Doordat de site een rijtje historische loodsen vervolledigt, stelde zich een unieke kans tot de realisatie van een gemengd woonproject met een zekere schaal en monolithisch karakter. Enerzijds moet het wonen haar plek opeisen in een monofunctioneel gebied; anderzijds diende de architectuur aan de contextuele harmonie bij te dragen. Dus loopt Kaai 24 de contour van het perceel af. Het bebouwingslint wordt echter gedifferentieerd in drie volumes (elk heeft een eigen typologie: sociale, bescheiden en marktconforme woningen) die tegelijkertijd – vanop afstand – één geheel blijven vormen. Tussenin ontstaat een groen binnengebied: een aangename ontmoetingsruimte, rechtstreeks met de publieke kade verbonden. Op het dak van één van de volumes landt tenslotte een collectief paviljoen.
Net toen de aannemer de eerste schop in de grond had gestoken, werd de uitvoering door juridische aspecten bijna 10 jaar lang uitgesteld. Gelukkig verjaart een omgevingsaanvraag die juridisch wordt betwist niet. Kaai 24 kon uiteindelijk, zelfs na de lange periode van opschorting, toch nog volgens hetzelfde ontwerp en met dezelfde aannemer worden gerealiseerd. Dat het project de periode van standstill overleefde, achten we een grote verdienste van het ontwerp.
Vanuit een bewustzijn voor de schaarste van groen - zeker in de havencontext - wordt maximaal ingezet op een vergroende binnentuin. Dit landschap tussenin is cruciaal, omdat het de voordien industriële en verharde ruimte leefbaar en bewoonbaar maakt. Daarnaast werd in nauwe samenwerking met het studiebureau een hoog energiepeil vooropgesteld. Naast duurzame en niet-milieubelastende materialen werd onderzocht hoe energie-opwekkende installaties – zoals een warmtewisselaar in de dokken – konden worden geïntegreerd. Grote dakvlakken werden ingezet als dragers van zonnecollectoren. Groendaken dienen als buffers voor de opvang van hemelwater. Ten tijde van conceptualisatie was Kaai 24 hiermee zeer vooruitstrevend en moest het ontwerp na tien jaar stilstand maar heel beperkt aangepast worden.
Door de grote woonvraag in Vlaamse steden worden volop andersoortige plaatsen aangesneden, zoals de voorhaven van de Muide. Bij de opstart (2010) was Kaai 24 vooruitstrevend: het schikt grootschalig collectief wonen in een ietwat verwaarloosde buurt én brengt drie doelgroepen samen. Als antwoord op de context oogt het volume van ver monumentaal; van dichtbij toont zich de voor het wonen noodzakelijke gelaagdheid, verscheidenheid, finesse. Het binnenplein met gaanderijen rondom injecteren het blok met een shot collectiviteit. Door aandacht voor de grenzen tussen (semi)publiek en privaat profiteert elke unit (sociaal of koophuur) van dezelfde generositeit. Gemengde woonprojecten als deze mogen - naast de huidige focus op monotone woonenclaves - dringend meer navolging krijgen.