Design Museum Gent is bijna klaar voor een nieuw hoofdstuk
Op 3 oktober 2026 zwaait Design Museum Gent na vier jaar opnieuw de deuren open. De heropening markeert het einde van een ingrijpende renovatie en uitbreiding, maar ook het begin van een vernieuwde museumwerking. Met ongeveer 6.500 m² totale oppervlakte, waarvan 3.700 m² tentoonstellingsruimte, is het het grootste designmuseum van België. Bezoekers krijgen niet alleen een nieuwe vleugel en vernieuwde zalen te zien, maar ook een nieuwe collectiepresentatie en een programma dat design nadrukkelijk verbindt met maatschappelijke vraagstukken. Zo wil het museum zijn rol als referentiepunt voor design in België en daarbuiten opnieuw bevestigen.
Die ambitie krijgt vorm binnen een bijzonder architecturaal ensemble. Het museum combineert het 18e-eeuwse Hotel de Coninck, het Letenhuis met zijn 16e-eeuwse kern en een vleugel uit het einde van de 20e eeuw. Een nieuwe uitbreiding van Carmody Groarke, ATAMA en RE-ST verbindt die verschillende delen nu tot een samenhangender geheel. Centraal staat de historische binnenplaats van Hotel de Coninck. Een verwaarloosde zuidelijke doorgang en een ongebruikt perceel maakten het tot nu toe onmogelijk om die ruimte volledig als tuin te gebruiken. De nieuwe vleugel brengt daar verandering in. De binnenplaats wordt het hart van het museum en een oriëntatiepunt dat vanuit verschillende delen van het gebouw zichtbaar blijft.
Nieuwe vleugel brengt museum samen
De uitbreiding introduceert zes nieuwe zones, georganiseerd rond drie principes: gastvrij, open en aanpasbaar. Op kelderniveau biedt de kunstverwerkingsruimte een inkijk in het dagelijkse werk van het museum. Daarboven volgen de Stadskamer met receptie en winkel, het Forum voor lezingen, het Atelier voor workshops en de Vitrine voor tijdelijke tentoonstellingen. Helemaal bovenaan bevindt zich de Loft, een evenementenruimte met panoramisch uitzicht over Gent. De nieuwe vleugel verbindt daarmee niet alleen de bestaande museumgebouwen, maar maakt ook de bezoekersroute compleet en voegt plekken toe voor ontmoeting, activiteiten en tijdelijke programma’s.
Ook het materiaalgebruik van de uitbreiding trekt de aandacht. De nieuwe vleugel is opgetrokken in hout en witte baksteen en bouwt op een eigentijdse manier voort op de Gentse bouwtraditie. Voor de gevel werden meer dan 82.000 Gent Waste Bricks lokaal geproduceerd in Het Arsenaal. De stenen bestaan voor 63 procent uit lokale reststromen en worden niet traditioneel gebakken, maar harden uit via een energiezuiniger kalkproces. Hun afmetingen sluiten aan bij de bakstenen van het 18e-eeuwse Hotel de Coninck, terwijl hun witte kleur verwijst naar de historische huizen langs de Drabstraat. Schaal en ritme van de gevel zijn dan weer geïnspireerd op de Gentse gilde- en koopmanshuizen.
Design buiten de vitrines
De aandacht voor circulariteit beperkt zich niet tot de nieuwe gevel. Binnen het masterplan zijn historische interieurs gerestaureerd en latere toevoegingen geoptimaliseerd om meer ruimte en betere klimatologische omstandigheden te creëren. Materialen werden waar mogelijk hergebruikt en duurzame oplossingen geïntegreerd. Tegelijk duikt design ook buiten de tentoonstellingszalen op. Twaalf speciaal gecureerde designprojecten zijn over het museum verspreid, met onder meer meubels van Casimir en Bram Vanderbeke & Wendy Andreu, een pocket garden van Bureau Bas Smets, akoestische gordijnen van Chevalier-Masson en de 3D-geprinte aluminium toegangspoort Freeze Frame 82.2 van Unfold. Het gebouw wordt zo zelf een plek waar design kan worden ervaren.
