SCHERPGESTELD. Steven Massart “Een gebouw is het meest interessant om in beeld te brengen wanneer er in geleefd wordt”
Met de nieuwe rubriek Scherpgesteld zet Architectura architectuurfotografen in de kijker die met hun beelden mee bepalen hoe we gebouwen zien en begrijpen. In deze reeks beantwoorden Belgische fotografen tien vaste vragen over hun parcours, werkwijze en visie op het vak. Vandaag staat Steven Massart centraal. Na een loopbaan als allround en theaterfotograaf focust hij zich nu volledig op gebouwen, waarbij hij de ruimte observeert zonder te interfereren. Voor Steven krijgt architectuur pas betekenis wanneer mensen het zich toe-eigenen. Hij zoekt naar het snijpunt tussen de ontwerpintentie en zijn eigen blik, en brengt projecten het liefst in beeld wanneer ze volop in gebruik zijn.
Hoe ben je in de (architectuur)fotografie terechtgekomen?
Ik ben nogal toevallig in de fotografie gerold. Tijdens een uitwisselingsreis als 16-jarige met een Poolse school, nam ik de camera van mijn vader mee en dook nadien in de badkamer-doka. Daarna verdween fotografie weer helemaal uit het zicht tot ik moest kiezen wat ik zou verder studeren. Ik was geslaagd in mijn toelatingsproeven aan Sint-Lukas en begon toen aan een lang en gevarieerd traject.
Ik werkte een kleine 10 jaar als allround fotograaf en deed alles van juwelen tot gebouwen. En fotografeerde veel kinderen en trouwers. Tot ik er wat op uitgekeken raakte en besloot ik om me helemaal te focussen op wat ik het boeiendste vond: het fotograferen van bouwen en gebouwen.
Wat spreekt je het meest aan in het fotograferen van architectuur?
Ik was een hele tijd huisfotograaf van een aantal theatergezelschappen. De Koe, ’t Arsenaal, Theater Malpertuis, … . Aan de slag gaan met wat de acteurs, de regisseur en de hele ploeg je geven lag me wel. Observeren en momenten kiezen zonder te interfereren in het proces. Zo pak ik ook mijn architectuurfotografie aan. Ik ga aan de slag met wat er is. Ik ontdek het gebouw van het grote geheel tot het kleine detail. Daarbij zoek ik naar het snijpunt van de ontwerpintentie en mijn persoonlijke blik daarop. Waar heeft de ontwerper zijn accenten gelegd en hoe kan ik die met beeld versterken.
Op welke eigen reportage of project ben je het meest fier en waarom?
Op de reportage die ik maakte van de laatste architectuurreis naar Barcelona, samen met Architectuurwijzer. Het werd een videoreportage waarin de sfeer van de reis gecombineerd is met beelden (foto en video) van fascinerende projecten als Walden 7 en La Fabrica van Bofill en Biblioteca Garcia Marquez van Suma Arquitectura, naast sfeerbeelden van Barcelona zelf.
Daarnaast werk ik aan het videoproject over Domein Nieuwenhoven dat ik opgestart heb, waarin ik de stemmen van NU architectuuratelier, BuroLandschap en Dethier samenbreng. Het project loopt over vier seizoenen en zal pas in 2027 helemaal klaar zijn.
Wat maakt een gebouw volgens jou interessant om te fotograferen?
Een gebouw is voor mij het meest interessant om in beeld te brengen wanneer er in geleefd wordt, wanneer mensen het zich hebben toegeëigend.
Een gebouw staat er 24/7. Alles is er, maar je kan er weinig invloed op uitoefenen. Het weer, noch de context heb je in de hand dus moet je als fotograaf heel bewust keuzes maken wat je toont of net niet. Welke uitsnede je maakt uit de realiteit. Hoe ver je gaat in interacties met de omgeving. Wacht je op mensen of heb je het liever leeg? Toon je het leven zoals het is of ga je eerder voor de grafische details waarin elk storend element wordt weggehaald? Op welk moment van de dag ga je langs? Met zon of net niet?
Als klanten mij vragen wanneer het beste moment is voor een reportage, kies ik doorgaans voor een project in gebruik op een mooie dag. Zeker wanneer het om scholen en dergelijke projecten gaat. Zon zorgt voor schaduw, en schaduw zorgt voor diepte. Mensen zorgen voor leven en introduceren het aspect tijd.
Welke architectuurprojecten hebben je de laatste jaren bijzonder geïmponeerd?
