Contactformulier

Jansen AG

Jansen: “Duurzaam bouwen moet ook economisch verantwoord zijn”

  • image
  • image

Duurzamer bouwen is technisch al lang mogelijk. De grotere uitdaging is om van de duurzame keuze ook de economisch logische keuze te maken. Precies daar ligt volgens Jansen de opgave voor de komende jaren. De producent van stalen ramen, deuren en gevelsystemen pleit daarom voor een bredere benadering van duurzaamheid, waarbij niet alleen de milieu-impact van materialen telt, maar ook hun levensduur en de kosten tijdens de gebruiksfase.

“Wanneer gebouwen langer meegaan, worden de onderhoudskosten veel belangrijker dan de bouwkosten”, zegt Lennart Nieder, Country Manager NL/BE bij Jansen. Door al tijdens het ontwerp verder te kijken dan de initiële investering en milieu-impact, onderhoud, levensduur en circulariteit mee te nemen in de afweging, kunnen volgens hem ecologische en economische belangen dichter bij elkaar komen.

Milieu-impact inzichtelijk maken

Om die afweging te kunnen maken, moet eerst duidelijk zijn wat de milieu-impact van een bouwproduct is. Jansen zet daarvoor in op Environmental Product Declarations (EPD’s). Tijdens vakbeurs BAU in München ontving het bedrijf in 2023 zijn eerste milieuproductverklaringen voor verschillende van zijn staalsystemen. Inmiddels zijn tientallen producten, van stalen ramen en deuren tot gevelsystemen, getest door het Duitse Institut Bauen und Umwelt (IBU) en onafhankelijk geverifieerd.

Voor de EPD’s liet Jansen de materiaalstromen binnen zijn toeleveringsketen analyseren. Daaruit blijkt dat het Global Warming Potential (GWP) van de staalprofielen in zijn ramen, deuren en gevelsystemen volgens de EPD’s 1,6 kg CO₂e per kg staal bedraagt. Voor staal dat met een lagere CO₂-uitstoot wordt geproduceerd, noemt Jansen waarden van 0,6 tot 0,3 kg CO₂e per kg.

Ook de herkomst van het materiaal speelt daarbij een rol. Jansen betrekt zijn staal bij Europese leveranciers, wat de transportafstanden beperkt. Aan het einde van de gebruiksfase kan staal bovendien opnieuw als grondstof worden ingezet.

Van productdata naar projectspecifieke LCA

Een EPD maakt producten onderling beter vergelijkbaar, maar zegt nog niet alles over hun toepassing in een concreet gebouw. Afmetingen, componenten en constructiemethode beïnvloeden mee de uiteindelijke milieu-impact. Daarom biedt Jansen naast de reguliere EPD’s ook projectspecifieke milieuproductverklaringen aan.

Architecten en bouwbedrijven kunnen daarmee al tijdens het ontwerp verschillende oplossingen naast elkaar leggen. Om zulke vergelijkingen toegankelijker te maken, ontwikkelde Jansen een gecertificeerd hulpmiddel waarmee projectspecifieke milieudata kunnen worden berekend. Voor specifieke projecten kan Jansen daarnaast een Life Cycle Assessment (LCA) opstellen. Zowel het gebruik van de tool als de projectspecifieke LCA wordt door het bedrijf kosteloos aangeboden.

Die laagdrempeligheid is volgens Lennart belangrijk. “Begrippen als EPD, LCA en GWP zijn vertrouwde begrippen geworden in het duurzaamheidsdebat, maar de achterliggende methodiek blijft complex. Dat kan een drempel vormen om milieudata daadwerkelijk in ontwerpbeslissingen te betrekken.”

Door de gegevens concreet en vergelijkbaar te maken, wil Jansen de toepassing ervan in het reguliere ontwerp- en bouwproces vergemakkelijken. De ambitie: milieu-impact net zo vanzelfsprekend meenemen in een materiaalkeuze als prijs, esthetiek of technische prestaties.

De kloof tussen duurzaam en economisch

Transparante milieudata zijn daarbij een hulpmiddel, geen einddoel. De bouwsector blijft sterk prijsgedreven en de oplossing met de laagste milieu-impact is vandaag niet noodzakelijk de economisch aantrekkelijkste. Net die kloof moet volgens Lennart kleiner worden.

“Duurzaamheid nastreven heeft op lange termijn alleen zin als het economisch te verantwoorden is”, zegt hij. “Daarvoor moeten we de komende jaren de kloof zien te overbruggen tussen de meest duurzame oplossing en de meest economische oplossing.”

Dat vraagt om een bredere kijk op kosten. Niet alleen de investering bij de bouw telt, maar ook wat een raam, deur of gevel tijdens tientallen jaren gebruik vraagt aan onderhoud, herstel en vervanging. Zeker bij openbare gebouwen en infrastructuur met een lange levensduur kunnen die kosten uiteindelijk zwaarder doorwegen dan de initiële investering.

“Wanneer gebouwen langer meegaan, worden de onderhoudskosten veel belangrijker dan de bouwkosten”, aldus Lennart. “We moeten ons dus meer op die gebruiksfase richten.”

Levensduur als onderdeel van duurzaamheid

Vanuit die redenering legt Jansen de nadruk op de levensduur van zijn stalen systemen. Het bedrijf werkt met koudgetrokken staal voor de profielen van ramen, deuren en gevels. De mechanische eigenschappen van staal maken relatief slanke profielen mogelijk en lenen zich voor toepassingen waarbij sterkte en een lange gebruiksduur gevraagd worden.

Die levensduur is relevant voor zowel de milieu-impact als de economische afweging. Een bouwcomponent die langer in gebruik kan blijven, hoeft immers minder snel vervangen te worden. Tegelijk kunnen onderhouds- en vervangingskosten over een langere periode worden gespreid of vermeden. Aan het einde van de gebruiksfase kan het staal ook nog eens opnieuw in de materiaalketen terechtkomen.

Verbinding

Dat betekent niet dat staal per definitie voor elk project de duurzaamste oplossing is. De uiteindelijke balans hangt af van onder meer het ontwerp, de toepassing, de herkomst van het materiaal, de verwachte levensduur en het scenario aan het einde daarvan. Net daarom worden levenscyclusanalyses relevanter: ze maken het mogelijk om materiaalkeuzes binnen de context van een concreet gebouw te beoordelen.

Daar ligt volgens Lennart uiteindelijk de verbinding tussen ecologische en economische duurzaamheid. “De relevante vraag is niet alleen wat een bouwproduct vandaag kost of hoeveel CO₂ bij de productie vrijkomt, maar welke milieu-impact en kosten het gedurende zijn volledige levensduur veroorzaakt”, besluit hij.

Bron Jansen

  • Deel dit artikel

Onze partners