Wat verliest architectuur wanneer artificiële intelligentie alles versnelt?
Toen ir.-architect Paulus Present van Bureau Bouwtechniek tijdens de denkavond De Artificiële Architect in Gent het woord nam, verschoof het debat merkbaar van technische mogelijkheden naar een fundamentelere vraag: wat betekent artificiële intelligentie eigenlijk voor het architectuurvak? Waar professor Ruben Verstraeten eerder op de avond nog had getoond hoe AI vandaag al beelden, modellen en ruimtelijke voorstellen kan genereren, focuste Present op wat architecten ondanks die technologische versnelling zelf moeten blijven bewaken. Zijn lezing was tegelijk kritisch, bezorgd en genuanceerd. Niet de technologie zelf stond centraal, maar de vraag welke verantwoordelijkheden architecten wel — en vooral niet — aan machines willen overlaten.
Paulus Present begon opvallend historisch. Hij verwees naar de negentiende-eeuwse wiskundige Charles Babbage, die droomde van machines die menselijke fouten konden uitsluiten. “The unerring certainty of machinery”, citeerde hij. Volgens Present is dat idee vandaag actueler dan ooit. Grote taalmodellen en AI-systemen worden steeds vaker voorgesteld als efficiëntere, slimmere en betrouwbaardere alternatieven voor menselijke arbeid. De centrale vraag van zijn lezing formuleerde hij dan ook scherp: “Kunnen machines ooit de rol van mensen overnemen in het vormgeven van de gebouwde wereld?”
Meer dan een slimme tool
Volgens Present is die vraag minder abstract dan ze misschien lijkt. Vandaag gebruiken medewerkers van Bureau Bouwtechniek AI al voor uiteenlopende taken: teksten schrijven, technische fiches analyseren, verslagen samenvatten of programmeercode genereren. Dat levert snelheid en efficiëntie op, maar roept tegelijk nieuwe problemen op. “Hoe blijven we zelf competent in schrijven en denken als we steeds meer denkwerk uitbesteden?”, vroeg hij zich af. De technologie is volgens hem niet langer louter ondersteunend, maar begint steeds nadrukkelijker creatieve en intellectuele arbeid binnen te dringen.
Vooral de opkomst van zogenaamde “vibe coding” vindt Present veelzeggend. Daarbij schrijven architecten of ontwerpers geen code meer zelf, maar sturen ze AI-systemen aan via tekstprompts. “I just see stuff, say stuff, run stuff and copy paste stuff and it mostly works”, citeerde hij AI-onderzoeker Andrej Karpathy. Net daar ziet Present een fundamenteel risico ontstaan: processen worden steeds efficiënter, maar tegelijk ook steeds ondoorzichtiger. Wie begrijpt nog hoe iets precies ontworpen werd? En wie draagt verantwoordelijkheid wanneer het fout loopt?
Waarom architectuur traagheid nodig heeft
Daarom pleitte Present nadrukkelijk voor wat hij “Slow AI” noemde: een bewust tragere omgang met technologie. Niet omdat innovatie afgeremd moet worden, maar omdat architectuur volgens hem nood heeft aan twijfel, deliberatie en reflectie. Hij verwees daarbij naar het online Slow AI Manifesto, waarin gewaarschuwd wordt voor een cultuur waarin snelheid automatisch als vooruitgang beschouwd wordt. “Sommige dingen moeten tijd krijgen”, citeerde hij. “Niet omdat we de technologie missen om ze te versnellen, maar omdat versnelling net zou vernietigen wat ze in de eerste plaats waardevol maakte.”
Die oproep tot vertraging koppelde hij rechtstreeks aan de architectuurpraktijk. Ontwerpen is volgens Present meer dan het efficiënt combineren van data, regels en beelden. Het gaat ook over ervaring, intuïtie en verantwoordelijkheid. Daarom bevat het interne AI-beleid van Bureau Bouwtechniek afspraken over hoe jonge medewerkers met AI mogen omgaan. “AI mag het leerproces ondersteunen, maar niet vervangen”, stelde hij. Een architect moet eerst zelf leren schrijven, denken en ontwerpen alvorens bepaalde taken aan een systeem uit te besteden.
De grootste diefstal uit de geschiedenis
Present stelde ook scherpe vragen over auteurschap en intellectuele eigendom. Generatieve AI-systemen worden getraind op gigantische hoeveelheden bestaande beelden, teksten en ontwerpen die online circuleren. Volgens hem gaat het daarbij vaak om een nauwelijks besproken vorm van culturele extractie. “Iedereen weet dat de fundamentele AI-modellen gebouwd zijn op basis van de grootste diefstal van intellectuele eigendom die er ooit gebeurd is”, zei hij. Architectuurbeelden, renders en referenties worden massaal opgeslorpt door systemen die vervolgens nieuwe beelden genereren zonder duidelijke bronvermelding of auteurschap.
Toch wees hij AI niet volledig af. Integendeel: Present erkende dat de technologie architecten kan ondersteunen bij complexe ontwerp- en bouwprocessen. Vooral de koppeling tussen BIM-modellen, regelgeving en AI-agents ziet hij als potentieel waardevol. Digitale modellen bevatten immers enorme hoeveelheden ruimtelijke en technische informatie waar AI-systemen efficiënt mee kunnen omgaan. Maar tegelijk waarschuwde hij voor een fundamenteel misverstand: de overtuiging dat menselijke intelligentie zomaar simuleerbaar zou zijn.
“Alien intelligence”
Dat leidde tot het meest filosofische deel van zijn lezing. Present omschreef AI niet als “artificial intelligence”, maar als een vorm van “alien intelligence”: een intelligentie die fundamenteel anders is dan menselijke ervaring. Machines kunnen patronen herkennen, beelden genereren en complexe berekeningen uitvoeren, maar volgens hem ontbreekt iets essentieels: een belichaamde ervaring van ruimte, ontmoeting en betekenis. “Wat echt geleefd, doorleefd en door een mens belichaamd is, kan niet door simulatie bereikt worden”, stelde hij.
Daarmee kwam hij uiteindelijk uit bij de kern van zijn betoog: architectuur is meer dan een optelsom van technische beslissingen. Gebouwen ontwerpen betekent ook verantwoordelijkheid opnemen voor hoe mensen wonen, werken en samenleven. Precies daarom mag die verantwoordelijkheid volgens Present niet geruisloos verschuiven naar systemen die wel kunnen rekenen, maar geen moreel kompas hebben. Zijn conclusie vatte de avond misschien wel het scherpst samen: “AI berekent, maar een mens betekent.”