OPINIE | Nieuw normenboek voor omgevingsaanvragen legt een dieper probleem bloot: de complexiteit verdwijnt niet, ze verschuift

De recente invoering van een nieuw normenboek voor omgevingsaanvragen was voor architect Pieterjan Vermoesen de aanleiding om een open brief te richten aan Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns. Daarin uit hij niet alleen kritiek op de manier waarop die wijziging werd ingevoerd, maar plaatst hij het dossier ook in een bredere context. Volgens Vermoesen leiden opeenvolgende wijzigingen aan de Vlaamse omgevingsregelgeving steeds vaker tot extra administratieve lasten, meer rechtsonzekerheid en een groeiende kloof tussen beleid en praktijk. Onderstaande bijdrage is een ingekorte versie van zijn open brief.

Als architect draag ik een verantwoordelijkheid van openbare orde. Ik ben wettelijk aansprakelijk voor de kwaliteit, veiligheid en conformiteit van bouwprojecten. Net daarom is het moeilijk te begrijpen dat een beroepsgroep met zulke verantwoordelijkheden steeds minder betrokken wordt bij beslissingen die haar dagelijkse werking rechtstreeks beïnvloeden.

De voorbije jaren volgden de wijzigingen in de Vlaamse omgevingsregelgeving elkaar in sneltempo op. Ze worden telkens voorgesteld als administratieve vereenvoudigingen, maar op de werkvloer ervaar ik het tegenovergestelde. Nieuwe regels brengen extra interpretatievragen, bijkomende controles en meer administratie met zich mee, zowel voor architecten als voor vergunningverlenende overheden. De complexiteit verdwijnt niet, ze verschuift van de overheid naar de mensen die de regelgeving dagelijks moeten toepassen.

De recente invoering van het nieuwe normenboek voor omgevingsaanvragen vormt daarvan een treffend voorbeeld. De wijzigingen werden doorgevoerd zonder gerichte communicatie naar de professionele gebruikers van het Omgevingsloket, zonder overgangsregeling en zonder duidelijk overzicht van wat precies veranderde. Zelfs belangrijke beroepsorganisaties bleken vooraf niet op de hoogte. Architecten moesten midden in lopende dossiers zelf uitzoeken welke gevolgen de nieuwe regels hadden voor hun plannen, dossiers en interne werkprocessen. Een wijziging die op beleidsniveau misschien beperkt lijkt, vertaalt zich op de werkvloer in dagen extra werk, zonder dat daar enige inhoudelijke meerwaarde voor de bouwheer of de vergunningverlenende overheid tegenover staat.

"De complexiteit verdwijnt niet, ze verschuift van de overheid naar de mensen die de regelgeving dagelijks moeten toepassen."
- Architect Pieterjan Vermoesen -

Dat patroon zagen we eerder al. Ook de communicatie over het Vrijstellingenbesluit, wadi's en waterdoorlatende verhardingen wekte verwachtingen die achteraf moesten worden genuanceerd. Burgers bellen daarvoor niet naar de Vlaamse overheid, maar naar hun architect of de gemeentelijke stedenbouwkundige dienst. Zo verschuift niet alleen de administratieve last, maar ook de verantwoordelijkheid voor heldere communicatie steeds meer naar de praktijk. Tijd die eigenlijk naar ontwerp en begeleiding van projecten zou moeten gaan, verdwijnt in het rechtzetten van misverstanden en het beantwoorden van vragen die de overheid zelf had kunnen voorkomen.

Intussen is de rol van de architect sterk geëvolueerd. Naast ontwerper is hij vandaag ook jurist, digitaal dossierbeheerder, kwaliteitsbewaker, adviseur en aanspreekpunt voor burgers. Elke bijkomende administratieve wijziging vergroot die werklast, terwijl de overheid blijft spreken over vereenvoudiging. Dat extra werk laat zich bovendien moeilijk vooraf begroten. Uiteindelijk vertaalt het zich onvermijdelijk in hogere erelonen en dus ook in hogere bouw- en renovatiekosten. Op een moment waarop Vlaanderen voor een enorme renovatieopgave staat, lijkt dat de verkeerde richting.

Laat één zaak duidelijk zijn: ik pleit niet tegen digitalisering of tegen hervormingen. Architecten willen meewerken aan efficiëntere procedures en kwaliteitsvolle regelgeving. Wat vandaag ontbreekt, is een doordachte voorbereiding, transparante communicatie en respect voor de praktijkervaring van de mensen die de regels dagelijks moeten toepassen.

Als architect leer je dat een goed ontwerp niet ontstaat door steeds nieuwe elementen toe te voegen aan een geheel dat zijn samenhang heeft verloren. Soms moet je terugkeren naar de essentie, behouden wat werkt en de rest opnieuw opbouwen tot een logisch en coherent geheel.

Volgens mij is Vlaanderen op dat punt beland. De opeenstapeling van decreten, besluiten, vrijstellingen, uitzonderingen en digitale normen heeft een systeem gecreëerd dat steeds moeilijker beheersbaar wordt voor burgers, architecten én vergunningverlenende overheden. Dat systeem vereenvoudig je niet door er telkens nieuwe regels of formats aan toe te voegen. Zo maak je het alleen complexer, duurder en minder transparant.

Daarom pleit ik niet voor de zoveelste gedeeltelijke bijsturing, maar voor een grondige hertekening van de Vlaamse omgevingsregelgeving, uitgewerkt in overleg met architecten, stedenbouwkundigen, vergunningverlenende overheden, juristen en de bouwsector. Alleen zo ontstaat een coherent regelgevend kader dat niet alleen op papier eenvoudiger oogt, maar ook in de praktijk werkbaar is.

Lees hier de volledige open brief van architect Pieterjan Vermoesen aan Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns.

  • Deel dit artikel

Onze partners