AI genereert beelden, maar wie kiest wat betekenisvol is?
Tijdens de denkavond De Artificiële Architect in Gent bracht architect en onderzoeker Marius Grootveld een ander perspectief op artificiële intelligentie dan de eerdere sprekers. Waar Paulus Present vooral waarschuwde voor de risico’s van technologische versnelling, focuste Grootveld op de creatieve mogelijkheden van AI binnen het ontwerpproces zelf. Vanuit zijn praktijk bij Veldwerk Architecten én zijn onderzoek aan de RWTH Aachen onderzoekt hij hoe generatieve systemen architectuur niet alleen kunnen reproduceren, maar ook kunnen verrijken. Toch bleef ook bij hem de mens nadrukkelijk centraal staan.
Volgens Marius Grootveld is AI minder een autonome ontwerper dan een systeem dat bestaande culturele logica’s verlengt. Hij beschreef generatieve modellen als machines die patronen herkennen, combineren en verderzetten. “AI is eigenlijk een patroonverlenger”, stelde hij. Net daarom zag hij opvallende parallellen tussen de werking van AI en de manier waarop architecten zelf ontwerpen: ook ontwerpers bouwen voort op referenties, herinneringen, associaties en fragmenten uit eerdere projecten. De technologie maakt dat proces volgens hem niet fundamenteel anders, maar wel veel explicieter zichtbaar.
Architectuur als verzameling van patronen
In zijn onderzoek experimenteert Grootveld met zogenaamde GAN-modellen (Generative Adversarial Networks), een vorm van artificiële intelligentie die nieuwe beelden leert genereren op basis van bestaande voorbeelden. Daarbij ontstaan geen exacte kopieën, maar variaties die voortbouwen op ruimtelijke, materiële en typologische kenmerken van bestaande gebouwen. Hij verwees onder meer naar experimenten waarin AI stedelijke fragmenten verder ontwikkelde en onverwachte verbanden blootlegde. Niet als afgewerkte ontwerpen, maar als speculatieve voorstellen die verborgen patronen in architectuur zichtbaar maken.
Volgens Grootveld bouwt architectuur al eeuwen voort op hergebruik, interpretatie en transformatie van bestaande beelden en typologieën. AI versnelt dat proces, maar verandert de onderliggende logica niet fundamenteel. Generatieve systemen kunnen vandaag op enkele seconden duizenden varianten produceren waar architecten vroeger weken of maanden over deden. Dat levert volgens hem nieuwe mogelijkheden op om sneller associaties te maken, alternatieven te onderzoeken en ontwerpideeën te testen.
Van ontwerper naar curator
Toch betekent die snelheid volgens Grootveld niet dat AI de architect vervangt. Generatieve systemen produceren grote hoeveelheden beelden en variaties, maar blijven afhankelijk van menselijke selectie en interpretatie. Volgens hem verschuift de rol van de architect daardoor geleidelijk van maker naar editor of curator. Niet degene die elk element zelf tekent, maar degene die verbanden legt, keuzes maakt en richting geeft aan het proces. AI genereert mogelijkheden, maar het blijft de ontwerper die beslist welke voorstellen relevant zijn binnen een specifieke ruimtelijke, sociale of culturele context.
Daarmee raakte hij aan een centrale verschuiving binnen generatief ontwerpen. De architect wordt minder iemand die elk onderdeel zelf tekent, en meer iemand die selecteert, interpreteert en richting geeft. AI genereert mogelijkheden, maar het is nog altijd de ontwerper die beslist welke richting betekenisvol is. Volgens Grootveld schuilt precies daar de meerwaarde van het vak: niet in het produceren van zoveel mogelijk beelden, maar in het kritisch kunnen onderscheiden welke beelden relevant zijn binnen een bepaalde context.
Tussen verrijking en banaliteit
Tegelijk waarschuwde Grootveld impliciet ook voor de keerzijde van die beeldproductie. Generatieve AI kan rijke en onverwachte voorstellen opleveren, maar even goed eindeloze variaties van dezelfde esthetische clichés produceren. Dat gevaar van homogenisering hing als een ondertoon doorheen zijn presentatie. Wanneer modellen voortdurend gevoed worden met bestaande online beelden, dreigt architectuur zichzelf te beginnen reproduceren. Niet toevallig sloot dat aan bij de eerdere waarschuwingen van Paulus Present over een mogelijke “echokamer van pseudo-creativiteit”.
Volgens Grootveld ligt de uitdaging daarom niet alleen in de technologie zelf, maar vooral in de manier waarop architecten ermee omgaan. Hij ziet AI niet als een vervanging van menselijke verbeelding, maar als een systeem dat ontwerpers uit hun vaste denkpatronen kan halen door onverwachte associaties en combinaties te genereren. Zonder kritische houding dreigt diezelfde technologie volgens hem echter banaliteit en oppervlakkigheid te versterken.
De architect blijft betekenis geven
Opvallend was dat Grootveld, ondanks zijn enthousiasme voor experiment en technologie, uiteindelijk dicht uitkwam bij de conclusies van de andere sprekers. Ook hij benadrukte dat AI vandaag vooral evocatief werkt: systemen kunnen beelden genereren, sferen oproepen en patronen combineren, maar blijven afhankelijk van menselijke keuzes over context, betekenis en positionering. De positie van een gebouw op een plein, de relatie met een buurt of de culturele lading van een materiaalkeuze blijven menselijke afwegingen.
Daarmee werd zijn presentatie misschien wel de meest concrete illustratie van de paradox die de hele avond beheerste. AI maakt het mogelijk om sneller, vrijer en associatiever te ontwerpen dan ooit tevoren. Maar net daardoor wordt de menselijke rol als curator, betekenisgever en verantwoordelijke misschien belangrijker dan ooit. Generatieve systemen kunnen eindeloos variëren, combineren en voorstellen produceren, maar uiteindelijk blijft het de architect die bepaalt welke richting betekenis krijgt.