Een jong gezin besluit tijdens de coronapandemie hun appartement in de stad te verruilen voor een vrijstaande woning met tuin aan de rand van de stad, op een steenworp afstand van het centrum. Het betreft een gedateerde woning uit 1958 met een aantal 'moderne' elementen. De opdracht was om van deze woning een frisse, eigentijdse gezinswoning te maken met een relatie tot de tuin en verwijzingen naar de casestudywoningen, auto's en interieurontwerp. De woning bevindt zich in een zeer specifieke context van de stad. Enerzijds ligt het in een buitenwijk, in een oude woonwijk in de 20e-eeuwse Gentse gordel, vlakbij de pittoreske Leie. Dit betekent dat de woning iets hoger in het groen ligt, tussen oude bomen. Anderzijds ligt de woning ook zeer dicht bij het centrum, op circa 2,5 km van station
Wat te doen met al die huizen in de 20e-eeuwse gordel rond de stad, huizen die in te goede staat zijn om af te breken, maar tegelijkertijd te verouderd om te conserveren? Onze aanpak ziet het huis als een palimpsest: bestaande kwaliteiten worden versterkt en aangevuld met hedendaags comfort en nieuwe lagen. Zo ontstaat, met respect voor het verleden, een toekomstbestendige woning. In de woning hebben we eerst de potenties van de ruimtes in kaart gebracht. Zo was bv de voormalige garage gunstig georiënteerd op oost, zuid en west in de tuin, en bied deze locatie mogelijkheden tot nieuwe interacties met de leefruimte. Door de auto te weren uit de woning, creëerden we ruimtelijkheid en zichtlijnen. De ingrepen zijn bewust precies en minimaal, als acupunctuur in de bestaande structuur.
Hoewel de woning een vrijstaande woning is, ligt deze toch op een zeer bereikbare plaats. Kiezen om te renoveren i.p.v. nieuwbouw is op meerdere vlakken een duurzame aanpak. Vooreerst heb je een sociaal aspect, gebouwen die in het collectieve geheugen van een buurt zijn opgeslagen, kunnen zo verder blijven deel uitmaken en evolueren. Vervolgens heb je het opgeslagen CO2 in de oude constructie maar spaar je ook CO2 van een afbraak en vervolgens van een nieuwe constructie uit (denk ook aan Shearing Layers van Brand). Er wordt bovendien geen nieuwe gronden aangesneden of extra verharding aangebracht. Tenslotte is wordt woning zelf ook aangepast om te voldoen aan de hedendaagse (duurzame) comfort eisen.
Als we geen nieuwe bouwgronden willen aansnijden en inzetten op CO₂-reductie en circulair bouwen, komen we steeds vaker uit bij woningen uit de 20ste eeuw. Ze zijn structureel nog degelijk, maar vaak slecht geïsoleerd en voldoen niet meer aan de huidige comforteisen. Tegelijk verschijnen ze massaal op de markt, waar nieuwe gezinnen ze een tweede leven willen geven. Deze Award kan een licht werpen op de centrale ontwerpvraag: wat doen we met deze 20ste-eeuwse woningen te goed om te slopen, maar niet performant genoeg om zomaar te conserveren?