DE PRAATSTOEL. Pietter Lansens (META architectuurbureau)
Met META architectuurbureau ontwerpt architect en vennoot Pietter Lansens gebouwen die helder en logisch zijn. Voor hem is architectuur een passie die er al van jongs af aan inzit en waarbij het fysiek verwezenlijken van een idee nog steeds de grootste drijfveer vormt. Vanuit de praktijk werkt hij aan diverse opdrachten, van complexe politiegebouwen tot innovatieve modulaire woningbouw. Wie of wat inspireert hem en hoe beleeft hij zijn vak dagelijks? We legden het hem voor in onze Praatstoel.
Op welk eigen gerealiseerde projecten ben je het meest fier en waarom?
Anderhalf jaar geleden leverden we Centraal Politiegebouw Kouter Torhout op. Het is een project waar voor mij persoonlijk heel wat samenkwam. Ik woon vandaag in Brussel en werk in Antwerpen, maar ik ben opgegroeid in Torhout. Bovendien had ik tijdens mijn stage bij Beel & Achtergael al aan het Politiehuis Brugge mogen werken. Zo had ik al heel wat kennis opgedaan over het ontwerpen van politiegebouwen. Het project was me dan ook al van vooraf op het lijf geschreven.
Bovendien kregen we heel wat vertrouwen van de opdrachtgever en konden we zo een ontwerp maken dat niet alleen 100% op maat van het politiekorps was, maar ook volledig volgens onze eigen ontwerpprincipes gebouwd is.
Het is geen evident project. Bij een eerste aanblik kan het gebouw heel hard of saai overkomen. Maar dieperliggend heeft iedere ontwerpbeslissing een achterliggende reden. Dit project was het juiste antwoord op de gestelde vraag.
Daarnaast denk ik ook nog aan het BMCC – voluit het Bruges Meeting & Convention Centre. Ik was vooral tijdens de wedstrijd betrokken bij het project en heb me voor dit project ‘gesmeten’, zoals we in West-Vlaanderen zeggen. De wedstrijdperiode was enorm intensief. Op slechts drie maanden maak je een complex stedelijk project voor een congresgebouw en een beurshal. Eigenlijk twee projecten in één. Dat alles in samenwerking met de drukbezette toparchitect Eduardo Souto de Moura.
Ons team heeft alles op alles gezet en we waren dan ook heel blij dat we gewonnen hadden. Het feit dat de concurrerende ontwerpteams uit heel wat hoog aangeschreven architectenbureaus bestonden, geeft de overwinning nog iets meer glans.
Van welk project in uitvoering of in voorbereiding koester je hoge verwachtingen?
We zijn sinds enkele maanden betrokken in een erg interessante design-and-build-procedure. We versterken het team van algemeen aannemer CIT Blaton en architectenbureau Aché Terra. Zij zijn geselecteerd voor een raamcontract van Wonen in Vlaanderen voor sociale huisvesting in modulaire houtbouw. Er zijn drie teams geselecteerd en voor ieder project wordt een minicompetitie georganiseerd tussen de drie teams.
Het is vrij intens, want de deadlines volgen elkaar snel op, maar tegelijkertijd is het superboeiend. We hebben veel ervaring in betaalbaar wonen en het modulair en repetitief ontwerpen zit in ons DNA. Maar qua ontwerp is het toch een andere manier van denken. Ons systeem van 3D-houtskeletvolumes worden volledig afgewerkt in het atelier in de Ardennen en worden vervolgens in één geheel naar de werf getransporteerd.
Ik kan niet wachten tot we de eerste unit via een kraan door de lucht zien zweven, klaar om geplaatst te worden.
Welk project van een andere Belgische architect is voor jou een schot in de roos?
Wanneer ik in het weekend op bezoek ga bij mijn familie in Torhout, stel ik de navigatie soms in op ‘autosnelwegen vermijden’. Dat is veel aangenamer rijden dan de autosnelweg. Eén van de routes gaat langs de kapel van Juliaan Lampens in Kerselare bij Oudenaarde. Toch wel een erg straf project! Het is zo zuiver dat je het met enkele lijnen op een bierviltje kan tekenen en iedereen zal het herkennen. Maar achter die ogenschijnlijke eenvoud schuilt veel diepgang.
Dat vind ik erg boeiend: iets wat bijzonder complex is zo hard stroomlijnen tot het een uitgepuurde evidentie wordt.Het project klopt qua schaal, qua inpassing in het landschap, qua materiaal, enzovoort. Het is krachtig en ingetogen. Het is massief zwaar en vederlicht tegelijkertijd.
Welke buitenlandse architecten vormen voor jou een grote bron van inspiratie?
Het werk van Gordon Bunshaft stelt nooit teleur. Zijn gebouw voor BBL (nu ING) aan de Marnixlaan in Brussel is een bijzonder geslaagd project. Ook hier komt weer veel samen: hoe de betonnen exoskeletstructuur telkens samenkomt in dat ene kogelknooppunt, hoe de beton fors en slank tegelijk is, maar ook warm aanvoelt en perfect aansluit op de travertijn van het voorplein…
In de zomer zit ik er wel eens om te genieten van het mooie voorplein, de fantastische architectuur en de spectaculaire trucs van de skaters en BMX’ers die zich het voorplein hebben toegeëigend. Het lawaai van het drukke autoverkeer moet je er wel bijnemen.
Wat zijn volgens jou de meest geslaagde recente bouwprojecten in het buitenland?
