SCHERPGESTELD. Koen Van Damme “Alles wat zich als architectuur manifesteert kan voor mij een interessant beginpunt zijn.”
Met de nieuwe rubriek Scherpgesteld zet Architectura architectuurfotografen in de kijker die met hun beelden mee bepalen hoe we gebouwen zien en begrijpen. Hoe kijken zij naar architectuur? Wat maakt een beeld voor hen sterk? In deze reeks beantwoorden Belgische fotografen tien vaste vragen over hun parcours, hun werkwijze en hun visie op het vak. Vandaag is het de beurt aan Koen Van Damme. Zijn passie werd gevormd door de lessen van Paul Robbrecht aan het KASK, waar hij anders naar gebouwen leerde kijken. In zijn fotografie staat de beleving van de ruimte centraal en zoekt hij naar verstilling, binnenvallend licht en beelden die het technische overstijgen.
Hoe ben je in de (architectuur)fotografie terechtgekomen?
Ik was als kind al gepassioneerd door fotografie en spaarde al mijn zakgeld om me een spiegelreflexcamera te kunnen aanschaffen, een Minolta XG-1. De passie is gebleven en later ben ik kunstfilm en -fotografie gaan studeren aan het KASK. Daar werd ook architectuur gedoceerd door Paul Robbrecht. Die lessen hebben er voor gezorgd dat ik anders naar gebouwen ging kijken. En vooral op welke manier je architectuur, ruimtes, verhoudingen kon ervaren. De link met fotografie is zo spontaan gelegd en gegroeid.
Wat spreekt je het meest aan in het fotograferen van architectuur?
De beleving. Het stilstaan in een ruimte, een omgeving. Het voelen hoe licht zich langzaam verplaatst over vlakken, lijnen, structuren. De stilte tussen muren, de spanning van perfectie en imperfectie tussen architecturale en interieurdetails. En wachten op het ene ogenblik waar alles samenvalt. Kijken wordt dan ervaren, en ervaren wordt bijna iets tastbaars. De camera volgt pas daarna. Eerst is er de ruimte die zich toont. Daarna pas de foto. Niet als een constructie, maar als een gevolg.
De ruimte eerst.
Daarna pas het beeld.
Licht raakt oppervlak.
Lijnen houden stilte vast.
Wat zichtbaar wordt
is wat overblijft.
Op welke eigen reportage of project ben je het meest fier en waarom?
Het Golf Club project in Krefeld. Een ontwerp van Mies van der Rohe, niet uitgevoerd. Het was lang een ongebouwd idee. Meer dan 80 jaar later werd dat onzichtbaar project toch ervaarbaar gemaakt. In 2013 realiseerden de Belgische architecten Robbrecht en Daem architecten een 1:1 model van het clubhuis op de oorspronkelijke locatie. Het was geen exacte reconstructie, maar een ruimtelijke interpretatie: een tijdelijke structuur, grotendeels in hout, waarin je kon rondlopen en het ontwerp kon beleven.
Wat bijzonder is: het model toonde niet alleen het gebouw, maar ook zijn afwezigheid. Het was tegelijk aanwezig én onvoltooid. Dit project fotograferen was bijna een meditatieve ervaring. Je wandelde er door beschermd natuurgebied naartoe en zag het in de verte verschijnen. Meer dan met fierheid kijk ik er vooral naar terug als mijn meeste bijzondere architectuurfotografie-ervaring.
Wat maakt een gebouw volgens jou interessant om te fotograferen?
Zowat alles wat zich als architectuur manifesteert kan voor mij een interessant beginpunt zijn. Niet omdat het per se bijzonder moet zijn, maar omdat elk architecturaal gegeven, elke ruimte iets in zich draagt dat ervaren kan worden. Het vertrekpunt is nooit het beeld, maar de ontmoeting. Hoe voelt een ruimte aan? Hoe beweegt het licht? Waar ontstaat rust, waar spanning? Ik probeer niet meteen te begrijpen wat ik zie, maar eerst te ondergaan wat er is.
Pas in die ervaring ontstaat richting. Lijnen beginnen zich te ordenen, het licht valt op de juiste plaats, en ergens vormt zich een mogelijkheid tot beeld. De foto is geen doel op zich, maar een vertaling, een poging om dat ene moment van helderheid vast te houden. Wat zichtbaar wordt in de foto, is dus niet alleen de architectuur, maar ook de manier waarop ze zich liet ervaren. Het is een stille wisselwerking tussen ruimte en waarneming.
Welke architectuurprojecten hebben je de laatste jaren bijzonder geïmponeerd?
Een kunstwerk van James Turrell. As Seen Below, een Skypace deel uitmakend van de ARoS collectie in Ärhus. Grensverleggend. Architectuur wordt bijna een instrument om licht te ervaren. Het heeft een diameter van 40 meter, is 16 meter hoog. Je komt er binnen via een lichtgang en komt in een enorme koepel met oculus naar de hemel.
Het Chichu Art museum van Tadao Ando met de installatie van James Turrell. De aanwezigheid van architectuur is er geminimaliseerd. Je ziet het nauwelijks in het landschap. Alles draait rond natuurlijk licht. Licht als onderwerp, niet als middel.
Welke architecten of bureaus maken volgens jou vandaag bijzonder sterke architectuur?
Tadao Ando, Carlo Scarpa, Peter Zumthor, Aires Mateus
Welke fotografen hebben jouw blik op architectuurfotografie sterk beïnvloed?
Hiroshi Sugimoto, Robert Mapplethorpe, Julius Shulman
Wat maakt volgens jou het verschil tussen een correcte architectuurfoto en een echt sterke architectuurfoto?
Een correcte architectuurfoto geeft de architecturale eigenschappen van een gebouw juist weer. Een echt sterke architectuurfoto overstijgt de architectuur en kan een kunstwerk an sich zijn.
Welke gouden tip zou je willen meegeven aan aspirant-architectuurfotografen?
Probeer foto’s te maken waarvan men ziet dat ze door jou zijn gemaakt. Geef je zelf vijf jaar de tijd om dat doel te bereiken.
Hoe heb je doorheen je loopbaan als architectuurfotograaf de Belgische architectuur zien evolueren?
Ik heb een verschuiving zien gebeuren naar radicale reductie, het gebruik van ruimtes als kader, architectuur als afbakening van leegte. Als voorbeeld denk ik hier aan het Crematorium Polderbos in Oostende van OFFICE Kersten Geers David Van Severen. Daarnaast merk ik ook een tendens naar wat ik kan omschrijven als onaffe, tactiele architectuur. Hier blijven materialen onafgewerkt en ontstaan ruimtes door gebruik en licht. Bijv. PC Caritas in Melle van Architecten De Vylder Vinck Taillieu.
Op het gebied van adoptie van gebouwen en herbestemmingen is er ook architectuur waar bestaande structuren niet worden weggewerkt. Nu eens gaat het over sterke ingrepen, dan weer miniem. Tijd wordt zichtbaar. Licht verbindt oud en nieuw. Karuur architecten heeft zich hierin gespecialiseerd. Mooi voorbeeld is de Oosterweelkerk in Antwerpen.