abt be ontwikkelt app die herbruikbare bouwmaterialen al tijdens het plaatsbezoek inventariseert
Bij renovatie- en sloopprojecten verdwijnen nog steeds grote hoeveelheden bruikbare bouwmaterialen uit de keten. Niet omdat hergebruik technisch onmogelijk is, maar omdat vaak onvoldoende bekend is welke materialen aanwezig zijn, in welke staat ze verkeren en welke waarde ze nog vertegenwoordigen.
Om dat te veranderen ontwikkelde ingenieurs- en adviesbureau abt België een applicatie waarmee herbruikbare bouwmaterialen rechtstreeks op locatie kunnen worden geregistreerd en geëvalueerd. De tool wordt momenteel intern ingezet, maar moet op termijn uitgroeien tot een breder instrument voor circulair bouwen.
Circulaire kansen zichtbaar maken
Volgens Anne-Laure Maerckx en Toon Possemiers van abt be ligt een van de grootste uitdagingen voor hergebruik vandaag niet bij de techniek, maar bij het gebrek aan informatie. Veel gebouwen bevatten materialen die technisch perfect opnieuw ingezet kunnen worden, maar die mogelijkheden worden vaak pas laat ontdekt of blijven volledig onder de radar.
"Wanneer je pas aan het einde van een ontwerptraject onderzoekt welke materialen beschikbaar zijn, zijn veel belangrijke keuzes al gemaakt", zegt Anne-Laure. "Wij wilden een manier vinden om dat inzicht veel vroeger beschikbaar te maken."
De app moet precies dat mogelijk maken. Door materialen tijdens een plaatsbezoek te inventariseren, krijgen ontwerpers, opdrachtgevers en andere projectpartners al in een vroege fase zicht op het aanwezige hergebruikpotentieel. “Hoe vroeger we weten wat er allemaal aanwezig is, hoe beter we vervolgens een programma van eisen, verwachtingen en ambities kunnen vastleggen”, vult Anne-Laure aan.
Inventariseren tijdens het plaatsbezoek
De applicatie werd ontwikkeld vanuit de vaststelling dat klassieke hergebruikinventarissen vaak veel tijd vragen. Gegevens worden op locatie verzameld en vervolgens op kantoor verder verwerkt, waardoor waardevolle informatie niet altijd snel beschikbaar is.
Met de nieuwe tool verschuift een belangrijk deel van dat werk naar het plaatsbezoek zelf. Gebruikers kunnen verschillende gebouwen binnen één project registreren en per bouwonderdeel foto's, afmetingen en relevante parameters vastleggen. Ook de locatie van materialen kan rechtstreeks op plannen worden aangeduid. De verzamelde gegevens worden vervolgens gebundeld in materiaalfiches die een overzicht geven van de eigenschappen, toestand en het hergebruikpotentieel van de geregistreerde elementen.
De toepassing wordt vandaag intern gebruikt door verschillende disciplines binnen de 14 werkmaatschappijen van Oosterhoff. Daardoor kunnen ook medewerkers die niet gespecialiseerd zijn in circulariteit tijdens een werfbezoek relevante informatie verzamelen.
Praktijktest in een toren van 26.000 vierkante meter
De applicatie werd onder andere gebruikt bij de inventarisatie van een Nederlandse kantoortoren van achttien verdiepingen en ongeveer 26.000 vierkante meter. “Door in dit project een inventaris te maken, hebben we kunnen aantonen dat heel veel materialen nog in zeer goede staat waren en potentieel hadden voor hergebruik. De resultaten vormen vervolgens de basis voor verdere ruimtelijke analyses en zullen helpen bij het vastleggen van circulaire ambities voor het vervolgtraject”, vertelt Anne-Laure.
Volgens Toon Possemiers toont deze case aan hoe belangrijk het is om vroeg inzicht te krijgen in bestaande materiaalstromen. "Zo'n inventaris geeft niet alleen een beeld van wat technisch mogelijk is, maar helpt ook om onderbouwde keuzes te maken over wat je in een gebouw wilt behouden, hergebruiken of vervangen."