Ik had tijdens een trip naar Schotland (in 2025 met de studenten Burgerlijk Ingenieur – Architectuur van de KU Leuven) de kans om bij Maggie’s Glasgow binnen te stappen. Een bijzonder project van Rem Koolhaas en OMA. Kleinschalig en met heel veel gevoel. Als je dan toch de pech hebt om ziek te worden mag je me naar daar sturen voor mijn genezingsproces. Ook La Borda in Barcelona van Lacol dat we bezochten met Architectuurwijzer. Zo’n plek midden in de grootstad waar het leven volop geleefd wordt, dat moet echt genieten zijn.
Korter bij huis ben ik nog altijd bijzonder onder de indruk van Gare Maritime in Brussel. Ik bezocht het tijdens de werffase met Architectuurwijzer en luisterde er onder andere naar de uitleg van Jan Neutelings (Neutelings Riedijk Architects) en Jan Moens (Bureau Bouwtechniek). Ik trok er nadien opnieuw naartoe toen het pas in gebruik was en kreeg er de kans een kijkje te nemen bij Universal Music. Nu Gare Maritime volop leeft en bewoond is, het groen volwassen is geworden en de omgevingsaanleg van Bas Smets een tijdje heeft kunnen rijpen, wil ik er nog eens opnieuw naartoe trekken, gewapend met fotografie en video om alle aspecten van het project te laten spreken.
Welke architecten of bureaus maken volgens jou vandaag bijzonder sterke architectuur?
Ik ben op dit moment bezig aan een videoproject over Domein Nieuwenhoven van NU architectuuratelier, BuroLandschap en Dethier. Zowel NU als BuroLandschap maken heel boeiende projecten, maar zonder schreeuwerig of opdringerig te zijn. Hun projecten gaan helemaal op in hun omgeving en lijken er altijd al geweest te zijn.
Maar evengoed kan ik genieten van een wandeling op het domein van Chateau Lacoste in de Provence. Een plek waar internationale toppers als Tadao Ando en Frank Gehry elkaars buren zijn. Al vele jaren siert een grote foto van Ando’s Four Cubes for Contemplation hier de muur. Het onderwerp is niet zozeer het paviljoen, maar wel het licht dat binnenvalt.
Welke fotografen hebben jouw blik op architectuurfotografie sterk beïnvloed?
Ik hou wel van Iwan Baan zijn benadering. Architectuur als decor van het leven met z’n kleine on-af-heidjes en de context waarin het staat. Niet perfect maar 24/7 aanwezig in alle omstandigheden. Pas relevant wanneer de mens het zich heeft toegeëigend. Maar evengoed vind ik de tactiliteit in de fotografie van Hélène Binet heel bijzonder, ook al komt er amper een mens aan te pas. Analoog fotograferen in 2026, die vertraging moet een verademing zijn en dat voel je. Soms verlang ik er zelf wel eens naar om mijn Hasselblad die ik als student kocht weer van het schap te halen.
Deze twee uitersten vind ik boeiend om mezelf tussen te bewegen. De ene keer helt de balans wat meer over richting levendigheid, een andere keer richting abstractie. Ik zoek geen evenwicht, het project bepaalt wat doorweegt.
Wat maakt volgens jou het verschil tussen een correcte architectuurfoto en een echt sterke architectuurfoto?
Alles begint met rechte lijnen waar de architect ze recht getekend heeft. Bij voorkeur al in de opnames. Een beeld wordt pas interessant als de fotograaf er iets aan toevoegt. Voor mezelf zijn dat mensen die schaal en leven brengen. Niet als herkenbare figuur maar als figurant in de ruimte. Of sporen van het leven wanneer er geen mensen zijn. Een beeld waarin de context van een gebouw naar voren komt, vind ik minstens even boeiend als het detailbeeld waarin de architectuur verdwijnt.
Welke gouden tip zou je willen meegeven aan aspirant-architectuurfotografen?
Kijk, luister, dwaal door de stad, observeer en absorbeer. Tijdens reizen met architecten was hetgeen ik hoorde minstens even belangrijk als wat ik zag. Het geeft je inzichten die je in het dagelijkse leven niet krijgt.
Hoe heb je doorheen je loopbaan als architectuurfotograaf de Belgische architectuur zien evolueren?
Ik heb het gevoel dat we van architectuur die ontworpen wordt om te schitteren, meer en meer evolueren naar architectuur voor de mensen die het project tot leven brengen. Spektakel maakt plaats voor gevoel en menselijkheid, zeker wanneer je binnenstapt en de buitenwereld achter je laat.
De evolutie om niet zomaar alles plat te gooien en er een zielloze nieuwbouw op neer te planten, maar eerst na te denken of renovatie of een nieuw programma geen betere optie is, kan ik alleen maar toejuichen. Het heeft even geduurd voor ik echt begreep waarom Re-ST als architect een oproep deed tot niet-bouwen, maar intussen kan ik die filosofie alleen maar onderschrijven.