Als je aan buitenlandse architecten denkt, dan denk je meteen aan de internationale sterarchitecten. Maar de huidige generatie stelt toch wel een beetje teleur. Bjarke Ingels, Thomas Heatherwick, Snøhetta… Ik word er niet meteen warm van.
De vorige generatie met onder meer Rem Koolhaas, David Chipperfield en Herzog en de Meuron zijn ondertussen uitgegroeid tot instituten. Gelukkig leveren zij af en toe wel nog eens een goed gebouw af.
Maar eigenlijk vind ik dat we in ons eigen land best wel goede architecten hebben rondlopen. Agwa en jdviv hebben met Chapex een Mies van der Rohe Award in de wacht gesleept. Een mooie erkenning voor een topproject. Het SOLO House van OFFICE is eveneens van internationaal topniveau. Ook het werk van XDGA en Baukunst scheren in het buitenland hoge toppen. Als Belgen moeten we niet zo bescheiden zijn.
Welke jonge architect in Vlaanderen maakt momenteel veel indruk op jou?
Ilse De Sutter en Matilde Everaert lijken wel met 1001 dingen bezig te zijn. Eén daarvan is Saffir Creative Practice, hun samenwerking waarin ze eerder kleinschalige, maar steeds bijzonder verzorgde projecten maken.
In Nederland maakt Studio Verter van Roxane van Hoof en Claudio Saccucci heel mooie en integere projecten met veel diepgang.
Wat vind je zo boeiend aan jouw job als architect? Zou je jouw kinderen aanmoedigen om in jouw voetsporen te treden?
Ik ben erfelijk belast. De liefde voor architectuur en bouwen zit in mijn genen. Mijn vader was zelf geen architect, maar ingenieur bouwkunde. Toen ik kind was stond de tekentafel, de kalkrollen en de Rothring-pennetjes bij ons in de woonkamer. Terwijl mijn vader plannen tekende, bouwde ik met LEGO-steentjes.
Vandaag is het eigenlijk niet anders. Het is een heel romantisch idee: iets in je hoofd bedenken, dat idee op papier zetten en verder verfijnen en het daarna ook in realiteit zien als fysieke verwezenlijking van dat ene idee in je hoofd. Eénmaal gebouwd, dan staat je ontwerp er voor eeuwig (of dat is toch de ambitie) en voor iedereen.
Ik kan me niet inbeelden dat er iets meer boeiend is dan dat.
Welke ontmoeting is bepalend geweest voor jouw verdere architecturale ontplooiing?
In de tweede bachelor aan Sint-Lucas kreeg ik les van Annemie Demeulemeester. Door haar open manier van lesgeven, kon ik daar een ‘klik’ maken. Dààr ben ik architect geworden.
Twee jaar geleden was ik jurylid voor de Bachelorproef op Sint-Lucas. Toevallig moest ik de studenten van Annemie jureren tijdens haar laatste lesopdracht voor haar pensioen als docent. Ik vond het toch belangrijk om haar nog even te bedanken voor die ‘klik’, want dat was er in de jaren voorheen nog niet van gekomen.
Herken je jezelf nog in de ambitieuze jonge student die je ooit zelf was? Komen droom en werkelijkheid sterk overeen?
Mijn attitude en mijn ambitie zijn nog steeds dezelfde. De omstandigheden zijn natuurlijk fel veranderd. Als student kan je dromen, als architect moet je bouwen.
Nog een geluk dat architect het mooiste beroep ter wereld is, want wie zou anders de sectorwijde lage verloning, de haast eindeloze aansprakelijkheid, de absurde overreglementering, bureaucratie en afvinkcultuur, alsook de moeilijk werk-leven-balans tolereren?
FAIT DIVERS
Welke job zou je nu uitoefenen als je geen architect was? Een stoute droom: ontwerper van auto’s.
Waar heb je jouw architectuuropleiding gevolgd? Sint-Lucas Gent (nu: KU Leuven).
Bij wie heb je stage gelopen?
Na mijn afstuderen in 2009 ben ik meteen aan de slag gegaan bij Lieven Achtergael. Het jaar ervoor had ik er al als jobstudent gewerkt. Lieven was ook mijn stagemeester. Ik heb er een leuke tijd beleefd: mooie projecten gemaakt met fijne mensen. Eén ervan was Isabelle Dierickx, van wie ik veel geleerd heb.
Wat was de titel van jouw eindwerk? Art Hotel Marseille
Favoriet architectuurboek: Het nieuwste boek is altijd het beste: ‘Talking Structures’ van Mouton.
Favoriet ander boek: META’s moppenboekje. Het is een notitieboekje waarin we de flauwste moppen op kantoor noteren.
Favoriete film: Pulp Fiction
Favoriet tv-programma: De Ideale Wereld
Favoriete muziek: Radiohead. Arctic Monkeys. Soulwax. Blur. Gorillaz. Tsar B. Caribou. Justice.
Heb je veel vrije tijd en hoe brengt je die het liefst door? Op mijn koersfiets.
Favoriete Belgische stad: Mijn thuisstad Brussel. Achter elke straathoek schuilt een nieuwe wereld.
Favoriete Europese stad: Een leuk Italiaans kuststadje tussen Montechiaro Napoli en Piano di Sorrento. Helaas kan ik niet op de naam komen.
In welk land zou je het liefst geboren en opgegroeid zijn? Weinig klachten over België, hoewel er natuurlijk altijd ruimte is voor verbetering.
Actief of passief sportbeoefenaar? Welke sport? Fietsen en tennis
Favoriete architectuursite? Divisare
Favoriete andere website? Google Maps 3D en Streetview