• 18 april 2026
  • NL
  • FR

WVDM Living Lab 259

  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image

ontwerpopdracht

Het project legt de link tussen de theorie en de praktijk van circulair bouwen. Het betreft onderzoek en uitvoering van circulaire renovatiestrategieën. Als case worden 12 modules van de voormalige studentenkoten op de campus van de VUB ingezet, in 1972 ontworpen door Willy Van Der Meeren. We onderscheiden vier strategieën. TENT focust op een maximaal behoud met een minimale materiaalinput, COCON stemt comfort en energieverbruik af op het specifieke gebruik ipv een uniforme standaard op te leggen, LAYERING legt de nadruk op een aanpasbare en demonteerbare opbouw van de gebouwschil en DONS pakt de volledige structuur in en maakt gebruik van passieve strategieën. Het project is een katalysator en initieert de transitie naar een circulair renovatiemodel voor de 300 modules op de campus.

uitdagingen en antwoorden

We focussen bewust niet op het eindresultaat, maar op het proces. Het gebouw wordt niet als iets permanent ontworpen, waardoor ruimte ontstaat voor flexibiliteit, experiment en toekomstige evoluties. Gebruikers zijn geen passieve consumenten, maar actieve producenten die mee vorm geven aan de plek. Door systeemoplossingen aan te reiken, bestaande uit componenten die gevormd zijn volgens een reeks maatprincipes en op een omkeerbare manier geassembleerd zijn, wordt het productie- en bouwproces geoptimaliseerd, de opslag vergemakkelijkt en het potentieel voor hergebruik verhoogd. Het doel is niet alleen om oplossingen te standaardiseren door middel van eenvoudige modulariteit, maar vooral om de mogelijkheden voor hergebruik te verhogen door een maximalisering van de compatibiliteit.

In hoeverre is het een duurzaam project in de brede betekenis van het woord?

De renovatie ondersteunt de transitie naar een duurzame campus. De modules fungeren als bouwstenen binnen een groter netwerk met aandacht voor sociale voorzieningen, energie, waterbeheer, groen en zachte mobiliteit. Duurzaamheid wordt niet eenzijdig beschouwd, maar onderzocht vanuit vier thema’s: erfgoed, energie, circulariteit en economie. We vergelijken de strategieën o.b.v. milieu-impact, losmaakbaarheid, input van circulair materiaal, total cost of ownership, responsiviteit,… Het project focust op behoud van de betonstructuur en sanitaire units, en op hergebruik van materialen, zowel in situ (panelen, betonelementen, tegels) als ex situ (tapijt, isolatie, verlichting, sanitair en keukens). Het beeld wordt bepaald door de omkeerbare montage en de patine van hergebruikte materialen.

motivatie

Eerder dan een ontwerp voor een specifieke opdracht, is het renovatie-onderzoek ook opschaalbaar en bruikbaar voor andere naoorlogse gebouwen. We vertrekken van een veerkrachtig casco dat voldoet aan de basisbehoeften voor elk programma. De kwaliteiten van de ‘as found’ —zoals thermische inertie en modulariteit—worden maximaal benut en aangevuld met een omhulling van biomaterialen. Omkeerbare lagen kunnen volgens behoefte worden toegevoegd. De modulaire structuur maakt het gebruik mogelijk van bouwpakketten met gestandaardiseerde en uitwisselbare componenten, gemonteerd zoals een meccano. Er ontstaat een materialenbank die generisch en schaalbaar in het concept is, maar specifiek kan zijn naargelang de functionele en comforteisen.

Onze partners