar ook verblijfsruimte genereert. Ons geloof in de emanciperende rol van architectuur leidde tot een bijkomende ontwerpopdracht. Hoe immers, naast een aangename thuis, ook een project realiseren dat buurt, stad en samenleving beter kan maken.
Dit perceel was het summum van de Vlaamse woontypologie dat zich afwendt van de straat. Als tegenreactie schurkt het nieuwe volume tegen de rooilijn aan en etaleert zich evenveel naar straat als naar tuin, om zo te verankeren in het stedelijke weefsel. Dat was geen sinecure, maar vergde masseerwerk bij de stadsdiensten. Om stedenbouw, dat elke woning ziet als een afgeleide van het gemiddelde van de straat, te overtuigen dat een gevarieerd straatprofiel wél bijdraagt tot een levendige stad. Het sculpturale volume dat na die interactie is ontstaan doet recht aan deze bijzondere plek. Het scherpe hoekperceel was daarin eerst een uitdaging, maar bleek later een meerwaarde. Het overgebleven terrein verheffen van landingsbaan tot waarlijke ontdekkingstocht vergde ook uitgebreid ontwerponderzoek.
Een project realiseren voor de komende honderd jaar heeft geleid tot weloverwogen keuzes. Er werd resoluut gekozen voor een compacte, robuuste nieuwbouw met thermisch inerte materialen en aandacht voor weelderig daglicht en zonnewinst. Een doordachte woning zonder grote technische investeringen zoals vloerverwarming, geothermie, warmtepompen of veel PV-panelen. De volledige woning wordt immers verwarmd met één pelletkachel en heeft geen (passieve of actieve) koeling. Met een fundamentele ontharding, een injectie van wild, biodivers landschap én het wonen dat zich aanschurkt tegen de straat is dit niet alleen een oefening in compact bouwen maar ook een demonstratie van hoe de stad kan worden teruggewonnen. De woning activeert de straat en laat tegelijkertijd ruimte voor betekenisvol groen.
Wat te doen met de rijwoningtypologie in de stad is misschien wel het grootste architecturale vraagstuk van deze tijd. Ons inziens kan die vraag niet enkel ecologisch worden beantwoord, maar moet deze ook sociaal worden benaderd. Het straatballet, zoals Jane Jacobs, het voor haar ogen had is zeker in Vlaanderen al heel ver weg. Nochtans is dit een fundamenteel onderdeel van een levendig, duurzame en inclusieve stad. Deze woning wil, met aan alternatieve kijk op duurzaamheid en vooral de zoektocht naar sociale interactie met de stad, het debat openen over hoe een woning zichzelf in de stad kan nestelen. Ze levert zo een kleine bijdrage aan het straatballet van een zichzelf ontwikkelende buurt in Kortrijk, maar misschien een wel grotere bijdrage in het vraagstuk over stedelijk wonen.