PANELGESPREK. Wat blijft nog menselijk in het tijdperk van de artificiële architect?
Na vier lezingen vol demonstraties, bedenkingen en kritische reflecties eindigde de denkavond De Artificiële Architect in Gent met een panelgesprek tussen Paulus Present, Marius Grootveld, Jan Mannaerts en student Felix Robaey. Moderator Peggy Totté bracht de verschillende perspectieven samen in een debat dat opvallend weinig draaide rond technologie alleen. Veel fundamenteler was de vraag welke verantwoordelijkheid architecten nog willen opnemen in een tijdperk waarin artificiële intelligentie steeds meer creatieve arbeid lijkt over te nemen.
Opvallend was hoe vaak het gesprek uiteindelijk terugkeerde naar menselijke verantwoordelijkheid. Dat werd meteen scherp gesteld tijdens een discussie over het houten paviljoen dat Felix Robaey eerder op de avond met AI had gegenereerd voor het Gentse Sint-Pietersplein. Veel aanwezigen reageerden kritisch op de vreemde positionering van het gebouw midden op het verharde plein. Marius Grootveld wees er echter fijntjes op dat precies die beslissing niet door AI genomen was. “Het meest aanstootgevende aan het ontwerp is dat houten gebouwtje dat daar middenin dat stenen plein staat”, zei hij lachend. “Maar dat is nou net de enige menselijke keuze die er is gemaakt.”
Wie draagt de verantwoordelijkheid?
Die opmerking bracht meteen een centrale spanning van de avond bloot. AI-systemen kunnen vandaag overtuigende beelden, ruimtelijke voorstellen en zelfs complete ontwerpscenario’s genereren, maar blijven afhankelijk van menselijke keuzes over context, positionering en betekenis. Volgens Paulus Present dreigt daardoor ook de verantwoordelijkheid diffuser te worden wanneer ontwerpbeslissingen steeds moeilijker te reconstrueren zijn.
Tegelijk wilden de panelleden vermijden om AI louter als bedreiging voor te stellen. Felix Robaey benadrukte daarbij dat generatieve systemen architecten ook kunnen helpen om sneller varianten te onderzoeken, ruimtelijke mogelijkheden te testen en repetitieve taken te automatiseren. De uitdaging ligt er volgens hem vooral in om voldoende controle over het proces te behouden. Doorheen het debat keerde geregeld het idee terug dat architecten steeds meer keuzes moeten maken binnen door AI gegenereerde mogelijkheden.
Tussen verrijking en banaliteit
Die veranderende rol bracht het gesprek al snel bij een tweede vraag: leidt artificiële intelligentie tot rijkere architectuur of net tot meer banaliteit? Jan Mannaerts waarschuwde daarbij voor een cultuur van eindeloze beeldproductie waarin gebouwen steeds meer op elkaar beginnen lijken. Generatieve systemen worden gevoed met miljoenen bestaande beelden en dreigen daardoor voortdurend dezelfde esthetische patronen te reproduceren. “AI is een pleaser”, zei hij scherp. Volgens Mannaerts genereren zulke systemen vooral wat waarschijnlijk gewenst wordt, niet noodzakelijk wat maatschappelijk relevant of architecturaal interessant is.
Marius Grootveld nuanceerde dat beeld gedeeltelijk. Volgens hem kunnen AI-systemen net interessante afwijkingen en onverwachte associaties genereren die ontwerpers uit hun vaste denkpatronen halen. Hij verwees daarbij opnieuw naar de zogenaamde “hallucinaties” van AI: vreemde of inconsistente resultaten die soms verrassend productief kunnen worden binnen een ontwerpproces. Toch erkende ook hij dat generatieve systemen makkelijk vervallen in herhaling wanneer architecten de output kritiekloos beginnen overnemen.
Waarom architectuur tijd nodig heeft
Opvallend was hoe sterk het debat uiteindelijk rond tijd begon te draaien. Verschillende sprekers benadrukten dat architectuur meer is dan het efficiënt produceren van beelden of oplossingen. Paulus Present verwees opnieuw naar het idee van “Slow AI”: technologie mag ontwerpers ondersteunen, maar mag het proces van nadenken, twijfelen en onderzoeken niet vervangen. “Sommige dingen moeten tijd krijgen”, had hij eerder op de avond al geciteerd uit het Slow AI Manifesto.
Ook Jan Mannaerts verdedigde die traagheid nadrukkelijk. Volgens hem ontstaat architecturale kwaliteit vaak precies in weerstand, vertraging en fysieke ervaring. Hij verwees opnieuw naar architect Stéphane Beel, die jarenlang met vulpen op glad kalkpapier tekende omdat het materiaal het ontwerpproces vertraagde en verdiepte. Denken en maken zijn volgens Mannaerts onlosmakelijk met elkaar verbonden. Net daarom keek hij kritisch naar een cultuur waarin snelheid steeds vaker gelijkgesteld wordt aan innovatie.
“AI berekent, een mens betekent”
Hoewel de panelleden geregeld van mening verschilden over de mogelijkheden van AI, ontstond tegen het einde van het gesprek toch een opvallende consensus. Geen van hen geloofde dat architectuur volledig geautomatiseerd kan worden. Niet omdat machines nooit overtuigende ontwerpen zullen kunnen genereren, maar omdat architectuur uiteindelijk meer inhoudt dan patroonherkenning of beeldproductie. Gebouwen ontwerpen betekent ook verantwoordelijkheid opnemen voor hoe mensen wonen, samenleven en zich tot hun omgeving verhouden.
Daarmee kwam het debat uiteindelijk uit bij dezelfde vraag waarmee de avond begonnen was: wat blijft menselijk in het tijdperk van de artificiële architect? Voor Paulus Present lag het antwoord in betekenis en verantwoordelijkheid. Voor Mannaerts in twijfel, weerstand en traagheid. Voor Grootveld in selectie en interpretatie. En voor Robaey in het kritisch sturen van steeds krachtigere systemen. Misschien was het precies die combinatie van menselijke keuzes die de rode draad van de avond vormde. Of zoals Present het eerder samenvatte: “AI berekent, een mens betekent.”