KRITISCHE MASSA. Identiteit kan je niet bewaren (Leo Van Broeck)
We leven in tijden waar steeds meer steeds sneller verandert. Goedkope vluchten, gsm en internet zorgen voor globalisering en toenemende culturele diversiteit. Begrijpelijk dat mensen zich vragen stellen over hun identiteit, die ze willen behouden en beschermen tegen die versnelde transformaties. Maar wat is identiteit?
Velen denken dat identiteit de statische kern van ons bestaan is, en dus iets dat we moeten bewaren. Maar de geschiedenis leert ons iets anders. We wonen niet meer in de huisjes van Bokrijk gebouwd met zwarte houten vakwerken ingevuld met witgekalkte leem. Door identiteit te reduceren tot het statisch onderdeel van ons bestaan, doen we haar oneer aan. Identiteit is, net als cultuur, een waardensysteem dat constant evolueert. Alles wat we zijn, hebben, en doen is het resultaat van permanente mutaties en acculturatie. Ons buskruit en ons kompas zijn Chinees, onze cijfers Arabisch, ons financiële systeem Fenicisch, het Nederlands heeft Indo-Europese wortels. Onze Art Nouveau is deels gebaseerd op het Japonisme. Kunst en muziek zijn constante bronnen geweest van uitwisseling en verandering. Het stenen tijdperk is niet geëindigd omdat de stenen op waren, maar omdat identiteit constant verandert door de omstandigheden en door evolutie.
Ik heb ooit een TED-talk gehoord van een vrouw uit een Afrikaans moslimland. Rond haar 18e verloor ze haar geloof, waardoor ze doodsbedreigingen kreeg van haar familie. Ze vluchtte naar Europa, kreeg er asiel, volgde universitaire studies, en werd een succesvolle zakenvrouw in een internationaal bedrijf. Voor haar werk moest ze vaak reizen, waardoor ze een woning had in drie verschillende grote steden in Europa, Noord- en Zuid-Amerika. Toen vrienden haar vroegen: "Wat is je identiteit? Waar ben je geboren?"... antwoordde ze: "Mijn identiteit heeft niet veel meer te maken met mijn afkomst. Als je mijn identiteit wil kennen, vraag me dan gewoon in welke steden ik me nu thuis voel". Met die uitspraak beschreef ze perfect hoe veranderlijk identiteit kan zijn. Identiteit heeft steeds meer te maken met de idealen en overtuigingen waar je vandaag voor staat. Het is geen toeval dat het discours rond behoud van identiteit dominant is bij conservatieve en extreemrechtse partijen, in dictaturen en in religieus fundamentalisme. Identiteitslogica leunt dicht aan bij een 'wij tegen zij'-houding en vormt vaak ook de basis van conflicten en oorlog. Moeten we niet veel meer focussen op het vele dat ons bindt dan op de dunne laagjes vermeende identiteit die ons van elkaar onderscheiden? Misschien hoog tijd om de lyrics van ‘Imagine’ van John Lennon eens te herlezen…
Uit angst voor globalisering en verandering denken we dat alle culturen zullen samensmelten tot één grijze brij van uniforme wereldburgers. Ook hier is het tegendeel waar. Het is niet omdat we overal ter wereld dezelfde winkelketens vinden dat we uniform worden. Het aantal gerechten dat we eten is enorm toegenomen, net als het aantal keuzes dat we kunnen maken. Identiteit wordt diverser, kleurig, rijker en – vooral – veel meer individueel. We gaan steeds meer in de richting van planetaire hyperdiversiteit. Tegelijk mogen we niet vergeten dat armoede die keuzevrijheid zeer ongelijk verdeelt.
De ware aard van een steeds veranderende identiteit en het gevoel van ongemak dat dit ons soms geeft, is niet zo verschillend van wat we voelen wanneer we geconfronteerd worden met complexiteit, onzekerheid of twijfel. Het doet me denken aan wat Voltaire zei: "Le doute n'est pas une condition agréable, mais la certitude est absurde." Iemand vertelde me ooit dat elke poging om identiteit als stabiel te beschrijven, eigenlijk hetzelfde is als de witte krijtlijn die de politie tekent rond een lijk op straat. De identiteit van gisteren willen behouden is zoiets als geschiedenis en evolutie willen stoppen. Een statische definitie van identiteit heeft veel weg van een culturele diepvriezer.
Veel discussies over nieuwe gebouwen of transformaties vertrekken vanuit de premisse dat het uitzicht van architectuur en gebouwde weefsel samenvalt met de identiteit van een wijk, stad of dorp, en dat deze 'identiteit' moet worden gevrijwaard. In het Brussels Gewest wil de campagne ‘Renolution’ energetische renovatie van bestaande gebouwen ondersteunen, maar tegelijk stelt die campagne dat de 'identiteit' (lees 'het uitzicht') van die gebouwen zoveel mogelijk moet behouden blijven. Hoe is het mogelijk dat een samenleving die volledig klimaatneutraal moet worden, die bijna de helft van de planeet moet teruggeven aan de natuur, die haar gebouwde omgeving moet verdichten op een veel kleinere oppervlakte, die een volledig circulaire en inclusieve post-growth economie moet toepassen... hoe kan zo'n samenleving de illusie koesteren dat ze niet fundamenteel en bijna volledig van uitzicht en karakter zal veranderen in al haar materiële, visuele, en socioculturele aspecten? Van te veel nostalgie en te veel omkijken, krijg je niet alleen een stijve nek, maar zie je ook onvoldoende waar je heen gaat.
