KRITISCHE MASSA. Goed opdrachtgeverschap: architectenwerk? (Tim Vekemans)
Onlangs beleefde ik een heel fijne avond bij onze noorderburen. Op uitnodiging van collega-architecten bureau SLA besloot ik mezelf een halve dag verlof te gunnen en een hotelkamer te boeken in Zaandam. Hun bureau en aangrenzende woning maakt deel uit van de voormalige militaire Hembrugsite. Ze wonen en werken er in werkplaats A11, een 100 jaar oude werkplaats voor wapenherstel die op initiatief van een groep inspirerende creatievelingen omgevormd werd tot een woon- en werkgebouw voor 8 huishoudens.
Peter van Assche, architect en oprichter van bureau SLA stak er zijn hart en ziel in. Het project bulkt van de passie en ambitie om te renoveren met een zo laag mogelijke carbon footprint. Oogverblindend schoon. ‘Van rest naar ruimte’ is de titel van het project op hun website. Ik kan niet onder stoelen of banken steken dat zo’n titel mij raakt. Het ontwerp is eenvoudig en uitermate intelligent. Het hart van het voormalige maakgebouw werd getransformeerd tot een weelderige collectieve binnentuin. Deze scheidt het wonen van het werken, maar verbindt ook tegelijkertijd letterlijk het collectief van bewoners. Een groep mensen die hun thuis gemaakt hebben. De uitvoering van het project is een voorbeeld van zelfbouw. Oervlaams eigenlijk. Het project is ook een schoolvoorbeeld van circulair materiaalgebruik. De terrazovloer maakten de bewoners samen van gemalen grafstenen die Peter gratis kon verwerven bij de opruim van een begraafplaats. De realisatie kostte ontzettend veel vrijwillige werkuren maar het resultaat is fenomenaal. Een vloer voor het leven. Schapenwol die normaal de brandstapel op gaat werd gerecupeerd en verwerkt tot vilt waarmee de binnenwanden werden bekleed. De akoestiek in het werkatelier is meer dan optimaal. Het project toont aan dat de architect als opdrachtgever drijft op waarden, op vakmanschap en zelfs op emotie. Er wordt betekenis op de lange termijn toegevoegd. Tijd is een belangrijk aspect bij deze ontwikkeling.
bOb wist ons al te zeggen dat goed opdrachtgeverschap cruciaal is om architectuur te maken. Hij zei er wel niet bij dat architecten misschien wel eens heel goed geplaatst kunnen zijn om die dubbele pet te dragen. Als cultureel vakman denkt de architect in termen van maatschappelijke winst. Of dat zou hij toch moeten doen. Robert Winkel van Mei architects was de centrale gast van de avond. Hij besliste halverwege zijn carrière als architect om zijn eigen opdrachtgever te worden. Hij gaat dus door het leven als én architect én projectontwikkelaar. Dat vind ik een heel spannend idee. Zijn belangrijkste drijfveer: architectuur kunnen maken. Robert vertelde met bravoure over hun werk bij NICE Developers. Hun missie is het realiseren van Paris Proof woongebouwen waarbij duurzaamheid en sociale inclusiviteit vooroplopen. Het bekroonde project SAWA in Rotterdam is representatief voor de gebouwen die ze willen realiseren. Nice buildings. Er wordt een minimale winstmarge van 3 tot 5% nagestreefd zodat er maximaal kan geïnvesteerd worden in kwaliteit. Zowel voor de toekomstige bewoners als voor de omwonende. Dat klinkt genereus maar toch reageerde ik kritisch. Dat gebeurt me wel eens vaker. Wat is winst eigenlijk in een stadsproject? Hoort winst überhaupt wel thuis bij de productie van een basisrecht als wonen. Ik vroeg het me af in de nabespreking van de lezing. Als stadsontwikkeling op waarden drijft dan zou de kostprijs van een project de optelsom van alle kosten moeten zijn. Winst zit dan verwerkt in de kosten en is niet iets dat nagestreefd wordt onderaan de Excell tabel. Projectontwikkeling zou net als architectuur een cultureel beroep moeten zijn. Daar past een waardig ereloon bij waar winst wordt ingecalculeerd. Net als bijvoorbeeld bij de bouwkost van de aannemer. Elk zichzelf respecterend bedrijf streeft dan naar een winst van 10 tot 15% om gezond te zijn en te kunnen investeren in de toekomst. Van winst naar ereloon dus. De koppeling tussen winst en wonen heeft te veel op spanning gezet. Wonen is een koopproduct geworden, zelfs een beleggingsproduct, waar veel te actoren te veel geld willen aan verdienen. U kent ongetwijfeld allerlei gevolgen van deze evolutie. Er wordt bespaard op de verkeerde posten. Het geld vloeit in de verkeerde richting. Architectuur delft niet zelden het onderspit. Denken in winst zou dringend moeten plaats maken voor denken in waarden.
De volgende ochtend had ik bij het ontbijt in de koffiebar een big smile op mijn gezicht. Wat is er leuker dan nieuwe mensen leren kennen, en onverwacht oude bekenden terug te zien. De avond zette het hoofd in beweging. Het is meer dan gewenst dat architecten samenkomen en hun hoofden laten kruisen over de toekomst van het beroep. Het werd me duidelijk dat het wonen onmiskenbaar in een crisis vertoeft. Het kraakt langs alle kanten. Architecten kunnen hun rol uitbreiden en mogelijk het verschil maken in een uit de hand gelopen woonmarkt. Aan het werk!
Tim Vekemans is architect en medeoprichter van RE-ST. Hij is een van de acht auteurs van de nieuwe Architectura-columnreeks Kritische Massa.
In de rubriek Kritische Massa werpen acht columnisten afwisselend hun blik op de maatschappelijke dimensies van architectuur en bouwen: Benjamin Denef, Edith Wouters, Gerd Van Zundert en Peggy Winkels (als duo), Leo Van Broeck, Marc Schepers, Peggy Totté, Tim Vekemans en Cente Van Hout. Vanuit hun uiteenlopende achtergronden en expertises belichten zij elk op hun manier de ruimtelijke vraagstukken van vandaag.