De opdracht: een nieuw gebouw op de wetenschapscampus in Zwijnaarde dat 22 bio-incubatoren en het VIB-hoofdkantoor samenbrengt in één helder, goed functionerend en flexibel geheel. Het moest bouwtechnisch doordacht, kostenefficiënt en verzorgd zijn, met een duidelijke wayfinding en een planlogica die wisselende gebruikersnoden kan opvangen. In de context van de E40 moest het zich profileren als poortwachter en herkenningspunt: een zichtbaar uithangbord voor biotech, terwijl het intern privacy, rust en concentratie voor labo- en kantoorwerk garandeert. Het ontwerp moest kaderen binnen een beeldkwaliteitsplan voor de achterliggende campus. Dit impliceerde een dubbel adres, nl. visibiliteit langs de E40 maar de hoofdinkom aan tegenovergestelde zijde waar de technologiecampus zal oprijzen.
De uitdaging was het verzoenen van een zwaar technisch repetitief programma met identiteit, leesbaarheid en complexe omgeving langs de E40. Het antwoord is een “machine” met een logische programmastapeling en modules die eenvoudig kunnen schakelen en loskoppelen. Planopbouw volgt de daglichtgradiënt: kantoren aan de gevel, labo’s in tweede lijn, support centraal. Langs de autosnelweg organiseert een glazen interactieve schil de verticale circulatie en gedeelde functies. Zo wordt gang meer dan circulatie: ze verbindt verdiepingen en gebruikers, faciliteert informele ontmoeting en stimuleert cross-collaboration. De hyperefficiënte organisatie van de incubatoren stelde in staat deze ongevraagde, maar nu al onmisbare, surplus te bieden. Ze vormt eveneens een billboard voor startup bedrijven.
Duurzaamheid zit hier niet enkel in technieken (warmtepomp, PV, waterbesparing en regenwaterrecuperatie), maar ook in de planlogica en het gebruik. Door doorgedreven planonderzoek ontstaat een compact volume en een hyperfunctionele stapeling van functies. De incubatorvloeren werken met flexibel schakelbare units, zodat ruimtes eenvoudig kunnen koppelen en ontkoppelen naargelang de noden. De interactieve schil maakt gedeelde functies mogelijk, verhoogt de gebruiksefficiëntie en mogelijke vulpatronen van incubatoren. De gebouwstructuur (strategisch kolommengrid, gewichtsbesparende platen zonder doorhangende balken) laat maximale aanpasbaarheid toe. Oververhitting wordt passief beheerst via oriëntatie en aangepaste beglazing. Het gebouw haalt BREEAM ‘very good’, en ‘excellent’ voor ENE.
Omdat het project strikte functionaliteit omzet in architectuur met meerwaarde. Incubator en hoofdkantoor worden niet enkel gestapeld, maar geestelijk en ruimtelijk gekoppeld door de interactieve schil: een systeem van circulatie, trappen, proeftuinen, vergaderplekken en collectieve functies dat ontmoeting en kennisdeling activeert. Het gebouw is een heldere landmark langs de E40—billboard en scherm—maar fungeert tegelijk als buffer die rust biedt aan de concentratiezones. De gevel- en volumewerking maken de programmatische tweeledigheid leesbaar en geven de campus een sterke identiteit. Het resultaat is een compacte, robuuste, flexibele en toekomstgerichte typologie voor biotech, waar performantie en cross-collaboration samenvallen.