Bovendien zit bij de gebouwde omgeving identiteit slechts voor een klein deel in het uiterlijk en veel meer in de praktijk en de feitelijke betekenis. In een geseculariseerde samenleving is de identiteit van de Brusselse kathedraal totaal veranderd, terwijl haar architectuur en uiterlijk hetzelfde gebleven zijn. Onze dorpen hebben hun identiteit nog nooit verloren. Die is gewoon constant in verandering. De grootschalige industrialisatie van de landbouw plus het woon-werkverkeer met salariswagens hebben de socio-economische band tussen dorp en platteland verbroken. Dorpen werden mini slaapstadjes voor pendelaars. Dat is hun nieuwe identiteit. Door de vergrijzing worden ze overspoeld door appartementen. Dorpen waren landelijk omdat ze omringd waren door landbouw en natuur; vandaag zijn ze niet meer landelijk omdat ze omringd zijn door verkavelingen, ambachtelijke zones, files en lintbebouwing. Die enorme wolk van antimetropolitane verkruimeling IS de nieuwe en zeer pijnlijke identiteit van het platteland. De oplossing ligt niet in nostalgie maar in een kritische reflectie gebaseerd op een grondige diagnose gecombineerd met doortastende oplossingen. Het is veel belangrijker om de fundamentele vraag te stellen "hebben we het recht om zoveel natuur te vernietigen met verspreide woningen op slecht bereikbare plekken?" in plaats van ons zorgen te maken over het verdwijnen van historische stijlen. Het is belangrijker om ons te richten op het verbeteren van de kwaliteit van nieuwe identiteit in plaats van te kijken naar het verleden. Wie een tsunami ziet aankomen moet geen zandzakjes leggen maar een surfplank gaan halen.
Een soortgelijke invalshoek duikt vaak op in debatten over erfgoed, hoogbouw en verdichting. Al deze veranderingen worden te vaak gezien als bedreigingen voor onze identiteit, terwijl ze niets anders zijn dan expressies van onze nood aan een nieuwe identiteit als antwoord op nieuwe uitdagingen. In de westhoek mogen sinds kort geen windmolens meer gebouwd worden op minder dan 3 km van een beschermd oorlogskerkhof. Maar die windmolens zijn geen bedreiging voor de landschappelijke identiteit, ze ZIJN een cruciaal onderdeel van de nieuwe identiteit van onze landschappen, die dringend energielandschappen moeten worden. Waarom zouden ons oorlogserfgoed (de strijd voor onze vrijheid) en die landschappen vol windmolens (de strijd voor onze toekomst) elkaar niet van nabij in de ogen mogen kijken? Is het niet raar dat de meest unieke beschermde monumenten in hun tijd een disruptieve vorm van vernieuwing waren, of een schaalbreuk, of beide? Waarom zouden we aarzelen om eigentijds te zijn, wanneer we weten dat elke goede architectuur uit het verleden authentiek en eigentijds was in haar tijd?
De enorme overdaad aan erfgoed in Brugge en Venetië voelt dubbel aan: historische pracht neigt tegelijk naar een mix van Disneyland en toeristisch decor. Strijd tegen verandering leidt tot façadisme en vormen die niet meer samenvallen met hun functie. Venetië is nog steeds subliem, maar wordt tegelijk steeds meer een pretpark vol hotels, bars en restaurants. Het aantal Venetianen dat er nog woont is al minder dan 50.000 en blijft jaar na jaar dalen. Er zijn betere manieren om met erfgoed om te gaan.
Hoelang kunnen we nog doorgaan met het klasseren van gebouwen? Zitten er niet veel te veel stenen in onze rugzak? Met een op identiteit gebaseerde nostalgie door die gigantische berg historische gebouwen, straten en pleinen gaan, is niet langer houdbaar, niet betaalbaar en in het licht van de ecosysteemcrisis zelfs totaal onverantwoord. Net als identiteit gaan ook gebouwen en omgevingen dood als ze niet meer veranderen. Zaken zoals hoger bouwen en schaalsprongen, kernversterking en verdichting, de teruggave van slecht gelegen uitgewoonde gehuchten en verkavelingen aan de natuur… moeten opnieuw bespreekbaar worden. Ons verleden is niet het plafond van onze toekomst, het is de fundering waarop we verder bouwen aan verandering ten goede, door een evenwichtige combinatie van selectief en levend behoud enerzijds en ambitieuze ingrijpende verandering anderzijds.
Leo Van Broeck is ingenieur-architect en voormalig Vlaams Bouwmeester. Hij is een van de acht auteurs van de nieuwe Architectura-columnreeks Kritische Massa.
In de rubriek Kritische Massa werpen acht columnisten afwisselend hun blik op de maatschappelijke dimensies van architectuur en bouwen: Benjamin Denef, Edith Wouters, Gerd Van Zundert en Peggy Winkels (als duo), Leo Van Broeck, Marc Schepers, Peggy Totté, Tim Vekemans en Cente Van Hout. Vanuit hun uiteenlopende achtergronden en expertises belichten zij elk op hun manier de ruimtelijke vraagstukken van vandaag.