“AI is een pleaser”: over traagheid en twijfel in architectuur
Tijdens de denkavond De Artificiële Architect in Gent benaderde architect Jan Mannaerts van 360 architecten artificiële intelligentie vanuit een culturele en bijna existentiële invalshoek. Waar de andere sprekers vooral spraken over technologie, workflows en ontwerpmodellen, focuste Mannaerts op wat architectuur dreigt te verliezen in een wereld die steeds sneller beelden produceert. Niet als evangelist of doemdenker, maar als observator van een ontwerppraktijk die volgens hem steeds meer onder druk komt te staan. “Al zie ik de zondvloed nog niet per se komen”, zei hij vroeg in zijn lezing. “Ik ben alleszins nog niet bezig met het bouwen van een ark.”
Die licht ironische houding maakte zijn bijdrage tegelijk kritisch en genuanceerd. Volgens Jan Mannaerts schuilt het gevaar van AI niet noodzakelijk in de technologie zelf, maar in de logica die ermee gepaard gaat: een cultuur van versnelling, optimalisering en onmiddellijke productie. Architectuur dreigt daardoor steeds meer beoordeeld te worden op snelheid en visuele output, terwijl het vak volgens hem juist nood heeft aan vertraging, weerstand en reflectie. “Veel van wat waardevol is in architectuur ontstaat net in traagheid”, aldus Mannaerts.
Architectuur ontstaat in weerstand
Om dat idee tastbaar te maken, vertelde Mannaerts over architect Stéphane Beel, die jarenlang met vulpen op glad kalkpapier tekende. Niet ondanks de weerstand van dat materiaal, maar precies dankzij die weerstand. Het trage tekenen dwong volgens hem tot concentratie en aandacht. Een ontwerp ontstond niet louter in het hoofd, maar ook in de hand, in de aarzeling en in het fysieke contact met het papier. Denken en maken waren volgens hem onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Daarmee verzette hij zich impliciet tegen de idee dat efficiëntie automatisch tot betere architectuur leidt. AI-tools kunnen vandaag in enkele seconden tientallen varianten produceren, maar volgens Mannaerts betekent meer output niet noodzakelijk meer kwaliteit. Integendeel: wanneer ontwerp vooral een kwestie wordt van onmiddellijke visuele bevrediging, dreigt architectuur volgens hem haar kritische en onderzoekende karakter te verliezen. Architectuur is volgens hem geen vending machine die op vraag meteen pasklare oplossingen produceert.
De eindeloze stroom van beelden
Die kritiek richtte zich niet alleen op AI, maar ook op de bredere hedendaagse beeldcultuur. Mannaerts verwees onder meer naar de architectuurbiënnale in Venetië, waar hij geconfronteerd werd met een eindeloze opeenvolging van vergelijkbare beelden en projecten. Overal zag hij variaties op gelijkaardige esthetische patronen, dezelfde appartementen en dezelfde gladde visualisaties. Generatieve AI dreigt die homogenisering volgens hem nog verder te versterken, omdat systemen voortdurend gevoed worden met reeds bestaande online beelden.
Toch was zijn verhaal geen nostalgisch pleidooi tegen technologie. Integendeel: net als de andere sprekers erkende hij dat AI verrassende en inspirerende resultaten kan opleveren. Vooral het vermogen van generatieve systemen om onverwachte associaties te maken fascineerde hem. Dat bracht hem bij een opvallende gedachte: misschien lijken de zogenaamde “hallucinaties” van AI soms nog het meest op menselijke creativiteit. Niet omdat ze correct zijn, maar omdat ze onverwachte verbindingen leggen.
Hoera voor hallucinaties
Volgens Mannaerts ontstaat veel architecturale verbeelding precies in zulke afwijkingen, misverstanden en onvoorspelbare wendingen. Creativiteit is zelden een perfect gecontroleerd proces. Ideeën ontstaan vaak uit fouten, omwegen of intuïtieve sprongen die achteraf pas betekenis krijgen. In die zin vond hij het interessant dat AI-systemen soms dingen genereren die vreemd, absurd of onlogisch lijken. Volgens Mannaerts zijn het onaffe, het schurende en het onverwachte vaak productiever dan perfecte coherentie.
Daarmee draaide hij het dominante discours rond artificiële intelligentie subtiel om. Waar technologiebedrijven AI meestal voorstellen als een instrument dat menselijke fouten moet elimineren, zag Mannaerts juist waarde in onvolmaaktheid. Architectuur ontstaat volgens hem niet uit perfecte optimalisatie, maar uit interpretatie, twijfel en voortdurende herziening. Net daarom blijft het volgens hem gevaarlijk om menselijke intelligentie zomaar te herleiden tot patroonherkenning of statistische waarschijnlijkheid.
Waarom architectuur meer nodig heeft dan intelligentie
Uiteindelijk kwam Mannaerts uit bij een fundamenteel onderscheid tussen artificiële en menselijke intelligentie. AI-systemen kunnen overtuigende beelden produceren en zelfs een vorm van intuïtie simuleren, maar ze nemen volgens hem geen positie in. Ze hebben geen verantwoordelijkheid, geen overtuigingen en geen moreel kompas. “AI is een pleaser”, zei hij scherp. Systemen genereren vooral wat waarschijnlijk gewenst wordt, niet wat noodzakelijk of maatschappelijk relevant is.
Daarmee sloot zijn lezing opvallend goed aan bij de eerdere bedenkingen van Paulus Present over verantwoordelijkheid en betekenis. Ook voor Mannaerts blijft architectuur uiteindelijk meer dan een kwestie van efficiëntie of beeldproductie. Ontwerpen betekent keuzes maken over hoe mensen wonen, samenleven en zich tot hun omgeving verhouden. Precies daarom kan architectuur volgens hem niet volledig geautomatiseerd worden. Niet omdat machines nooit slim genoeg zullen zijn, maar omdat betekenis altijd verbonden blijft met menselijke verantwoordelijkheid.