Carmody Groarke, ATAMA en RE-ST voltooien Design Museum Gent met nieuwe vleugel als schakel tussen museum en stad
Na vier jaar renovatie en uitbreiding heropent Design Museum Gent op zaterdag 3 oktober de deuren. De museumsite in het historische centrum krijgt met de nieuwe vleugel in de Drabstraat niet alleen extra ruimte, maar ook een volledig nieuw parcours. De nieuwe vleugel is ontworpen door Carmody Groarke en ATAMA, terwijl RE-ST instond voor de restauratie van de historische gebouwen en mee het masterplan voor de volledige site vormgaf. Sogent trad op als gedelegeerd bouwheer in opdracht van Stad Gent. Verder werkten onder meer Ney & Partners voor stabiliteit, Boydens Engineering voor technieken, Daidalos Peutz voor akoestiek en BC Materials voor de Gent Waste Brick mee aan het project. De uitvoering was in handen van Artes Group.
De heropening gaat gepaard met een grondige inhoudelijke vernieuwing. De nieuwe collectiepresentatie Collectie. Models from the Past for the Future brengt zo’n 500 objecten samen rond vijf actuele thema’s, terwijl de openingstentoonstelling Public Matter(s): Design en Democratie onderzoekt hoe ook maatschappelijke systemen het resultaat zijn van ontwerpkeuzes. Daarnaast zijn er onder meer het digitale collectieproject Searcher en het collectieve laboratorium CO-LAB. Tijdens het openingsweekend van 3 en 4 oktober is het volledige museum gratis toegankelijk en staan ook muziek, performances, lezingen, workshops en andere activiteiten op het programma.
Een ontbrekend puzzelstuk in de Drabstraat
Architecturaal vertrekt de ingreep van een museum dat in de loop van meer dan een eeuw stapsgewijs is gegroeid. Het toenmalige Museum voor Sierkunsten nam in 1922 zijn intrek in het achttiende-eeuwse Hotel De Coninck. In de jaren tachtig verwierf de stad het aangrenzende Huis Leten in de Drabstraat en in 1992 werd de oude achtervleugel van Hotel De Coninck vervangen door nieuwe tentoonstellingsruimtes naar ontwerp van Willy Verstraete. Eén schakel bleef echter ontbreken: een perceel aan de Drabstraat dat al bij eerdere uitbreidingsplannen voor het museum betrokken was, maar onbebouwd bleef. Carmody Groarke en ATAMA vullen die lacune nu in met een nieuwe museumvleugel.
Het vijf bouwlagen tellende volume sluit de rooilijn van de Drabstraat en vervolledigt tegelijk de historische binnentuin. Het gebouw is daarbij veel meer dan een uitbreiding met bijkomende vierkante meters: het introduceert een nieuwe toegang en circulatiestructuur voor het volledige museum en verbindt de verschillende gebouwdelen voor zowel bezoekers als logistiek. Ook Huis Leten wordt daardoor volwaardig in het museumparcours opgenomen. De nieuwbouw komt twee verdiepingen boven de kroonlijst van Hotel De Coninck uit en krijgt daar extra ruimtes met veel licht en uitzicht over de stad. Zo wordt het gebouw ondanks zijn compacte footprint ook een herkenbaar element in het Gentse stadsbeeld.
De binnentuin als ruimtelijk kompas
Een centrale rol is weggelegd voor de historische binnentuin van Hotel De Coninck. Achter de historische gevels bevonden zich voor de verbouwing nog een bouwvallige zuidgang en een onbebouwd terrein. Door de toevoeging van de nieuwe vleugel kan de binnenkoer opnieuw als volwaardige tuin en als hart van het museum functioneren. Royale zichten op die tuin helpen bezoekers zich door het gebouwenensemble te oriënteren. Zo brengt de nieuwbouw niet alleen verschillende functies samen, maar maakt hij ook de ruimtelijke samenhang van een museum dat uit gebouwen van uiteenlopende periodes bestaat beter leesbaar.
Die verbindende rol wordt doorgetrokken in het programma. In de kelder biedt de art-handlingzone bezoekers een blik achter de schermen van het museum. Op het gelijkvloers ligt de grote Stadskamer, met balie en shop, gevolgd door het Forum voor lezingen, het Atelier voor workshops en de Vitrine voor tijdelijke tentoonstellingen. Helemaal bovenaan bevindt zich de Loft, een royale evenementenruimte met een panoramisch uitzicht over Gent. De nieuwbouw brengt zo tentoonstellen, leren, maken, ontmoeten en debatteren samen in één verticale stapeling van ruimtes.
