BINST ARCHITECTS verweeft stedelijke onderwijscampus en retailprogramma tot nieuw ensemble op Antwerpse Meir
Op de voormalige RTT/Proximus-site tussen de Meir en de Lange Nieuwstraat in Antwerpen werkt BINST ARCHITECTS aan een nieuwe campus voor de Karel de Grote Hogeschool. Het project maakt deel uit van een grootschalige herontwikkeling waarin ook retail wordt geïntegreerd, een programma dat mee wordt uitgewerkt door B-architecten. Voor de engineering werkt het ontwerpteam samen met Sweco, terwijl OKRA instaat voor de landschapsarchitectuur.
Voor Thomas Cornelis, architect en projectleider bij BINST ARCHITECTS, schuilt de complexiteit zowel in het samenbrengen van twee uiteenlopende programma’s als in het verbinden van de verschillende gebouwen op de voormalige site. “Je zit hier met een amalgaam van gebouwen uit verschillende periodes, met andere structuren, andere hoogtes en andere logica’s”, zegt hij. “De uitdaging was om daar één leesbaar en coherent geheel van te maken.”
De nieuwe campus van de Karel de Grote Hogeschool zal plaats bieden aan ongeveer 6.000 studenten en omvat zowel nieuwbouw als de integratie van drie historische gebouwen. Tegelijk moet het project zich inpassen in een van de meest zichtbare stedelijke contexten van Antwerpen. Volgens Cornelis draaide de opdracht daarom niet alleen om architectuur, maar ook om stedelijke leesbaarheid en identiteit. “Het mocht geen collage van losse gebouwen worden”, vertelt hij. “We wilden dat het project aanvoelt als één ensemble met een duidelijke samenhang.”
Van gesloten telecomsite naar open stadsensemble
Decennialang bleef de voormalige Proximus-site grotendeels verborgen achter de gevelwanden van de Meir. Wat ooit een afgesloten infrastructuurwereld voor telecomactiviteiten was, wordt nu omgevormd tot een veel opener stedelijk ensemble met onderwijs- en retailfuncties. Voor BINST ARCHITECTS betekende dat ook een fundamentele verschuiving in hoe de site zich tot de stad verhoudt. “Vandaag keert het bouwblok zich volledig naar binnen”, zegt Cornelis. “Wij willen opnieuw interactie creëren met het omliggende stedelijk weefsel.”
Die openheid vertaalt zich niet alleen in nieuwe toegangen en doorsteken, maar ook in de manier waarop de campus zich naar de omgeving richt. De hoofdtoegang van de hogeschool is voorzien in de Jezusstraat, weg van de commerciële drukte van de Meir. Daardoor ontstaat volgens Cornelis een meer genuanceerde relatie tussen onderwijs en stad. “De Meir is natuurlijk heel publiek en commercieel”, zegt hij. “De Jezusstraat laat toe om een campusgevoel te creëren zonder je af te sluiten van de stad.”
Onderwijs boven retail
Een van de grootste uitdagingen van het project is de combinatie van twee zeer verschillende programma’s binnen één bouwblok. Terwijl retail een groot deel van de onderste lagen en de plint inneemt, organiseert de hogeschool zich daarboven als een compacte stedelijke campus. Beide programma’s moeten onafhankelijk functioneren zonder elkaar ruimtelijk en functioneel te verstoren. “Een school boven een retailplint bouwen is geen evidente oefening”, zegt Cornelis. “Je moet ervoor zorgen dat beide werelden perfect naast elkaar kunnen bestaan.”
Ook organisatorisch vraagt die combinatie om intense samenwerking tussen verschillende partijen. BINST ARCHITECTS werkt voor het onderwijsgedeelte samen met B-architecten, dat instaat voor het masterplan en het retailprogramma. Volgens Cornelis ligt de moeilijkheid niet alleen in het stapelen van functies, maar ook in het bewaren van een duidelijke identiteit voor elk onderdeel. “Je probeert één project te maken, maar tegelijk moeten die verschillende programma’s hun eigen logica behouden”, vertelt hij.
Een leesbaar geheel uit uiteenlopende gebouwen
Die zoektocht naar samenhang loopt als een rode draad door het volledige ontwerp. De campus combineert nieuwbouw met drie bestaande gebouwen uit uiteenlopende periodes, elk met andere plafondhoogtes, structuren en circulatieprincipes. Daardoor vormt de interne organisatie van het project met het oog op een integrale toegankelijkheid een bijzonder complexe puzzel. “Soms zat er bijna een volledige verdiepingshoogte verschil tussen dezelfde bouwlagen van twee historische gebouwen”, zegt Cornelis. “Dan moet je beginnen nadenken over hoe mensen zich logisch doorheen zo’n ensemble bewegen.”
Om die complexiteit beheersbaar te maken, zet BINST ARCHITECTS in op duidelijke circulatielijnen, herkenbare ruimtes en subtiele verschillen in materiaal en kleurgebruik. Ook de opeenvolging van trappen, doorzichten en verblijfsplekken speelt daarbij een belangrijke rol. Studenten moeten intuïtief kunnen begrijpen waar ze zich bevinden binnen het grote geheel, ondanks de schaal en de uiteenlopende bouwdelen van de campus. “Zo’n campus mag niet aanvoelen als een doolhof”, vertelt Cornelis. “Je probeert oriëntatie en routing zo vanzelfsprekend mogelijk te maken.”
