Mag een industrieel gebouw er ook echt industrieel uitzien? En waarom hebben kantoren in deze gebouwen vaak de uitstraling van een standaard kantoor? Met deze vragen als vertrekpunt gingen opdrachtgever Aartsen, Grosfeld Bekkers van der Velde architecten en PUUR interieurarchitecten aan de slag. Door de groei van het Belgische filiaal van Aartsen Fruit & Vegetables ontstond een urgente behoefte aan passende huisvesting. De opgave omvatte een distributieloods, een verkoopomgeving (cash&carry) en ondersteunende kantoren met personeelsvoorzieningen. Vanuit de gezamenlijke reflectie ontstond een heldere ambitie: een economisch en tegelijkertijd onderscheidend gebouw, gebaseerd op eerlijke industriële materialen en principes, waarbij het functionele karakter wordt omarmd.
Het waarmaken van de gezamenlijke ambitie om een economisch maar onderscheidend gebouw te maken stond centraal. Door de “manier van maken” en de bouwmethodiek als architectonisch thema door te voeren tot in het interieur, is getracht dit te bereiken. Dit vraagt om vasthoudendheid en een andere ontwerpbenadering, waarbij principes van maken en produceren tot in detail worden doorgrond. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de gevelcompositie van het prefab betonnen kantoor, die voortkomt uit functionele eisen en technische randvoorwaarden van productie en transport. Ook de keuze voor een standaard sandwichpaneel voor de distributieloods, zonder extra belijning, profilering of vlakverdeling, sluit hierop aan. De schaal van het gebouw is niet gebroken maar juist omarmd en verzacht.
Na grondige analyse is geconcludeerd de focus ten aanzien van duurzaamheid te leggen op het reduceren van de energievraag. Luchtdicht bouwen, een maximaal geïsoleerde gebouwschil en vooral het minimaliseren van het te koelen bouwvolume zijn hierbij de belangrijkste getroffen maatregelen. Daarnaast wordt het hemelwater geïnfiltreerd op eigen terrein. In zijn algemeenheid zit de duurzaamheid van het gebouw vooral in energiebeheer en technische optimalisatie. Er is aandacht besteedt aan efficiënte gebouworganisatie, hernieuwbare energie (PV-panelen), energie-efficiënt koelen en integrale technische optimalisatie. Het project laat zien dat duurzaamheid hier vooral wordt benaderd vanuit energie-efficiëntie en functionele logica.
Omdat in het project getracht is om onderscheidende architectuur te maken door in de beperking de oplossing te zoeken. Geen grote gebaren, complexe oplossingen en dure materialen, maar eerder zorgvuldige, economische ontwerp- en materiaalkeuzes die leidt tot ingetogen architectuur, voortkomend uit functionaliteit en de wijze van maken, produceren en monteren. Daarnaast is het project een goed voorbeeld van een samenwerking tussen architect en interieurarchitect waarbij je niet voelt waar architectuur ophoudt en interieurarchitectuur begint. Samenwerking die in onze ogen in de complexer wordende maatschappij en bouwwereld doorslaggevend is om tot betekenisvolle architectuur te komen.