Niet alleen bakstenen hebben waarde
Wanneer over hergebruik wordt gesproken, gaat de aandacht vaak naar bakstenen of andere zichtbare bouwmaterialen. Volgens abt ligt het potentieel echter veel breder.
Afwerkingsmaterialen blijken regelmatig interessante kandidaten voor hergebruik omdat ze relatief eenvoudig demonteerbaar zijn en vaak een aanzienlijke economische waarde vertegenwoordigen. Minder zichtbare elementen, zoals kabelgoten, ventilatiekanalen, technische installaties en isolatiematerialen, worden echter nog vaak over het hoofd gezien terwijl ze een aanzienlijke milieu-impact hebben en technisch perfect opnieuw inzetbaar kunnen zijn. "Er is nog veel winst te boeken door anders naar bestaande gebouwen te kijken", zegt Toon. "Wat vandaag als afval wordt beschouwd, kan morgen een waardevolle grondstof zijn."
Van inventaris naar milieuwinst
De huidige versie van de applicatie focust op een snelle en gebruiksvriendelijke inventarisatie, maar abt werkt ondertussen aan verdere automatisering. Alle geregistreerde elementen worden gekoppeld aan een SfB-code.
Op termijn wil het bureau die codering automatisch verbinden met databanken die informatie bevatten over kosten en milieu-impact. Daardoor zouden gebruikers niet alleen kunnen zien welke materialen aanwezig zijn, maar ook welke ecologische en economische voordelen hergebruik kan opleveren.
Een belangrijke rol is daarbij weggelegd voor MIO, de interne milieudatabank van Oosterhoff. De bedoeling is om materiaalfiches in de toekomst grotendeels automatisch te laten genereren, zodat de vertaalslag van inventaris naar besluitvorming nog sneller verloopt.
Logistiek blijft de grootste drempel
Hoewel digitale tools kunnen helpen om materiaalstromen zichtbaar te maken, blijven er volgens abt belangrijke uitdagingen bestaan. De grootste daarvan is logistiek. “Je kunt in een gebouw dat gerenoveerd of gesloopt wordt enorm veel potentieel aan materialen hebben. Maar als je niet direct een afnemer hebt, dan moet je alles gaan opslaan. Dat kost geld zonder dat je weet of iemand het effectief zal afnemen”, legt Toon uit.
Daarnaast ontbreekt het vaak aan transparante informatie over welke materialen beschikbaar zijn, waar ze zich bevinden en wanneer ze vrijkomen. Ook kennis speelt een rol: veel bouwactoren zijn nog onvoldoende vertrouwd met de mogelijkheden van minder evidente hergebruikmaterialen.
Volgens Anne-Laure kan een betere gegevensuitwisseling helpen om die drempels te verlagen. "Hoe beter vraag en aanbod op elkaar worden afgestemd, hoe groter de kans dat materialen effectief een tweede leven krijgen."
Naar een gedeelde materialenmarkt
Op termijn ziet abt mogelijkheden om de applicatie breder open te stellen voor opdrachtgevers, vastgoedeigenaars en andere organisaties die materiaalstromen binnen hun gebouwenportefeuille willen beheren. Wanneer meerdere partijen op een vergelijkbare manier inventariseren en gegevens delen, ontstaat immers een veel duidelijker beeld van welke materialen beschikbaar zijn en waar kansen liggen voor hergebruik. Dat kan niet alleen individuele projecten ondersteunen, maar ook bijdragen aan een meer mature circulaire materialenmarkt.
Voor abt is de applicatie dan ook geen doel op zich, maar een middel om bestaande materiaalstromen zichtbaar te maken. Als dergelijke inventarisaties op grotere schaal worden gedeeld en gekoppeld aan milieu- en kostendata, kan hergebruik evolueren van een uitzonderlijke oefening naar een vanzelfsprekend onderdeel van het bouwproces.