Een publiek gebouw in de schaal van de historische stad
In de smalle Drabstraat moest het museum zich duidelijk als publieke instelling manifesteren zonder de schaal van zijn historische omgeving te negeren. Het antwoord is een compact en lichtgekleurd volume waarvan de gevel refereert aan de grote Gentse gildehuizen en patriciërswoningen. Brede, diep in de gevel geplaatste openingen maken op zorgvuldig gekozen plaatsen zichtbaar wat zich binnen afspeelt. Vanaf de straat zijn onder meer de publieke functies op het gelijkvloers en de hoger gelegen ruimtes afleesbaar. Uitgesproken dekstenen en verfijnde detaillering versterken het bijzondere karakter van het gebouw, zonder dat de gevel zijn samenhang met de omliggende historische bebouwing verliest.
Ook de materialiteit zoekt nadrukkelijk aansluiting bij de plek. Binnenin kreeg de nieuwe vleugel een houten structuur en afwerking, terwijl voor de gevel meer dan 82.000 Gent Waste Bricks werden gebruikt. Die kalkgeharde bouwstenen zijn gemaakt met lokaal bouwafval en werden in Gent, op Het Arsenaal, geproduceerd. Hun formaat verwijst naar de bakstenen van het achttiende-eeuwse Hotel De Coninck en hun lichte kleur sluit aan bij de historische huizen in de Drabstraat. Doordat de stenen niet volgens een conventioneel bakproces in een oven worden gebakken, wordt ook de milieu-impact van de gevel beperkt.
Nieuwbouw als onderdeel van een groter masterplan
De vernieuwing beperkt zich niet tot de nieuwe vleugel. Vanuit zijn pleidooi voor hergebruik en ‘niet-bouwen’ werkte RE-ST mee aan een langetermijnstrategie voor het volledige gebouwenensemble. Historische interieurs werden gerestaureerd, terwijl bestaande ruimtes elders op de site werden geoptimaliseerd en opnieuw ingezet. Ook de klimaatomstandigheden zijn verbeterd, zodat het museum internationale collecties onder geschikte omstandigheden kan ontvangen. Op langere termijn kunnen bovendien de historische zolders voor de museumwerking worden geactiveerd. Extra ruimte wordt zo niet uitsluitend via nieuwbouw gezocht, maar ook door de mogelijkheden van het bestaande patrimonium beter te benutten.
Tegelijk is de nieuwe vleugel zo opgevat dat hij autonoom kan functioneren. Dat sluit aan bij de ambitie om Design Museum Gent ook als een third place te laten werken: een laagdrempelige plek waar niet alleen museumbezoekers, maar ook andere gebruikers kunnen verblijven, elkaar ontmoeten of deelnemen aan activiteiten. De Stadskamer is gratis toegankelijk en biedt ruimte aan gemeenschappen en initiatieven uit de stad. De nieuwbouw wordt daarmee niet enkel de nieuwe toegang tot de tentoonstellingszalen, maar ook een publiek adres aan de Drabstraat dat delen van het museum rechtstreeks met het stedelijke leven verbindt.
Oud en nieuw in één museumparcours
De nieuwe vleugel is daarbij bewust niet als een neutrale tentoonstellingsdoos ontworpen. De houten structuur en afwerking geven het interieur een eigen karakter, terwijl grote openingen voortdurend relaties leggen tussen de ruimtes, de binnentuin en de stad. Tegelijk zijn de verdiepingen voldoende flexibel opgevat om uiteenlopende programma’s te ontvangen, van tijdelijke tentoonstellingen en workshops tot lezingen en evenementen. Doorheen het hele museum worden bovendien speciaal ontworpen interventies geïntegreerd, met onder meer meubilair van Casimir en Bram Vanderbeke & Wendy Andreu, een stadsjungle van Bas Smets, akoestische gordijnen van Chevalier-Masson en de 3D-geprinte aluminium toegangspoort Freeze Frame 82.2 van Unfold.
Met de uitbreiding wordt uiteindelijk een ruimtelijke opgave opgelost die al decennialang op de museumsite aanwezig was. De open plek in de Drabstraat wordt ingevuld, de binnentuin voltooid en de verschillende historische en recentere gebouwdelen worden in één parcours samengebracht. Tegelijk geeft de ingreep Design Museum Gent een nieuw gezicht naar de stad. De nieuwe vleugel functioneert daarbij als entreegebouw, circulatieknooppunt, tentoonstellingsruimte en publiek huis. Het project hertekent het museum dus niet als één autonoom nieuw gebouw, maar maakt van het bestaande ensemble opnieuw een samenhangend geheel waarin Hotel De Coninck, Huis Leten, de vleugel uit 1992 en de nieuwe uitbreiding elk hun eigen karakter behouden.