Daarmee sluit de architecturale vernieuwing aan bij een bredere vraag die vanaf het begin van het ontwerpproces centraal stond: “Is dit een museum voor mij?” Design Museum Gent wil zich nadrukkelijker opstellen als een open publieke plek waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, leren, creëren en ontdekken. In 2025 boog het burgerpanel DE40, samengesteld uit veertig Gentenaars, zich over de vraag hoe design toegankelijk en relevant kan worden gemaakt voor een breed publiek, ongeacht achtergrond of voorkennis. Hun inzichten vormden mee een leidraad bij de transformatie van het vernieuwde gebouw tot een museum dat verschillende publieken wil aanspreken.
Collectie opnieuw bekeken
Ook de vaste collectie krijgt bij de heropening een nieuwe plaats en betekenis. Design Museum Gent beheert ongeveer 24.000 objecten, van de 14e eeuw tot vandaag, die het verhaal van het Belgische design in een internationale context vertellen, met ook bijzondere aandacht voor volkscultuur. De ruimte voor Collectie. Modellen uit het verleden voor de toekomst is na de renovatie verdubbeld. Ongeveer 500 topstukken worden er getoond, waarvan veertig procent nooit eerder voor het publiek te zien was. Daarmee grijpt het museum ook terug naar zijn oorsprong in 1903, toen Gentse burgers tekeningen, meubels en voorwerpen verzamelden als modellen waarmee makers en ontwerpers hun kennis en vakmanschap konden ontwikkelen.
De nieuwe presentatie stelt de vraag hoe zo’n historische collectie in 2026 nog kan inspireren. Daarbij verschuift de aandacht van het auteurschap naar de betekenis en impact van ontwerpen. Historische en hedendaagse stukken worden samengebracht rond vijf thema’s: kopie, migratie, vouwen, verbindingen en comfort. Bekende internationale ontwerpers staan er naast minder bekende figuren en Belgische namen. Door objecten uit verschillende periodes onverwacht met elkaar te confronteren, wil het museum tonen hoe technieken, materialen, concepten en praktijken uit het verleden vandaag opnieuw relevant kunnen worden. Tegelijk wordt duidelijk hoe onze kijk op design verandert: wat ooit als een ideale oplossing gold, kan vandaag aanleiding geven tot nieuwe vragen.
Democratie, samenwerking en digitaal design
Die kritische benadering staat ook centraal in Public Matter(s): Design and Democracy, de openingstentoonstelling die loopt van 3 oktober 2026 tot 11 april 2027. Hier verschuift de blik van objecten naar de systemen die onze samenleving organiseren. Het uitgangspunt is eenvoudig: elk aspect van de westerse democratie is ontworpen en kan dus ook opnieuw worden ontworpen. Niet alleen verkiezingsaffiches, parlementsgebouwen en stembiljetten komen in beeld, maar ook partijvertegenwoordiging, stemprocedures en andere structuren die bepalen hoe democratie functioneert. Vanuit de geschiedenis van Gent, Vlaanderen en België stelt de tentoonstelling vragen over inclusie, burgerparticipatie, macht en uitsluiting.
Daarnaast opent het museum met CO-LAB, waarin ontwerpers, onderzoekers en lokale gemeenschappen samenwerken aan zeven projecten rond onder meer queer archivering, ecologische co-creatie, low-tech energieoplossingen en open-source tools. In Digital onderzoekt het museum dan weer hoe digitale technologie de hedendaagse ontwerpcultuur vormgeeft en onze interactie met het museum beïnvloedt. Samen met de vernieuwde collectiepresentatie en de nieuwe vleugel tonen die programma’s waar Design Museum Gent vanaf 3 oktober naartoe wil: een museum waarin historische objecten, hedendaags ontwerp en maatschappelijke vragen naast elkaar komen te staan, en waarin design niet alleen wordt getoond, maar ook wordt onderzocht, besproken en gebruikt.