• 18 april 2026
  • NL
  • FR

Léon 165

  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image

ontwerpopdracht

Het begon met de vraag om een antwoord te bieden op de leegstand van het pand, die op lange termijn een nefaste invloed op het erfgoed zou hebben. De herbestemmingsstudie die werd opgemaakt onderzocht welke (nieuwe) functie het gebouw kon opnemen en of een uitbreiding van het volume, in de vorm van een optopping, wenselijk was. De studie concludeerde dat een nieuwe invulling van commerciële functies en kantoren een unieke kans was voor het gebouw én voor deze site in de stadskern van Gent. Daarbovenop is dit iconische handelspand, gebouwd door Stynen en De Meyer, vastgesteld erfgoed. Bijgevolg stond het integreren van een hedendaags programma van commerciële functies en kantoren met respect voor de historische context centraal.

uitdagingen en antwoorden

Het verzoenen van de uitgebreide technische en programma-eisen met de erfgoedwaarden bleek een complexe uitdaging. Enkele bepalende ingrepen zijn het inbrengen van natuurlijk daglicht via vides tot diep in het gebouw, het voorzien van groenruimte en terrassen, het slim schakelen van circulatiekernen zodat verschillende (kantoor)indelingen in de toekomst mogelijk zijn en het zorgvuldig integreren van twee extra bouwlagen binnen een bestaande brutalistische structuur. Daarnaast vormde de stabiliteit een randvoorwaarde voor de uitbreiding. Het ontwerp formuleert hierop een coherent antwoord door te vertrekken vanuit een grondige analyse van het bestaande. De toevoeging van twee extra bouwlagen wordt opgevat als een hedendaagse interpretatie van het bestaande architecturale raster.

In hoeverre is het een duurzaam project in de brede betekenis van het woord?

Het project is duurzaam in brede zin door maximaal in te zetten op hergebruik van het bestaande gebouw en het valoriseren van erfgoedwaarden. Door de bestaande structuur te behouden en te versterken, wordt de materiaalimpact aanzienlijk beperkt. De herbestemming naar een gemengd programma verhoogt bovendien de gebruiksintensiteit en levensduur van het gebouw. Ingrepen zoals het verbeteren van daglichttoetreding en circulatie dragen bij aan het comfort en de toekomstbestendigheid. De toevoeging van lichte, efficiënte constructies met aandacht voor duurzame materialen voor de extra bouwlagen beperkt de structurele belasting. Tegelijk zorgt de integratie van oud en nieuw voor een architecturaal duurzame oplossing die het gebouw opnieuw verankert in de stedelijke context.

motivatie

Door een exemplarische omgang met erfgoed binnen een complexe stedelijke context. De interventie vertrekt vanuit een doordachte herinterpretatie van de oorspronkelijke architectuur waar de brutalistische logica gerespecteerd wordt en actief vertaald naar een hedendaagse architectuurtaal. Daarnaast getuigt het ontwerp van een sterke integratie van programmatische, technische en erfgoedmatige uitdagingen. De toevoeging van twee bouwlagen, de optimalisatie van daglicht en circulatie, en de herwaardering van de plint worden coherent samengebracht in één leesbaar geheel. Het project combineert ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid en economische haalbaarheid, en toont hoe bestaande gebouwen via gerichte ingrepen opnieuw betekenisvol kunnen worden in het stedelijk weefsel.

Onze partners