B-ILD verweeft zorg en flexibiliteit in coöperatief zorgproject De Boomgaard in Kessel-Lo

  • image
  • image
  • image

Met het innovatieve project 'De Boomgaard' veranderen de contouren van een voormalig schoolterrein in Kessel-Lo tot een nieuwe site voor collectief wonen. Waar de klassieke Vlaamse wooncoöperatie doorgaans vertrekt vanuit een groep burgers, wordt ze hier gevormd door een alliantie van professionele organisaties. De coöperatie LIVEZ (Leuvense Initiatieven voor Eerlijke Zorg) is specifiek gevormd door het Stadsmakersfonds en vier gevestigde zorgorganisaties: Oostrem, De Wingerd, De Wissel en Zorg Leuven. Zij passen het coöperatieve model toe om een inclusief zorgaanbod te realiseren. Architectenbureau B-ILD vertaalt deze unieke samenwerking naar een flexibel gebouw op een site die werd verkregen via een erfpacht van de stad Leuven.

Voor Kelly Hendriks van B-ILD lag was de grootste uitdaging om een gebouw te ontwerpen waarvan de invulling op lange termijn flexibel moet kunnen blijven. Omdat de specifieke noden van de verschillende zorgorganisaties en hun bewoners in de toekomst kunnen wijzigen, moest de architectuur fungeren als een open, veranderingsgericht kader dat niet te dwingend of te bepalend is. "We hebben gezocht naar een grid dat toelaat om in stappen aanpassingen te doen”, legt Hendriks uit. " Daarom is er gekozen voor een opzet waarbij de draagstructuur robuust is en de meeste binnenwanden niet-dragend zijn uitgevoerd."

Flexibel en toegankelijk bouwen

Door de circulatie, toegangen en technische kokers strategisch te plaatsen, kan het gebouw in de toekomst zonder zware ingrepen aan de structuur worden aangepast. Een indeling met individuele kamers kan later desgewenst worden omgevormd naar andere indelingen. De schaal van het programma wordt verzacht door het volume op te delen in twee aparte gebouwen. Zo wordt aansluiting gevonden bij de omliggende korrel van Kessel-Lo. De bouwhoogte en de gevelritmiek spiegelen zich hierbij nauwkeurig aan het bestaande karakter van het straatbeeld.

Binnen het ontwerp is gezocht naar een duidelijke gradatie tussen publieke ontmoeting en absolute privacy. Op de begane grond bevindt zich het gemeenschappelijke buurtpaviljoen dat de fysieke verbinding legt met de wijk en openstaat voor collectieve functies. Naast deze ontmoetingsruimtes herbergt het project ook een toegankelijke badkamer die ook openstaat voor minder mobiele buurtbewoners. Zodra men zich naar de bovenliggende verdiepingen begeeft, neemt dat private karakter stapsgewijs toe om de nodige rust en geborgenheid te garanderen.

Kamers met oog voor privacy

De centrale circulatiehallen op de verdiepingen functioneren als informele ontmoetingsplekken. Ze dienen ook als tussenzone voor de bewoners voordat ze hun eigen kamer betreden, waardoor de overgang van publiek naar privé gradueel verloopt. Op die manier krijgt elke bewoner een unieke, rustige plek binnen het project met de nodige aandacht voor inkijk. Om het project voor iedereen even toegankelijk te maken, is bovendien overal ingezet op drempelloze overgangen naar de terrassen en is er bij de inkomzone specifieke parkeerruimte voorzien voor scootmobielen en looprekken.

Het constructieve concept van het buurtpaviljoen bevat tot slot een directe verwijzing naar de samenwerking achter het project. Voor het dak werd een wederkerige houtstructuur ontwikkeld waarin de balken op elkaar steunen. "De opbouw van die structuur weerspiegelt de filosofie van de coöperatie”, aldus Hendriks. "Geen enkele balk staat op zichzelf, ze hebben elkaar constructief nodig voor de stabiliteit van het geheel, net zoals de partners binnen de coöperatie." Toch houdt de rol van de architect op bij het scheppen van de fysieke randvoorwaarden, de menselijke invulling door de coöperatie, de bewoners en de buurt is uiteindelijk bepalend om de interactie echt te doen slagen.

Lokale verankering 

De betrokkenheid van de buurt werd daarom al in een heel vroeg stadium intensief gestimuleerd door de coöperatie. Ook tijdens de werken kunnen de lopende buurtactiviteiten gewoon doorgaan en blijft de ontmoetingsplek behouden. Hiervoor wordt een naastgelegen woning ter beschikking gesteld.. Dit sterke maatschappelijke draagvlak zorgde er ook voor dat het proces zeer vlot verliep. De omgevingsvergunning voor dit ambitieuze zorgproject kon destijds zonder bezwaar vanuit de buurt worden afgeleverd.

Die coöperatieve gedachte trekt zich tot slot ook door naar de energievoorziening van het gebouw. Om de zorgorganisaties en bewoners niet te belasten met de zware investeringen en het onderhoud van hernieuwbare energiebronnen, is de hele energie-infrastructuur in handen gelegd van de burgercoöperatie ECOOB. Zij plaatsen en beheren de installaties, waardoor de bewoners de energie puur als een service afnemen. Daarmee bewijst De Boomgaard dat coöperaties in allerlei vormen kunnen bijdragen aan woon(zorg)projecten.

  • Deel dit artikel

Onze partners