KRITISCHE MASSA. We kunnen geen maat houden (Tim Vekemans)
Een stadsgenoot en goede vriend Kris Peeters woont in één van de mooiste wijken van onze stad. Tuinwijk de Molekens in Herentals werd gebouwd na de Tweede Wereldoorlog om arbeiders te voorzien van een betaalbare woning. Na zes decennia staat ze met haar kleine witte huizen en smalle straten vol bomen nog steeds garant voor een hedendaagse woonkwaliteit.
De wijk is uniek en meer dan populair bij gezinnen. De prijzen van de woningen zijn dan ook in sterk stijgende lijn. Enkele jaren geleden toonde Kris me de maquette van de nieuwbouwwoning die hij en zijn vrouw eigenlijk zouden bouwen ergens anders in de stad. De architect had destijds – zo’n goeie 30 jaar geleden - het gewenste programma van het jonge koppel uitstekend vertaald in hun droomwoning. In onderling overleg alsnog afgevoerd. Het was toen al tegen de principes van het koppel om met hun woonbehoefte extra open ruimte in te nemen. De grond werd verkocht. Kris en zijn vrouw besloten dus af te zien van hun initiële plan en kochten uiteindelijk een bestaande tuinwijkwoning. De woning kreeg een bescheiden verbouwing om aan hun wensen te voldoen. De architect maakte opnieuw een maquette van het ‘nieuwe’ liefdesnest, op dezelfde schaal van de nieuwe woning. Die kwam pas veel later, bij toeval, naast de maquette te staan van de initiële nieuwbouwwoning te staan. Het koppel was verbaasd. Dit was toch niet dezelfde schaal? Navraag bij de architect leerde hen: toch wel. Het koppel had bijna veel te groot gebouwd. Het gezin heeft de afgelopen jaren - met ondertussen drie volwassen kinderen - nooit het gevoel gehad dat er ruimte te kort was in de tuinwijkwoning. Integendeel.
Ik vind het een mooie anekdote die metaforisch is voor een evolutie waarin we alles groter lijken te maken dan nodig. We willen altijd maar meer dan we eigenlijk nodig hebben. Ook in onze bebouwde omgeving is dit het geval en dat leidt tot veel spanningen. Onder het mom van de verdichting (we moeten meer doen op minder ruimte) zetten we alsmaar steviger de pomp in de gebouwen die we toevoegen terwijl de vraag is of we überhaupt wel extra gebouwen nodig hebben. De vraag en ontwerpopgave is vooral: hoe gaan we afscheid nemen van het teveel aan gebouwen dat we de afgelopen decennia bij elkaar gebouwd hebben, vaak op plaatsen waar ze niet thuishoren. Tegen het einde van deze eeuw zou de Belgische bevolking met maar 500.000 mensen aangroeien. Alleen al in Vlaanderen hebben we vandaag bij benadering 5 miljoen onbeslapen hoofdkussens in onze bestaande woningvoorraad. Meer dan 60% van onze woningen, lees twee of meer slaapkamers, zijn namelijk onderbenut. Waarom laten we het eigenlijk toe dat al die overmaatse bouwsels de vloer vegen met de wondermooie morfologie van onze Vlaamse dorpen en steden? We kunnen deze ruimtelijke obesitas missen als de pest. We zijn al kampioen in het verkavelen van grond. Laat ons dat nu ook niet worden in het verkavelen van lucht. Het is de minister van Ruimtelijke Ordening zelf die onlangs wist te stellen dat we met 25 wo/ha de bevolkingsgroei comfortabel kunnen opvangen. In mijn eigen kleine stad zie ik nochtans de drang naar 100 wo/ha en meer met de dag toenemen. We zijn ruimtelijk aan het hyperventileren. Burgers die het er niet mee eens zijn worden gekortwiekt in hun juridische mogelijkheden tot protest. Zorgwekkend.
In mijn geboortedorp verrees het afgelopen jaar een veel te dik appartementsgebouw van vier bouwlagen hoog. Je kent ongetwijfeld zelf ook een gelijkaardig voorbeeld. We noemen het ‘laagbouw’ maar zelfs mijn ongeschoolde moeder ziet dat dit gebouw volledig breekt met de maat en de schoonheid van het dorp. Toch geraakte het in de marge vergund en zal het daar de komende eeuw ‘out of scale’ onbeschoft staan te wezen. Enkele kilometers verderop - in ons stadscentrum - maakt binnenkort een notariswoning met een prachtige stadstuin wellicht plaats voor 50 appartementen. Van één naar bijvoorbeeld vijftien grondgebonden adressen is meer dan voldoende op deze specifieke locatie. Gezinnen snakken naar rijwoningen in de stad met een kwalitatieve buitenruimte. Een naastgelegen beluik, een oeroude Vlaamse woontypologie, laat men letterlijk links liggen als mogelijke inspiratie voor het nieuwe stadsproject. Als de huidige notariswoning überhaupt al aan sloop toe is natuurlijk. Na een renovatie is het pand ongetwijfeld perfect bruikbaar voor een andere vrije beroeper, maar dat wordt zelfs niet overwogen omdat dit financieel veel minder opbrengt. Grondeigenaars rekenen zich rijk aan de verdichting en zijn vandaag belangrijke aanjagers van de schaalfouten die we in onze bebouwde omgeving maken. Het project is spijtig genoeg geen eenzaam voorbeeld in Vlaanderen. Wonen zit momenteel in de blinde hoek. We zijn niet bezig met wonen maar met het bouwen van beleggingsproducten waar we geen behoefte aan hebben. We hebben meer dan private en publieke gebouwen genoeg om onze woonbehoefte in te realiseren. Laat ons beginnen bij de zorg voor onze bestaande gebouwen in plaats van de ruimtelijke obesitas verder aan te verergeren. Obesitas is een ziekte en niets om na te streven. We hebben meer dan ooit nood aan recepten voor een ruimtelijk dieet. Het zijn hoopgevende woorden van de nieuwe Vlaamse Bouwmeester Véronique Claessens: We moeten af van het denken in bakstenen. Ik herhaal: We moeten af van het denken in bakstenen!! Met dubbel uitroepteken!!
Tim Vekemans is architect en medeoprichter van RE-ST. Hij is een van de acht auteurs van de nieuwe Architectura-columnreeks Kritische Massa.
In de rubriek Kritische Massa werpen acht columnisten afwisselend hun blik op de maatschappelijke dimensies van architectuur en bouwen: Benjamin Denef, Edith Wouters, Gerd Van Zundert en Peggy Winkels (als duo), Leo Van Broeck, Marc Schepers, Peggy Totté, Tim Vekemans en Cente Van Hout. Vanuit hun uiteenlopende achtergronden en expertises belichten zij elk op hun manier de ruimtelijke vraagstukken van vandaag.