Hedendaagse monumentaliteit op de Meir
Hoewel het project sterk inzet op verbinding en interne logica, speelt ook de stedelijke uitstraling een belangrijke rol. De nieuwe gevels langs de Meir zoeken bewust aansluiting bij de historische schaal en monumentaliteit van de winkelstraat zonder die letterlijk te kopiëren. Volgens Cornelis werd daarbij gekeken naar de klassieke grands magasins die vroeger het straatbeeld bepaalden. “We wilden geen historiserende architectuur maken”, zegt hij. “Maar wel een gebouw dat zich verzoent met de ritmiek en monumentaliteit van de Meir.”
Die benadering vertaalt zich in een architectuur met sterke verticale accenten, grote openingen en een uitgesproken ritmiek in de gevelcompositie. Materialen zoals gepolijst beton geven het project tegelijk een hedendaagse uitstraling. Voor Cornelis was het belangrijk dat het gebouw zich niet als een autonoom object gedraagt, maar deel wordt van het stedelijke weefsel. “De kracht van de Meir zit net in die opeenvolging van gevels”, zegt hij. “Daar wilden we op voortbouwen.”
Erfgoed als actieve bouwsteen
Naast nieuwbouw worden ook drie historische gebouwen geïntegreerd in de campus. Elk van die gebouwen krijgt een nieuwe functie die aansluit bij zijn eigen ruimtelijke kwaliteiten. Zo worden bestaande telecom- en kantoorgebouwen herbestemd tot auditoria, leslokalen, bibliotheek en ontmoetingsruimtes. Volgens Cornelis was het belangrijk dat de bestaande gebouwen leesbaar blijven binnen het nieuwe geheel. “We wilden die gebouwen niet neutraliseren”, zegt hij. “Net hun eigenheid maakt het project interessant.”
Die aanpak vraagt ook een grote technische zorgvuldigheid tijdens het ontwerp- en bouwproces. Sommige gebouwen worden grondig gerestaureerd, terwijl andere subtiel worden aangepast om nieuwe functies mogelijk te maken. Daarbij probeert BINST ARCHITECTS telkens de karakteristieke elementen van de bestaande architectuur te behouden. “Je probeert eigenlijk voort te bouwen op wat er al aanwezig is”, vertelt Cornelis. “Dat geeft een rijkdom die je met louter nieuwbouw moeilijk bereikt.”
Drie buitenruimtes als deel van de campus
Ook de buitenruimte speelt een belangrijke rol in de manier waarop de campus zich opent naar de stad en intern wordt georganiseerd. Samen met OKRA werkt het ontwerpteam drie grote buitenruimtes uit. Aan de Jezusstraat krijgt de hoofdtoegang vorm als een groene stedelijke antichambre, die extra groen en daglicht in de straat brengt en tegelijk als buffer dient voor de dagelijkse in- en uitstroom van studenten. De open inkomzone vormt zo een overgang tussen stad en campus, eerder dan een scherpe grens tussen beide.
Die overgang zet zich voort in het binnengebied, waar een nieuw plein het bouwblok ontpit en de verschillende bouwdelen zichtbaar en leesbaar maakt. Zowel de historische als de nieuwe volumes krijgen er een volwaardige achtergevel, waardoor de uiteenlopende architectuurstijlen naast elkaar leesbaar worden. Die afleesbaarheid draagt tegelijk bij aan de oriëntatie binnen de campus. Een derde buitenruimte bevindt zich hogerop: de daktuin vormt een groene ontspanningsplek voor studenten en biedt een weids uitzicht over de historische binnenstad.
Duurzaamheid op verschillende schaalniveaus
Ook duurzaamheid vormt een belangrijk uitgangspunt voor de nieuwe campus. De centrale ligging ondersteunt daarbij een mobiliteitsmodel waarin openbaar vervoer en fiets een belangrijke plaats innemen. Er komt een grote fietsenstalling en Antwerpen-Centraal, Rooseveltplaats en verschillende tram- en metroverbindingen bevinden zich op wandelafstand. “Qua mobiliteit denk ik dat er geen betere plek is in de stad om je te bevinden dan op wandelafstand van het Centraal Station”, zegt Cornelis. De integratie en herbestemming van bestaande gebouwen zorgt er bovendien voor dat een aanzienlijk deel van het bestaande patrimonium behouden blijft, terwijl de daktuin extra groen toevoegt aan het dichtbebouwde stadsblok.
Daarnaast vertaalt die duurzaamheidsambitie zich in de technische installaties. De campus wordt fossielvrij en maakt onder meer gebruik van warmtepompen en zonnepanelen. Sweco staat daarbij in voor een breed pakket aan studietaken, waaronder technieken, stabiliteit, EPB en duurzaamheid. Zo wordt duurzaamheid op verschillende schaalniveaus in het project geïntegreerd: van hergebruik en duurzame mobiliteit tot energievoorziening en vergroening.
Een campus die de stad activeert
Voor BINST ARCHITECTS ligt de betekenis van het project uiteindelijk niet alleen in de architectuur zelf, maar ook in de rol die de campus kan spelen binnen de Antwerpse binnenstad. Met plaats voor zo’n 6.000 studenten zal de voormalige telecomsite uitgroeien tot een intensief gebruikte plek voor onderwijs en ontmoeting. Ook binnen de campus krijgt die ontmoetingsfunctie nadrukkelijk ruimte, van de zogenaamde ‘livings’ tot het binnenplein en de daktuin. “Een campus is vandaag veel meer dan een verzameling klaslokalen”, besluit Cornelis. “Je probeert een bijzondere leeromgeving te creëren met een sterke identiteit die het educatieve overstijgt en waar interactie en sociale contacten gestimuleerd worden.”