De ontwerpopdracht betreft de huisvesting van een koppel met twee kinderen. Er werd specifieke aandacht gevraagd voor het bouwen van levenslang wonen, waarbij de invulling van de ruimten naar de huidige noodzaak en de aanpasbaarheid van de woning in het perspectief van het ouder worden mogelijkheden inspireert. De verkavelingsvoorschriften laten toe, als de noodzaak zich aandient, een volledig gelijkvloerse woning te organiseren. De specifieke vraag werd gesteld naar het gebruik van zelfsprekende materialen (ruwbouw=afbouw) zonder franje van verhulling. Het materiaalgebruik betreft zichtwerk binnen en buiten, zowel in ruwbouw als inrichting. Het lage energieverbruik, onafhankelijk van de marktsituatie, is gesteld als vooruitgeschoven doel.
Ondanks de rigide volumetrische verkavelingsvoorschriften wordt een ruimtelijke hiërarchie uitgebouwd binnen het hoofdvolume, waarbij de gemeenschappelijke dienstige ruimten, zoals de leefruimten, centraal worden geplaatst binnen de ruimtelijkheid van de woning, met een buiten-ontbijt-zonneterras op verdieping. De dienende ruimten, zoals badruimtes en slaapkamers, bevinden zich zijdelings van de centrale dubbelhoge woonruimte, aansluitend op het centrale trappencircuit. De specifieke vraag werd gesteld naar een onafhankelijk geprivatiseerd ruimtegebruik voor ouders en kinderen. De respectievelijke geprivatiseerde slaapvertrekken en badruimten bevinden zich op verdieping, enerzijds onder het zadeldak voor de kinderen en anderzijds onder het vlinderdak voor de ouders.
De duurzaamheidsfactor van het gebouw betreft zowel de mogelijkheid tot de aanpasbaarheid naar levenslang wonen (de huidige garage gelijkvloers kan op termijn verbouwd als woonuitbreiding gelijkvloers), als het energiezuinig bouwen (BEN-woning met warmtepomp en fotovoltaïsche zonnencellen, recirculerende ventilatie). Het onverhuld duurzaam gebruik van primaire bouwmaterialen werd vooropgesteld (streekgebonden), zoals het gevelparement opgebouwd uit gebakken aarde. Er werd aandacht besteed aan het noordelijk beperken van ramen, de onderverdelende diepe raamdagkanten van de oostelijke voorgevel fragmenteren het straatlandschap, de brede ruime raampartijen westelijk en zuidelijk zijn voorzien van uitspringende buitenluifels die de hitte reguleren.
Rigide verkavelingsvoorschriften blijken niet noodzakelijk contra-productief om een architecturale ambitie van design for adaptability te beperken. Zowel klimaatadaptatie, verwezenlijkt door oriëntering en de te maken typologische settings van de raamkeuzes, als de natuurintegratie in het maagdelijk verkavelingslandschap kunnen bijdragen tot een duurzaam kwaliteitsvol wonen. De tuin wordt achteraan over de perceelbreedte afgebakend met een overdekt tuinpaviljoen die de interactie en belevingswaarde van de tuin maximaliseert. Verder werd bijzondere aandacht besteed aan de bouwwijze, zoals de specifieke keuzes van de metselwerkverbanden binnen en buiten, de typologische keuzes van het raamschrijnwerk en het reguleren van licht- en zonne-inval door de overwogen volumetrie van het gebouw.